Dit is Gods wil niet

Hoe maakt iemand een documentaire over een van de tien geboden? Door mensen te volgen die die geboden overtreden, of die ermee te maken krijgen. Dat lijkt wel bijna iedereen te zijn.

Een man maakt van zijn handen wolven, konijnen en duiven. Een vrouw zit achter een computer. Een man krijgt een kick van het gooien van bommen. Een man bestelt een fles wijn van 2300 gulden in het Amstel Hotel en krijgt het eten er dan gratis bij. Een oude dame meentt dat een man die uit Suriname komt of misschien wel uit Papoea Nieuw-Guinea een hoofd als een voetbal heeft. Een vrouw ontwerpt een huis waar ze op Mars in kan wonen.

Het zijn mensen die aan het woord komen in tien nieuwe Nederlandse documentaires, gemaakt door tien vooraanstaande Nederlandse documentairemakers. En het zijn ze nog lang niet allemaal. Er komen in de documentaires, die elk vijftig minuten duren, zoveel mensen voor dat je ze nooit allemaal kunt opnoemen. En ze zijn allemaal interessant. Dat komt niet alleen door de kunde van de makers. Het komt ook door hun opdracht. De documentairemakers verfilmden allemaal een van de tien geboden.

Dat uitgangspunt had een nivellerend effect. Naar aanleiding van het eerste gebod maakte Vuk Janic bijvoorbeeld een film waarin niets bijzonders gebeurt. Er komen in zijn film twee kinderen voor. Wouter is gestorven. Emerson leeft nog. Dat is eigenlijk alles. Gewone en bijzondere verhalen lopen in de reeks door elkaar, gewone en bijzondere mensen ook. Het is een bont, geen select gezelschap. Het is de moiete waard om een paar van hen iets uitgebreider te introduceren.

Mevrouw de Putter

De moeder van Jos de Putter kwam al voor in Het is een schone dag geweest, De Putters debuut uit 1993. Nu begint De Putter met haar zijn film over het tiende gebod, Noch zijn ezel. Ze heeft een brief gekregen van een man die ze al veertig jaar niet gezien heeft. Haar eigen man is net overleden. De man vraagt haar om met hem samen naar Oostenrijk te verhuizen. Mevrouw de Putter vertelt erover terwijl ze bitterkoekjespudding maakt en eet. Achteloos meldt ze dat de man katholiek is. ,,Je vader was net als ik gereformeerd.'' Alleen zo terloops laat De Putter het christelijk geloof, de bron van de tien geboden, in zijn bijdrage aan de serie ter sprake komen.

Twee mannen die toeval verzamelen

Een Hongaar verzamelt mislukte amateurfoto's. Hij is zo fanatiek dat hij er ook op de vuilnisbelt naar zoekt. Een Nederlander toont een verzameling foto's uit het archief van een Friese portretfotograaf. Het zijn de proeffoto's die de fotograaf nam om licht en kleur te controleren. De foto's komen voor in Fiona Tans film over het tweede gebod, `Gij zult u geen gesneden beelden maken'. Je zou kunnen zeggen dat deze foto's het gebod omzeilen. Ze zijn niet bedoeld om gezien te worden.

Peter Patai

John Appel maakte naar aanleiding van `Gij zult niet doden' een kilte verspreidende film. Hij wachtte op een krantenbericht over een man die na een maand dood gevonden wordt in zijn woning en interviewde toen diens buren en collega's. Appel gaat het huis van peter Patai in een galerijflat niet binnen. Vanuit het huis van een buurvrouw filmt hij het kleine stukje dat hij door het raam en tussen de gordijnen kan zien: een paar takken van een kerstboom, een kerstbal, een poster van een pin-up. Volgens de buurvrouw stond die kerstboom er al vijftien jaar. De poster is vergeeld.

De tien geboden hebben ook buiten het joodse en het christelijke geloof een zekere status. De bekendste geboden zijn de morele geboden als `Gij zult niet stelen' en `Gij zult niet echtbreken'. Maar dat zijn voorschriften waar de bijbel geen patent op heeft. De eerste vier geboden zijn de religieuze geboden, zoals `Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben' en `Gij zult de naam van de Heer niet ijdel gebruiken'. Wie niet gelovig is, heeft aan deze geboden geen boodschap. Uit de interviews die Arjan Visser met bekende Nederlanders maakt voor Trouw en de VPRO, blijkt dat ook mensen die zich wel aan het eerste gebod houden, zich aan de volgende drie weinig gelegen laten liggen. Soms lijkt het wel of geloven in God net zoiets is als van Mozart houden. Het heeft geen enkele invloed op iemands denken en doen.

De man die zijn zusje verloor

Op een weiland voor een boerderij begint een man te praten, in Privé van Heddy Honigmann. Hij vertelt dat hij vroeger een zusje heeft gehad. Hij was haar bijna vergeten. Ze is ook al zo lang dood. Zijn vader sloeg haar heel hard omdat ze niet goed had opgelet tijdens de catechisatieles. Het zusje stierf.

De vrouw die in de tram glipt

Honigmann laat direct na de man met het doodgeslagen zusje een oude dame aan het woord die wel eens in de tram glipt. Rijk is ze niet, en ze wil ook wel eens cadeautjes voor haar kleinkinderen kopen. Met deze vrouw eindigt de film. Met zo'n overgang toont Honigmann zich weer een meester van de montage. Zij durft na zoiets gruwelijks zoiets kleins te zetten.

Gerri Eickhof

Volgens producent Paul de Bont, bedenker van de serie, was het negende gebod onder de regisseurs het meest gewild. Het is het gebod dat het meest met hun vak te maken heeft. `Gij zult geen valse getuigenis afleggen tegen uw naaste', werd uiteindelijk verfilmd door Pieter Fleury en gaat over het NOS journaal. Fleury ging met verslaggever Gerri Eickhof naar Bosnië. Fleury laat onder meer zien dat Eickhof een reportage maakt over een herdenking van de moslimdoden in Srebrenica en een dag later filmt hoe een klein Servisch dorp zijn gevallenen herdenkt. Het eerste item haalt door de relatie met Nederland het Journaal wel, over het tweede wordt getwijfeld. ,,Het is klein en er zit geen spanning op'', zegt Eickhof over het tweede item. ,,Ontroering wel'', zegt Fleury. ,,Dat is geen nieuws'', antwoordt Eickhof. ,,Op het graf van mijn opa kan ik ook een traantje wegpinken.''

Het negende gebod werpt ook een schaduw over een paar andere documentaires uit de reeks. Karin Junger verbleef tijdens de oorlog in Kosovo een week op het vliegdekschip de USS Roosevelt. Ze praatte met de piloten die bommen afwerpen op Servische doelen, over hun relatie met God. Deze Amerikanen zijn ervan overtuigd dat God aan hun kant vecht en dat het zesde gebod, `Gij zult niet doden', tijdens een rechtvaardige oorlog mag worden opgeschort. Toch is haar documentaire niet de film uit de reeks die dit gebod behandelt. God is my co-pilot hoort bij het derde gebod. Je krijgt niet de indruk dat de piloten wisten dat hun woorden met `Gij zult de naam van God niet ijdel gebruiken' van commentaar zouden worden voorzien.

Een ezeltje

Door de documentaire van Jos de Putter wandelt een ezeltje (het tiende gebod, waarin onder meer `Gij zult niet begeeren uws naasten huis [...] noch zijn ezel'). Het is een onverwacht ezeltje omdat het een ezeltje is gebleven. De meeste regisseurs hebben voor hun film hun gebod `geactualiseerd'. Paul Cohen sprak voor zijn film over het vierde gebod, `Gedenk de sabbat' met de directrice van een stiltecentrum en een man die een Indiaanse zweethut bouwt. Maar het ezeltje uit Jos de Putters tiende gebod is een ezeltje gebleven. De Putter heeft het gelukkig niet in een Ferrari of een Lamborghini veranderd. Hoe fluwelig zijn zijn oortjes, hoe lammetjesachtig springt hij een beekje over. Het is een ezeltje dat ik onvoorwaardelijk begeerde.

Krzysztof Kieslowski maakte in 1988 tien meesterlijke korte speelfilms over de tien geboden en gaf aan elk gebod zijn eigen draai. In de reeks documentaires komt John Appel het dichtst in de buurt van zijn aanpak. Appel breidde het zesde gebod, `Gij zult niet doden', uit tot `Gij zult niet onopgemerkt iemand laten doodgaan'. Het mooie van Appels film is dat afschuw van de buurvrouwen langzaam plaats maakt voor mededogen. Hoe meer je uit de schamele herinneringen van buren en collega's te weten komen, des te beter begrijp je dat Peter vooral met rust gelaten wilde worden.

De winkeldievegge

De winkeldievegge krijgen we in `Noch zijn ezel' niet te zien. Ze heeft zelfmoord gepleegd. Jos de Putters camera dwaalt door het Londense warenhuis Harrods en op de geluidsband horen we stukken uit een proces voorlezen. Het gaat over een vrouw die in Harrods kleding verkocht aan de rijken der aarde. Nooit zoomt de camera op een jurk of een tas in. We zien ze net buiten bereik liggen glanzen en glimmen. Mischien ligt in zulke vondsten de kracht van documentaires. Ze weten iets bekends zo vorm te geven dat het weer kan raken. Bij deze serie over de tien geboden is dat extra belangrijk. De regisseurs moeten hun krachten meten met dooddoeners.

Wouter, Elvis en Emerson

Volgens velen, gelovigen en ongelovigen, bestaat er een gebod dat de meeste andere geboden - in ieder geval de laatste zes - overbodig zou maken. Heb je naaste lief zoals je zelf. Ik moest eraan denken toen ik Vuk Janic' film over het eerste gebod - `Ik ben de Here, uw God' - had gezien. Het is een film geworden die alle documentairemakers zich zouden kunnen aantrekken. Janic laat in Brieven aan God twee families aan het woord. De een heeft acht jaar geleden een zoon verloren. Wouter stierf na een bezoek aan het zwembad aan een hersenbloeding. De tweede familie verloor juist geen kind. Emerson (3) sprong van het balkon en werd opgevangen door Elvis, een jongen die toevallig voorbij liep. De ouders van Wouter verloren door de dood van hun zoon bijna hun geloof. ,,Dit is Gods wil niet'', lieten ze op de rouwkaart zetten. De familie van Emerson prijst de Heer.

In de IKON-krant zegt theoloog Chris Doude van Troostwijk: ,,Als ik naar een film kijk, zie ik de wereld door de ogen van een ander. De wereld die ik ken breekt open. Er komen barsten in mijn werkelijkheid, waardoor nieuwe inzichten en mogelijkheden ontstaan.'' Het is een opvatting over film die niet aan theologen is voorbehouden. Maar de documentaire van Janic logenstraft deze geijkte zienswijze. Zouden de families van Wouter en Emerson hun mening veranderen als ze zien wat de ander is overkomen? Het is niet waarschijnlijk. Gerri Eickhof antwoordt in De onzichtbare werkelijkheid op de vraag van Fleury hoe hij zich staande houdt in oorlogsgebieden: ,,Het zijn niet je eigen familieleden en kennissen. Op dat fundament kun je functioneren.'' Er verandert pas echt iets als je persoonlijk wordt geraakt. De films over de tien geboden zijn daarvan een goed bewijs. Sommige komen zover als ze kunnen komen. Verder kan niet. John Appel gaat het huis van Peter Patai niet binnen. Respectvol blijft hij voor het raam staan.