De Spaanse stem spreekt

Zoals de nek-aan-nek race van Gore en Bush in onder andere Florida duidelijk heeft gemaakt, weegt bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen de latin vote steeds zwaarder. Hispanics maken meer dan tien procent van de bevolking uit. Rond 2010 zullen zij met zo'n veertig miljoen de grootste `minderheidsgroep' zijn in het land. In de zuidelijke staten en New York is hun aandeel nu al ruim een kwart, in steden als Miami en Los Angeles de helft.

Geen wonder dus dat zowel Gore als Bush in de campagne zo graag liet merken een woordje Spaans te spreken. Zeker in het cruciale Florida, een staat met veel kiesmannen, een twijfelend electoraat en Spaans-Amerikanen als dominerende groep.

Wie zijn die latinos? Harvest of Empire is een vlot geschreven studie van de achterliggende Spaans-Amerikaanse golf in de Amerikaanse immigratiegeschiedenis. Gonzalez plaatst de migratie in een ruim historisch kader, waaraan het eerste deel is gewijd: het Amerikaanse expansionisme, resulterend in de annexatie van grote delen van Mexico, imperialisme in de Caraïben, en voortdurende bemoeienis met de rest van het continent. Die voorgeschiedenis maakte het in zijn visie onvermijdelijk dat steeds meer latinos hun geluk bij de noorderburen gingen zoeken: 'wij zijn hier, omdat jullie dáár waren'.

In het tweede deel, `Takken', schetst Gonzalez, een journalist van Puertoricaanse afkomst, de verschillende groepen hispanics. Misschien wel meer dan hij beoogt, komen de onderlinge contrasten aan het licht. Dat begint al bij de toegang tot Amerika. Deze is volstrekt vrij voor de Puertoricanen, daar hun eiland tot de Verenigde Staten behoort. Cubanen kregen na Castro's revolutie (1959) ook vrij baan. Alle anderen hadden veel meer moeite zich blijvende toegang te verschaffen. De Amerikaanse autoriteiten trachten tot op heden dat zo te houden, overigens vergeefs: de Rio Grande die de VS van Mexico scheidt, is een even poreuze scheidslijn als de Straat van Gibraltar.

Ook het succes van de immigranten loopt sterk uiteen. Zo gelden de Cubaanse Amerikanen als succesvol en bovendien politiek zeer mondig – niet alleen als het om Castro gaat, maar ook richting Washington. De Puertoricanen daarentegen (zestig procent op het eiland, veertig in Amerika) worstelen al sinds de dagen van West Side Story met een slecht imago: dat van spicks, nuttelozen, uitkeringstrekkers, criminelen, of op zijn best al te warmbloedige romantici. Gonzalez bestrijdt dit beeld, en terecht. Hij ontsnapt echter niet aan de neiging vooral de nadelen te belichten van de relatie tot de yankis, niet de voordelen – in de eerste plaats het Amerikaanse paspoort en alle daaraan verbonden rechten, waar al die andere immigranten nu juist zo verbeten voor vechten. De vraag of juist de `val' van die postkoloniale voordelen de zo vaak gehekelde passiviteit van de Puertoricaanse immigrant kan helpen verklaren, blijft in het luchtledige hangen.

In het derde deel, `Oogst', bespreekt Gonzalez onder meer de groeiende invloed van latinos in de Amerikaanse politiek. Ook komt de tegenreactie aan de orde. Voor de beweging die een officieel monopolie van de Engelse taal nastreeft, heeft hij niet veel sympathie. Alle hispanics, schrijft hij, willen zo snel mogelijk Engels leren; het probleem is alleen dat daartoe te weinig adequate mogelijkheden worden geboden. Gonzalez' overtuiging dat juist tweetalig onderwijs daartoe een essentieel instrument is lijkt didactisch correct. Maar het staat op gespannen voet met de lessen van een geschiedenis waarin juist het monopolie van de Engelse taal voorheen miljoenen immigranten tot Amerikanen transformeerde. En zeker ook met het Puertoricaanse verhaal, waar het Engels zelfs na honderd jaar postkolonialisme en een halve eeuw grootschalige migratie nóg slecht wordt gesproken, op het eiland en in Amerika zelf.

Tot de successen van de Spaans-Amerikanen behoren in ieder geval recente doorbraken in de amusementsindustrie. Gloria Estefan, Jennifer Lopez, Ricky Martin en anderen met hun gelikte combinatie van pop en latin, van gratie en erotiek, zijn niet aan te dragen, Maar ook de minder commerciële, Spaanstalige muziek beleeft een voorzichtige doorbraak. Helaas besteedt Gonzalez daar niet veel aandacht aan, evenmin als aan de opmars van latin food. Politiek minder tot de verbeelding sprekend misschien – maar inmiddels van meer betekenis voor de Amerikaanse cultuur dan tot voor kort mogelijk was geacht in het land van de Big Mac.

Juan Gonzalez: Harvest of Empire.

A History of Latinos in America.

Viking, 346 blz. ƒ81,60

    • Gert Oostindie