De eenzaamste dag uit mijn leven

NEW YORK De ochtend dat de Ako-prijs mijn leven binnenwandelde, bestond mijn ontbijt uit drie pannenkoeken met blauwe bessen. De helft liet ik staan. Het buitenlandse nieuws in de krant bestudeerde ik nog even, toen liep ik snel naar huis om de klokken een uur achter te zetten in verband met de wintertijd.

Door middel van e-mail zou ik in de uitzending van de Plantage aanwezig zijn, en ik was nerveus. Ik stelde me bij het geheel een soort verkiezingsdebat voor. Wat ik miste was een George W. Bush die ik naar voren kon schuiven om aardig te zijn tegen de mensen. Even had ik overwogen een typiste in te huren, omdat ik tientallen vragen per e-mail verwachtte.

Ik had rekening gehouden met een typefout die me de rest van mijn leven zou blijven achtervolgen. Dat is het rare met nieuws, je weet nooit wat ze opblazen en wat ze wegmoffelen. En nieuws was ik, dat viel niet meer te ontkennen. Gemengd nieuws misschien, klein nieuws voor op de achterpagina, maar nieuws.

Er waren twee vragen.

Twintig antwoorden op mogelijke vragen had ik voorbereid. Je bent campagneleider of je bent het niet.

Twee minuten voor de uitzending begon, belde de dame die ik had gestuurd om mij te vertegenwoordigen op aarde.

,,Ik sta op het toilet'', zei ze, ,,ik geloof niet dat ze me veel gaan vragen. Maar we hebben elkaar ontmoet in de trein hè?''

,,Ja'', zei ik, ,,de stoptrein. Amsterdam-Utrecht.''

,,Ik moet de zaal in.''

In Amsterdam begon de uitzending, en in New York was het elf uur in de ochtend en er stond een koude wind. Ik bekeek Scarface.

Zo vaak had ik de film gezien dat ik de tekst uit mijn hoofd kende en ik praatte met de personages mee, terwijl ik tussen mijn computers op en neer liep, wachtend op vragen die niet meer kwamen.

Om tien voor twaalf locale tijd werd mij definitief duidelijk dat ik de twintig documenten met antwoorden kon sluiten. De juryvoorzitter was aan zijn redevoering begonnen. Iets na twaalf verbrak ik de internetverbinding en alle telefoons begonnen tegelijkertijd te rinkelen, te piepen, of wat voor geluiden telefoons tegenwoordig ook mogen maken. Ik moest naar een café om de hoek waar een fotografe en een correspondente van de Volkskrant op mij wachtten. Zodat ik commentaar kon geven op de gebeurtenissen. Scarface was nog niet afgelopen, maar het schieten was al begonnen.

Ik wierp nog een laatste blik op Al Pacino.

Deze correspondente was vriendelijk.

Ik heb correspondenten leren kennen als verbitterde mannen voor wie nieuws iets is als een onbereikbare en wrede vrouw.

Na een kwartier zei ik: ,,Ik moet naar huis, werken.''

Dat was ook zo. Ik moest een stuk afmaken over de fotograaf Sem Presser.

De dame die in Amsterdam de prijs in ontvangst had genomen belde weer.

,,Waar moet ik heen met de spulletjes?''

,,Wat voor spulletjes?''

,,De cheque en de kikker.''

,,Wat voor kikker?''

,,Het beeldje dat bij de prijs hoort.''

,,Is dat een kikker?''

,,Ja, ik geloof het wel. Zo ziet het eruit.''

,,Oké'', zei ik, ,,geef de spullen aan mijn uitgever, die stuurt het op.''

,,Nee, die wil ze niet hebben.''

,,Die wil ze niet hebben?''

,,Nee, die zegt, jij hebt de prijs in ontvangst genomen, nu geef jij ze ook maar aan Arnon.''

,,Neem ze mee naar huis. En blijft niet te lang bij het feest. Daar zijn journalisten die op aas wachten, verdwijn discreet, maar vriendelijk.''

Ik startte de film weer.

,,Jij bent ook maar een kikker'', zei ik tegen Al Pacino, ,,geloof me. Een kleine kikker in een wereld vol grote kikkers, en je gaat eraan. Ze maken gehakt van je.''

Toen begon ik mijn stuk te herschrijven.

De fotografe van de Volkskrant had nog gevraagd of ze mee mocht naar het feest, die avond, om foto's te maken, maar ik wilde van dat feest geen foto's in de krant.

Het feest, dat was een diner met een Russin die ik nauwelijks kende. Ze hield van Mozart, en zat op een culinaire school.

Om vier uur belde de Russin. ,,Sorry'', zei ze, ,,ik moet afzeggen, ik heb een examen morgen en ik moet nog verder leren, laten we maandag afspreken.''

,,Goed'', zei ik, ,,maandag. Ik heb net een kikker gewonnen, maar ik red het ook wel zonder jou.''

Om iets voor zessen kreeg ik een ingeving.

Ik dacht, ik nodig de correspondente van de Volkskrant uit voor het eten. Je moet iets op zo'n avond. Het is net Kerstmis.

,,De Russin met wie ik zou gaan eten, heeft afgezegd'', schreef ik in mijn e-mail, ,,maar misschien mag ik u uitnodigen om een hapje met mij te eten, niet als correspondente, maar gewoon als mens? Vanavond.''

Het antwoord liet niet lang op zich wachten. ,,Mijn man en ik moeten nog iets afmaken. Een andere keer graag.''

Ik begon verschrikkelijk te lachen.

Ik wierp me op de bank van het lachen.

De correspondente meende natuurlijk dat ik haar nog tijdens het voorgerecht had willen bespringen.

Niets was minder waar.

Ik schreef terug: ,,Je man had mee gemogen, ik ben dol op mannen. En op kinderen. Maar alleen vermaak ik me ook uitstekend.''

Daarna kleedde ik met netjes aan en bezocht een hotelbar om de hoek.

Een lege bar, op een dame na die in gesprek was met haar mobiele telefoon. Twee witte wijn verder was ze uitgesproken.

Ik liep naar haar toe en zei: ,,Mag ik me even voorstellen? Ik ben Arnon Grunberg, ik heb zojuist een ton en een kikker gewonnen, ik zou het zeer op prijs stellen als u met mij een hapje zou willen eten. Geheel vrijblijvend natuurlijk. Ik moet nog werken vanavond.''

De dame keek mij aan.

Toen zei ze: ,,Wat een vriendelijk aanbod. Maar ik heb met vrienden afgesproken. In ieder geval gefeliciteerd.''

,,Dank u'', zei ik, ,,dank u'' en ging weer op mijn plaats zitten.

In een sushibar at ik wat vis en dronk bier.

Thuis wachtten twaalf e-mails op me. Felicitaties, vragen hoe ik de avond had doorgebracht. Iemand wilde zelfs weten of het geld al binnen was.

Ik kleedde me uit en legde naakt de laatste hand aan het stuk over Presser.

Op de andere computer was het beeld bevroren. Al Pacino lag in zijn inmiddels rood gekleurde bad, en boven hem de wereld waarop in neonletters staat geschreven: `the world is yours'.

Ook ik ging in bad liggen.

Wat is één gewonnen veldslag als je nog vijfentwintig te gaan hebt?

Zo vierde ik de eenzaamste dag uit mijn leven, en dan volgt nu de epiloog: Maandag om zes uur ontmoette ik de Russin. Ze kwam net uit school en verontschuldigde zich voor haar gympen.

Ze wilde in China Grill eten.

Haar vader had een taxibedrijf, haar moeder, nog jong, was toe aan een nieuwe man, zelf was ze een nihiliste zonder het te weten, zonder dat woord zelfs maar te kennen.

Ze bepaalde niet alleen waar we aten, maar ook wat, en hoeveel fooi ik moest achterlaten. Twee uur lang deed ik mijn best affectie voor haar te voelen, dat lukte aardig, tot ik begreep dat affectie een omweg was die je op de plek afleverde waar je hoe dan ook was uitgekomen.

Toen ze zei: ,,Laten we naar Mozart luisteren'', bedoelde ze, ,,laten we neuken.''

Dat heb je met die Russinnen. Nihilistisch als de pest, maar als het op neuken aankomt, kunnen ze niet zonder Mozart.

Terwijl het Requiem verdampte, vroeg ze: ,,Waarvoor heb je die kikker eigenlijk gewonnen?''

Dat praten, dacht ik, daarvoor was ik juist thuisgebleven.

Ik nam haar mee naar de spiegel, sloeg mijn arm om haar heen.

Dit was affectie, in ieder geval de best mogelijke op de best mogelijke van alle werelden.

,,Hiervoor'', zei ik.

Ze bekeek ons in de spiegel.

,,Ik heb geen geluk met mannen'', zei ze.

Zo vierde ik de eenzaamheid steeds hartstochtelijker, en vergeet niet, verliefdheid vieren kunnen we allemaal wel.