`De bijbel barst van de actiemodellen'

Heere Heeresma publiceerde onlangs het eerste deel van zijn correspondentie. De Bijbel is zijn inspitariebron.

Volgens de schrijver Heere Heeresma (1932) heeft zijn liefde voor de bijbel niets met geloof te maken. ``Als ik het woord geloof hoor moet ik altijd denken aan Brussels lof. Ik vind het zo rooms. Het woord geloof, dat zegt niets. Alles staat stijf van het geloof. Bij de bijbel gaat het niet om de emotionele beleving, dat is een volstrekt particuliere aangelegenheid. Het gaat om kennis en daaruit voortvloeiend het weten.''We zitten in de Half Moon Bar, voorheen het beruchte, door penose bezochte `barretje Hilton' in Amsterdam-Zuid. Op een steenworp afstand ligt de buurt waar Heeresma opgroeide als zoon van een hervormd godsdienstleraar. ``Ik heb weleens een serie lezingen over de bijbel gehouden'', zegt hij, ``en die werden enthousiast ontvangen. Daarin hield ik me uitsluitend met de schriftuurlijke tekst bezig. Ik hou van taal. Uiteindelijk gaat het mij wat een boek betreft niet om het verhaal, maar om het verhaal in het verhaal – het verhaal van de taal. Ik heb er in mijn proza altijd naar gestreefd om zo gecomprimeerd te schrijven dat elk woord, elke regel precies op zijn plaats staat. Zoals je poëzie schrijft, met dezelfde concentratie.''

Onlangs verscheen bij uitgeverij De Prom het eerste deel van Heere Heeresma's correspondentie: zijn brieven aan journalist Anton de Goede uit 1993-1998, onder de titel Vlieg vogel vlieg met mij mee tralala. Het boek getuigt van taalvirtuositeit, zoals eigenlijk zijn gehele, vele malen herdrukte oeuvre, dat behalve uit gedichten, romans en verhalen ook bestaat uit enkelethrillers en `porno-persiflages'.

Nu schrijft Heeresma vooral `schetsen' voor de radio: in De Avonden van de VPRO leest hij zijn memoires voor en houdt hij elke week een dagsluiting. Dat korte werk, Heeresma noemt het speakerproza, bevalt hem goed. Met de romans is het afgelopen, zeker na de min of meer defintieve bundeling in Helemaal Heeresma (1997). ``Alle invalshoeken die mij ter beschikking stonden heb ik meerdere malen gebruikt'', zegt Heeresma. ``Dan kan je wel doorgaan, maar ik denk dat het aan de oceanen is voorbehouden voort te gaan in eindeloze deining. De mens mag meer zijn. Hij kan op een bepaald ogenblik zeggen: bekijk het maar.''

Daar komt bij dat Heeresma, die zijn hele leven zijn persoonlijke vrijheid heeft verdedigd, zich bewust afzijdig houdt van de Nederlandse samenleving, en in het bijzonder van de Nederlandse literaire wereld. ``Ik heb geen zin meer om me in dat gruwelijke literaire plantsoen te begeven.'' Heeresma moet niets hebben van de literatuur van deze tijd, die de literatuur is van een verzompte samenleving, meent hij. Het vuistdikke Kaddish voor een buurt, zijn laatste grote roman over het lot van de joden in Amsterdam-Zuid tijdens de Tweede Wereldoorlog, ligt al jaren klaar in een bankkluis in Parijs. Als dit werk verschijnt dan zal het in het buitenland zijn: ``Ik voel geen enkele aandrang om dat hier in dit land te doen''.

Het kost moeite om hem te bewegen te spreken over de bijbel, het Boek der Boeken waar hij zich nu al zo'n vijfenveertig jaar intensief mee bezig houdt. ``Ik zou niets liever willen dan over deze zaak praten, maar als ik dat doe ligt de geconditioneerde reflex op de loer. Er wordt volstrekt onbenullig op gereageerd, en onbegrip en misverstand zijn mijn deel.'' Heeresma volgde bij zijn bijbelstudie zijn eigen weg: hij keerde terug naar de bron, het Hebreeuws, Grieks en Aramees waarin de bijbelboeken oorspronkelijk geschreven werden. Los van alle tradities en dogma's die de Schrift overwoekerd hebben probeerde hij zich met de tekst te verstaan.

Helder staat hem nog voor de geest hoe zijn vader, een godsdienstleraar die drie keer bijna uit de kerk werd gezet vanwege zijn eigenzinnige opvattingen, tijdens de avondmaaltijd bijbelkritiek beoefende. ``Onder het eten van de soep zei mijn vader: `Wat heeft professor doctor ingenieur te beweren', en dan kwam er een stuk bijbelkritiek. De borden werden afgeruimd, het eigenlijke maal kwam, de bloemige aardappelen, groente, jus, een heerlijk stukje vlees, en dan begon mijn vader die bijbelkritiek zowel in de lengte als in de breedte te versnipperen. Punt voor punt te weerleggen, voor ons, zijn kinderen. Hij sloeg ons voor honderd procent volwassen aan, je had maar te volgen. Dat is het milieu waar ik uit kom; groots, volstrekt uniek.''

De Schrift is voor Heeresma het alfa en omega. ``Daarnaast valt alles in het niet. Er is nog nooit iemand in de wereld geweest, nu en in het verleden, die heeft gezegd: zie, ik heb het geheel van de Schrift overspand en ken deze in al zijn breedte, hoogte en diepte. Alle onbekende gebieden van de wereld zijn inmiddels bespuugd en vertreden, alleen dat terrein biedt adembenemende, steeds weer nieuwe perspectieven en vondsten.

De bijbel barst van de actiemodellen. Je kan niks bedenken van wat tussen mensen voorkomt of je treft het aan in de Schrift. De bijbel geeft bovendien inhoud aan het geweten, dat maar los als een wormvormig aanhangsel in iedereen hangt.'' Heeresma wil niet veel zeggen over de invloed van de Schrift op zijn eigen werk. Hij wil eigenlijk helemaal niets zeggen over de thema's in zijn werk: ``Ik ga niet mijn eigen werk interpreteren''.

Later vertelt Heeresma, gevraagd naar het eerste boek dat hij zich herinnert, een anekdote die het gevoel voor absurditeit toont dat ook in zijn werk zit. ``Een boek dat diepe indruk op me heeft gemaakt was Willem Roorda. Willem Roorda was ook voorop het boek afgebeeld, een blanke vent met een jagersoverhemd aan en een Winchester pump zo voor zich, een olifantengeweer eigenlijk. Willem woonde in Zuid-Afrika en ging er tegenaan. Die pakte alle Kaffers. Alle kralen gingen onder Willems toezicht in vlammen op.

``Dat was dus een boek voor jonge mensen die inzicht moesten krijgen in de rassen, dat het ene ras beter is dan het andere ras. Johan Hiegentlich had mij dat boek ten geschenke gegeven, toen ik een jaar of twaalf was. Johan was een jood. Een jonge vent die studeerde aan de VU, en die met een stoelpoot op zijn hoofd was geslagen door jongens van de WA. Toen is hij bij ons ondergedoken. Johan dacht natuurlijk, dat is een mooi, spannend jongensboek, dat geef ik die jongen. Dat is de absurditeit van het leven. Ik schrijf daar ook voortdurend over.''

De Bijbel. Overal te koop.

    • Martijn Meijer