Atjehers bidden massaal voor vrede

In de hoofdstad van Atjeh zijn vandaag enkele tienduizenden mensen samengestroomd om te bidden voor vrede en veiligheid in de door geweld geplaagde provincie. Leger en politie, die de separatistische Beweging voor een Vrij Atjeh (GAM) verantwoordelijk houden voor de volksoploop, hebben de mars op Banda Atjeh de afgelopen dagen met geweld gepoogd te stoppen. Daarbij zijn naar schatting 25 doden gevallen.

De massale bijeenkomst is georganiseerd door het Informatiecentrum voor een Referendum in Atjeh (SIRA). Die kreeg een jaar geleden zo'n half miljoen Atjehers op de been die in Banda Atjeh een volksraadpleging eisten over de status van de rebelse provincie. SIRA poogde deze massa-exercitie vandaag en morgen te herhalen, maar, anders dan vorig jaar, staken leger en politie hier een stokje voor. Bij wegversperringen en busstations werden konvooien uit alle delen van Atjeh tegengehouden. Banden werden stukgeschoten en enkele tientallen Atjehers die zich tegen de blokkade verzetten, werden beschoten. Mohammad Nazar (28), een doctorandus in de Arabische letteren en voorzitter van SIRA, riep Atjehers die halverwege de provinciehoofdstad waren gestrand op om niet met geweld een doorgang te forceren en te bidden in de dichtstbijzijnde moskeeën.

Vanmiddag trokken enkele honderden leden van SIRA naar de Nederlandse ambassade in Jakarta. Zij riepen leuzen als `Leve een onafhankelijk Atjeh'. Vijf betogers, onder wie een vrouwelijk familielid van een deze week doodgeschoten Atjeher, werden toegelaten tot de ambassade om hun grieven toe te lichten. Het ambassadepersoneel hoorde met enige verbazing dat SIRA, dat tot dusverre alleen voor een referendum opkwam, nu dezelfde eisen stelt als de guerrilla-beweging GAM. Nederland zou alsnog zijn oorlogsverklaring van 1873 aan het toenmalige sultanaat Atjeh moeten intrekken. Den Haag moet bovendien erkennen dat het Atjeh bij de soevereiniteitsoverdracht in 1949 ten onrechte aan Indonesië heeft afgestaan. Toen de ambassadestaf zei hierop niet te kunnen ingaan, weigerden de vijf de ambassade te verlaten.

De regering van president Wahid heeft Atjeh een vergaande vorm van autonomie beloofd, maar weigert afscheiding. In de laatste acht jaar van het regime-Soeharto zijn in Atjeh naar schatting 5.000 doden gevallen, meest burgers.

De regering kwam in mei in Davos met de GAM een `humanitaire pauze' overeen. Sindsdien zijn er onder militairen, politiemannen, burgers en GAM-leden ten minste 250 doden gevallen. Het leger staat steeds afwijzender tegen verlenging van het bestand.