Allochtone scholieren zijn progressiever

Nederlandse scholieren denken traditioneler dan Surinaamse, Antilliaanse én Marokkaanse scholieren als het gaat om de taakverdeling tussen man en vrouw in hun toekomstig huishouden en het werken van man én vrouw buitenshuis. Ook bestaan er aanzienlijke verschillen in beroepskeuzes van Nederlandse en allochtone meisjes. De laatsten kiezen minder vaak voor traditionele vrouwenberoepen zoals in de zorg.

Een en ander blijkt uit de Emancipatiemonitor 2000, een gezamenlijke studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die vandaag is verschenen.

Van de Nederlandse meisjes wil ruim 60 procent het huishouden samen doen, van de Marokkaanse meisjes ruim 70 procent. Van de Nederlandse jongens wil 40 procent het samen doen, van de Marokkaanse jongens 50 procent.

Soortgelijke verschillen doen zich voor ten aanzien van opvattingen over het werken buiten de deur. Van de Nederlandse meisjes wil gemiddeld 69 procent dat beide partners werken, bij Marokkaanse meisjes is dat 77 procent, 78 procent bij Turkse en 81 procent bij Surinaamse en Antilliaanse.

Het is de eerste keer dat dit in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemaakte overzicht van de stand van zaken in het emancipatieproces verschijnt. Het is de bedoeling voortaan elke twee jaar zo'n overzicht te maken.

Volgens het rapport kan inmiddels 40 procent van alle vrouwen worden beschouwd als economisch zelfstandig: ze hebben een eigen inkomen van ten minste 70 procent van het minimumloon, genoeg om zichzelf te kunnen onderhouden. De economische zelfstandigheid van vrouwen blijft nog wel ver achter bij die van mannen, van wie 68 procent zichzelf kan onderhouden.

Met de betrokkenheid van vrouwen bij de besluitvorming is het aanzienlijk slechter gesteld. Alleen in de politiek, de rechterlijke macht, het onderwijs en de zorgsector hebben vrouwen op enige schaal topposities weten te veroveren. In het bedrijfsleven is dat nog nauwelijks het geval, evenals in het openbaar bestuur. Het percentage vrouwen in ambtelijke topfuncties is de afgelopen twintig jaar nauwelijks toegenomen.

Een ander terrein waarop de ontwikkelingen traag verlopen is de bijdrage van mannen aan het huishouden. Bij hoger opgeleiden verloopt dit sneller dan bij lager opgeleiden en ontwikkelt zich een evenwichtiger verhouding, maar zodra er kinderen komen wordt de taakverdeling tussen man en vrouw toch vaak weer traditioneler.

ACHTERGROND: pagina 3

EMANCIPATIEMONITOR : via www.nrc.nl/Doc