Zompig dwalen

`Vijftiger' te worden genoemd, zonder dichter te zijn, is geen aanbeveling. Babyboomers die er tegenaan hikken of al `plus' zijn, associëren dat woord met bloemetjesjurken, permanentjes, kaalheid, kunstgebitten en ander ongemak waarmee niemand iets te maken wil hebben.

Dat de auteurs van het boekje `Wandelen in Noord-Hollandse landgoederen' zichzélf aanduiden als vijftigers, doet dan ook vermoeden dat zij dat zouden willen zijn, maar waarschijnlijk de zeventig al zijn gepasseerd. Waarom anders `mutsige' wandeltochten aangeprezen van drie, vijf of hooguit tien kilometer? Dat zijn toch lachertjes die afstanden, kippeneindjes!

Maar laten we onze ergernis onderdrukken, want er staan aardige wandelsuggesties in dit boekje. Landgoed De Koningshof in Haarlem bijvoorbeeld ligt in een oorspronkelijk duinlandschap met bossen. En het Middenduin in Overveen onderscheidt zich door de grote hoogteverschillen.

De ingang van Middenduin (158 ha) ligt verscholen achter een voormalige portierswoning. We volgen het pad in de richting van de zee, die overigens de gehele wandeling buiten beeld blijft. Hoog in de duinen staan twee chalets met uitzicht over het duinlandschap en waterbekkens met witte zwanen. Grote zwarte kraaien vliegen op als we langslopen. Honden zijn hier niet welkom, dus we kunnen de blik rustig op de omgeving richten. De rust wordt alleen af en toe verstoord door vliegtuigen.

De weg loopt steil omhoog in de richting van het Hoge Duin en de lage berkjes en het struikgewas maken plaats voor bos. Langs het slingerpad liggen grote stenen, begroeid met mossen. Sommige hebben sterretjes en andere lijken meer op heldergroen fluweel. Hier en daar staan paddestoelen en de grond is bezaaid met beukennootjes. Verderop in het stille bos drentelt een sjofele man. Zijn aanwezigheid doet ons even vergeten dat we inderdaad een dagje ouder zijn geworden, want onbewust hebben we er opeens flink de pas in gezet. De route van 3,5 kilometer is onverwachts snel afgelopen. Vanaf de portierswoning is het tien minuten lopen naar uitspanning Kraantje Lek, waar we nog wat nahijgen tussen de ravottende schoolkinderen. Hoe anders is Wester-Amstel, aan de rand van Amsterdam. Ooit stonden er zestig buitenplaatsen aan de Amstel, nu zijn er nog drie over: Oostermeer, Amstellust en Wester-Amstel. Wester-Amstel, nog een flink eind fietsen van het Amstelstation, dateert van 1720. Een sierlijke poort met een gietijzeren guirlande geeft toegang tot het park. Hoewel, park is een weidse benaming voor deze grote tuin. Maar `tuin' roept beelden op van borders, goed onderhouden hagen en statige paden. Laat in de herfst toont dit park vooral eindigheid, verval en de zompigheid van een eeuwenoude veenbodem.

De vijver met treurwilg versterkt de melancholieke stemming, evenals de op het pad liggende boom. Langzaam zakt hij weg in de drassige grond. Berken, eiken en kastanjebomen kijken op de bezoeker neer. Hoe moet hij verder lopen, vraagt hij zich af. Het is te koud om op het simpele bankje bij de vijver te zitten, nog afgezien van de staat van wrakheid van het zitmeubel. We keren terug en lopen door een goud omkranste bomenrij. Rechts ligt een eiland ruim voorzien van bomen. De aarde ligt bezaaid met eikels, beukennootjes en kastanjes. Tussen eik en hulst hangen slingerplanten en een hoge houtwal dempt het verkeersgeraas.

Pal aan het talud van de Amsteldijk stuiten we op een feeëriek theehuisje, een rozentuin en een kruidentuin. Het landgoedpark Wester-Amstel is een trouvaille. Dat je met een uurtje slenteren het park wel hebt gezien, doet daar niets aan af: opweinig plaatsen kun je zo dicht bij de stad zo buiten zijn. Ideaal voor een herfstwandeling met kleine kinderen.

Wandelen in Noord-Hollandse landgoederen, Louise van Delden, uitg. Buijten & Schipperheijn, prijs ƒ26,90