Zinken onder de zeespiegel

De archipel Kiribati ligt maar iets boven de zeespiegel. Bij een ander klimaat bestaat de kans dat de eilanden onder water verdwijnen.

IK LOOP OP EEN SMAL DIJKJE van koraalzand, te midden van oogverblindend tropisch landschap. Het is volle maan, dus springvloed. Rechts van mij ligt de Grote Oceaan, de forse branding komt tot stilstand net voor mijn voeten. Een merkwaardig dreigend gevoel als je weet dat het hoogste punt van Tarawa, een dichtbevolkt atol van dertig kilometer middenin de oceaan, slechts twee meter hoog is. Tarawa is het hoofdeiland van Kiribati, een eilandenrijk in de Grote Oceaan. Links is een palmenplantage te zien die duidelijk lager ligt dan de zeespiegel. Een polder in de Pacific?

Op het ministerie van milieu praat ik met Nakibae Teuatabo, de eerste inwoner van Kiribati die in de jaren zeventig een universitaire opleiding afrondde. Nakibae luidt al jaren de noodklok om te waarschuwen tegen het stijgen van de zeespiegel. Twijfel is nu niet meer mogelijk, zegt Nakibae Teuatabo, zeker niet na het laatste rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de wetenschappelijke klimaatcommissie van de Verenigde Naties en de World Meteorological Organization. De oorzaak is duidelijk gerelateerd aan de uitstoot van broeikasgassen.

,,Een flink deel van de bevolking is op de hoogte, maar wat moeten we doen'', vraagt Nakibae. ,,Dijken bouwen zoals in jullie land? Absoluut onmogelijk, onze eilanden zijn zeer lang, laag en smal, waar moet het materiaal vandaan komen? Zoveel materiaal uit de lagune halen is vragen om grotere natuurrampen, want dat zou de zeestromingen onverantwoord veranderen.''

Nakibae ziet de toekomst van de 90.000 inwoners van Kiribati somber in. ,,Wat zal er gebeuren in dit land? Al onze eilanden zullen in ieder geval veel smaller worden. Als je weet dat de breedte van de eilanden van deze archipel vaak niet meer is dan 200 meter, zie je hoeveel land er onbruikbaar zou worden. De effecten zijn er allang: afkalvende oevers, ook aan de lagunezijde, door veranderende stroming. En van de vissers hoor je dat de scholen tonijn uitwijken naar koeler water.''

Philip Hughes, waterdeskundige uit Australië, is op het koraaleiland om te helpen bij een groot watervoorzieningsproject. Het schaarse grondwater zal in de toekomst vanuit Noord-Tarawa via pijpleidingen over het eiland worden verdeeld. In Noord-Tawara is het land wat breder en de bevolkingsdruk veel kleiner. Op wat cynische toon zegt Hughes, refererend aan het rapport van het IPCC: ,,Mijn overtuiging is dat de aarde opwarmt en de zee hier zal stijgen. De best mogelijke schatting op grond van een groot mondiaal model, geeft een stijging aan tot 45 centimeter in 2050 en 59 centimeter in 2100. Er is simpelweg niets aan te doen.''

Hughes wijst op nog een effect van de stijging van de oceaanspiegel. De grondwatervoorraad, die nu al onvoldoende is, drijft nu als een bel onder het eiland, bovenop het diepere zoute grondwater. Door het stijgende oceaanwater zal het grondwater langzaam onderlangs de poreuze koraalbodem omhoog worden geduwd. Daardoor zal de drinkwatervoorraad nog veel kleiner worden. De voortekenen zijn er al, stelt het hoofd van de meteorologische dienst, Tekena. Drie jaar geleden zijn gedurende drie dagen bij springvloed de dammen die Tarawa verbinden met de enkele nabijgelegen eilanden ondergelopen.

Tekena ziet niet wat Kiribati zelf nog kan doen om de gevolgen tegen te gaan van een stijging van de zeespiegel. ,,Muren bouwen? Ach, de rijke landen die dit alles veroorzaken, zullen ons tegen die tijd dan maar moeten opnemen.'' Op de eilanden gaat het gerucht dat Tuvalu, een archipel die nog kwetsbaarder is dan Kiribati, al bij de Nieuw-Zeelandse overheid heeft aangeklopt voor bijstand als het zover is. Ook wordt gezegd dat Kiribati om diezelfde reden de Britse uitkoopsom, die het eiland 21 jaar geleden bij de onafhankelijkheid ontving, nooit heeft uitgegeven, maar degelijk op de beurs van Wall Street heeft belegd.

De veranderingen in dit deel van de oceaan worden nauwgezet gevolgd door de National Tidal Facility (NTF) van de Flinders University of South Australia (www.ntf.flinders.edu.au). De NTF, die zich baseert op een groot aantal metingen en gegevens via satellieten, signaleert in het onderzochte gebied juist een gemiddelde tijdelijke verlaging van de zeespiegel. De Australische onderzoekers wijzen er wel op dat de meetseries pas acht jaar oud zijn, en dat de risico's van het opwarmen van de aarde ook op vele andere terreinen zullen blijken.

,,Het stijgen van de zeespiegel is niet het echte gevaar van de klimaatverandering. Andere effecten zijn ten minste even bedreigend'', zegt ook geograaf Berenato, lid van het klimaatveranderingscomité in Kiribati. El Niño bijvoorbeeld, een periodiek opduikende warme zeestroom voor de kust van Peru. Dat verschijnsel veroorzaakt in de oceaan rond Kiribati een tijdelijke verhoging van de zeespiegel van 50 centimeter, met zware regen en hogere golven, en is dus bij springvloed gevaarlijk.

Atolrepublieken zoals Kiribati en Vanuatu (ten noorden van Frans Nieuw-Caledonië) zijn vooral afhankelijk van het koraal. Dat geldt zowel voor het dode koraal waaruit de eilanden bestaan als voor de strook van vaak enkele honderden meters breed levend koraal voor de kust. Dit levend koraal absorbeert de tot vijf meter hoge oceaangolven, die zeker in combinatie met springtij gevaarlijk kunnen zijn. Groeiend, gezond koraal kan zelfs de zeespiegelstijging bijhouden. Maar de gezondheid van het koraal is afhankelijk van de temperatuur. Een paar graden temperatuurstijging van de oceaan kan het koraal verzwakken en zelfs doen sterven, een verschijnsel dat bekend staat als coral bleeching.

Een andere potentiële bedreiging voor de atolrepublieken is dat de zogeheten cyclonen-gordel, die nu nog duizenden kilometers zuidelijker ligt, naar het noorden opschuift. Daarmee zouden eilanden als Kiribati en het zuidelijker gelegen Tuvalu in grote problemen komen. Tuvalu is nog kwetsbaarder dan Kiribati, volgens de Vulnerability Index. Dit is een op initiatief van de Verenigde Naties opgezet onderzoek dat de kwetsbaarheid van de eilandstaten in de regio in kaart moet brengen.

Hoewel Kiribati voor het voortbestaan grotendeels is overgeleverd aan de politieke en klimatologische buitenwereld, wordt op het eilandenrijk zelf hier en daar erkend dat ook het eigen milieugedrag te wensen overlaat. Twee bijzonder verouderde dieselgeneratoren verzorgen de elektriciteitsvoorziening op Tarawa, waarvan de bevolking in vijftig jaar is gegroeid van 2.000 naar 30.000 inwoners. Een fors deel van deze dure elektrische energie gaat naar de ontziltingsinstallatie. In dit land waar wind en zon in overvloed aanwezig zijn, wordt het gebruik van de dieselgeneratoren door velen als grote verspilling gezien.

Hoe reageren jongeren op Kiribati op de bedreigingen voor hun eiland? Een groep leerlingen op het King George V-college heeft er desgevraagd wel van gehoord, maar meer als gerucht, op de radio of zo. Na onderling beraad komen ze uiteindelijk wel over de brug: het gaat om het smelten van het ijs op de polen, en dat komt door de broeikasgassen die de rijke landen uitstoten. De gevolgen hebben ze al gezien, vertellen de leerlingen: overstromende causeways, de dammen die de eilanden verbinden, en grotere erosie aan de stranden. Een aantal scholieren heeft meegeholpen aan een actie om aan de kust weer mangrovebossen te planten. De bomen verminderen door hun lange wortels afkalving van de kust.

In Kiribati praat je niet in het openbaar over slecht nieuws. ,,Wij van Kiribati zijn als christen gewend om op God te vertrouwen'', is een veelgehoord antwoord op het eiland. President Tito van Kiribati erkent dat er meer nodig is. Aan het slot van de recente topconferentie Pacific Island Forum zei hij: ,,Als christen moet ik wel mijn vertrouwen in God stellen, maar als voorzitter van het Forum moet ik toch de rijke industrielanden met klem er op wijzen dat ze zich moeten houden aan de afspraken van Kyoto [reductie van broeikasgassen, red]''.

    • Arnoud Pollmann