Wie is een stuntelige kruk?

Het kon bijna niet uitblijven, met de feestdagen in zicht: een Big Brother-spel. Of liever: Big Brother - Het Spel, want zoiets schreeuwerigs als dit spel vraagt om een Amerikaans aandoende plaatsing van lidwoorden. ,,Het TV-spektakel thuis op tafel!'' schreeuwt de doos verder. Dat willen we wel eens meemaken, zeker met december voor de deur. Tijdens al die feestdagen hangt het gemiddelde gezin toch net zo lethargisch op de bank als de bewoners van het Big Brother-huis, wachtend tot er allerlei groepsprocessen op gang komen.

Zoals je bij Ganzenbord in de put terecht kunt komen, zo kent het Big Brother-spel `kamervakjes', `roddelvakjes' `confrontatievakjes' en `cameravakjes', allemaal met hun eigen type opdrachten. Het speelbord kent geen eindpunt. Dat betekent dat de deelnemers, net als in het tv-programma, maar wat rondsjouwen door die kamers en langs de camera's. Onderweg worden er spelers genomineerd en weggestemd, net zolang tot er nog één over is. En net als in het tv-programma beoordelen de deelnemers voortdurend elkaars karakter, en kent ook het bordspel opdrachten die te flauw zijn voor woorden, variërend van iets te drinken inschenken tot `wachten of er iemand gaat hoesten'.

Een belangrijk verschil met het tv-programma is dat de deelnemers aan de hand van die opdrachten voortdurend op elkaar moeten stemmen, en dat zo'n stem iets positiefs betekent. Slechts in tussentijdse `nominatierondes' worden deelnemers weggestemd met negatieve stemmen. Daarbij gaat het dan tussen diegenen die tot dan toe de minste positieve stemmen hebben behaald. Het is allemaal des te verwarrender omdat niet altijd duidelijk is waarom iets een positieve stem oplevert. Wie bijvoorbeeld op het vakje van de voorraadkamer terechtkomt, moet een positieve stem uitbrengen op degene die het hardst een stukje zeep nodig zou hebben. Dat is niet alleen versuffend flauw, maar ook nog eens onlogisch.

Het grootste deel van het speelbord bestaat uit `confrontatievakjes'. Wie daarop komt, moet een `positieve vraag' van een kaartje voorlezen, bijvoorbeeld: ,,Welke avontuurlijke alleseter verheugt zich in een Afrikaans restaurant op de onbekende schotels?'' Alle deelnemers stemmen dan individueel op degene op wie de vraag volgens hen het meest van toepassing is.

Daarbij komt weleens wat jaloezie voor (,,volgens mij ben ik meer een alleseter dan jij!''), maar de echte confrontaties moeten pas ontstaan in de nominatierondes, als er `negatieve vragen' worden voorgelezen om te kijken wie er wordt weggestemd. ,,Welke stuntelige kruk wil je absoluut niet in jouw jeu-de-bouleteam hebben?'' staat er dan bijvoorbeeld.

In theorie zal dit spel in sommige gezelschappen wel een hoop succes, in de zin van effect, hebben. Wie nu wel eens in versneld tempo door de jaarlijks dreigende kerstconfrontatie heen wil, terwijl zijn familieleden al jaren niet meer echt met elkaar praten, moet vooral breed grijnzend dit spel op tafel zetten en afwachten wie wie nu eigenlijk een stuntelige kruk vindt.

Maar het heeft geen enkele zin om het te spelen met goede vrienden, van het soort dat elkaar nog even hartelijk zoent ná de mededeling: ,,Ik zal er nog even over nadenken waarom ik jou eigenlijk een stuntel vind'', als daarvoor. Het enige psychologisch interessante groepsproces dat dan ontstaat, is een sfeer van `wij met z'n allen tegen het spel'.

Want op het spel valt genoeg aan te merken. Het is flauw, maar los daarvan begunstigt het ook een bepaald type deelnemer. Wie nogal meegaand is, maar wel nieuwsgierig, en wel grappig maar niet té leuk, krijgt gewoon de meeste stemmen – zo zijn de positieve en negatieve vragen geformuleerd. Extreme karaktereigenschappen worden afgestraft, net als op tv, terwijl die in het echte leven natuurlijk het mooist zijn.