`Wie die Palestijnen vertrouwt, is gek'

Door de hernieuwde Palestijnse opstand zijn veel Israëliërs in verwarring geraakt. Ze zijn bang en argwanend, maar blijven voor vrede. Een rondgang over de Tel-Avivse Carmelmarkt.

Een joodse vrouw snelt door de smalle straatjes van de grote Carmelmarkt in het centrum van oud-Tel Aviv. Ze is bang dat ook hier een bom ontploft, zoals vorige week in Jeruzalem. ,,Maar ik heb geen keus'', zegt ze. ,,Hier is alles goedkoper en ook vers.'' Ze is te zenuwachtig om even rustig te praten. ,,Ik ben tegen een Palestijnse staat. Wie die gasten vertrouwt, is gek.''

,,Mijn omzet is sedert het begin van dat gedonder met de Palestijnen met vijftig procent gedaald'', zegt een 33-jarige banketbakker die zijn bedrijfje op een strategisch punt van de markt drijft. ,,Mijn twee Arabische arbeiders uit Hebron heb ik naar huis gestuurd. Ik heb gewoon geen werk voor ze. En als ze terugkomen, wil ik ze ook niet meer hebben. We hebben het vertrouwen in de Arabieren verloren. Trouwens, de mensen geloven ook niet dat die gewapende soldaten daar op de hoek echt instaan voor de veiligheid op de markt. Ik werk hier. Maar mijn kinderen moeten hier wegblijven.''

De bakker is voorstander van een kleine Palestijnse staat. ,,Maar dan moet het wel eerst een poosje kalm zijn'', zegt hij. ,,Wat mij betreft, komt die staat in de Gazastrook. Daar zitten ze lekker opgesloten. Niet op de Westelijke Jordaanoever. Dat is te dichtbij.''

Een oude man met een gerimpeld pioniersgezicht koopt bij de bakker een doosje koekjes, diens eerste klant in twee uur. ,,Ik ben niet bang voor de Arabieren'', zegt de oude man. ,,Ik heb vóór 1948 al tegen ze gevochten en later ook als officier in ons leger. Ik heb er geen moeite mee dat de Palestijnen hun staat krijgen. Wij hebben toch ook voor onze staat (Israël) gevochten. Maar van opgave van alle gebieden (veroverd in 1967) kan geen sprake zijn.'' Een arts die dertig jaar geleden uit Roemenië naar Israël kwam, meent dat er nooit vrede met de Palestijnen zal zijn. ,,Als je ze een vinger geeft, nemen ze de hele hand.'' Hij wijst met zijn hand in de richting van de zee. ,,Daar willen ze ons verzuipen.''

Bij een stalletje met verse vruchtendranken is de verkoper wat optimistischer. ,,De mensen beginnen aan de situatie te wennen. Langzaam komen ze weer terug naar de markt.'' Wat verderop zegt een lerares geschiedenis dat ze echt bang was om naar de markt te gaan. ,,Maar ik besloot toch te gaan omdat we de andere partij moeten laten zien dat we ons niet laten imponeren.'' Een handelaar in lippenstift en parfum mengt zich in het gesprek. ,,Ik ben in Israël geboren'', zegt hij. Hij scheldt op corrupte Palestijnen, op de kliek uitzuigers rond Arafat. Daarna zegt hij voor een Palestijnse staat te zijn en vaart hij uit tegen de joodse nederzettingen die als graten in de keel van de Palestijnen zitten. Hij brengt zelfs enig begrip op voor de Palestijnse massa die twee Israëlische soldaten in Ramallah lynchte. ,,Het is verschrikkelijk wat ze hebben gedaan, maar die Palestijnen worden natuurlijk gek van onze lange bezetting. Wij doen toch ook verschrikkelijke dingen tegen de Palestijnen? De moordpartij die Baruch Goldstein in de moskee in Hebron aanrichtte, was dat ook niet beestachtig?'' Hij concludeert dat coëxistentie tussen Israël en de Palestijnen mogelijk moet zijn. ,,Dat moet wel, want we zijn hier maar met vijf miljoen joden, met 200 miljoen Arabieren om ons heen. Als die allemaal gaan marcheren, vermorzelen ze ons.''

In een café vlakbij de markt heeft een serveerster sedert het begin van de intifada weinig te doen. En ze peinst er niet over om naar Jaffo, een paar kilometer zuidelijker, te gaan, waar Arabieren de zaak uit solidariteit met de Palestijnen op stelten hebben gezet. De handelaar in lippenstift doet dat ook niet. ,,Om ze te straffen'', zegt hij. Zelfs op een stralende herfstdag zijn de visrestaurants aan de kade van de oude haven van Jaffo dan ook opvallend leeg.

De vredesindex over de maand oktober, die deze week door de Tel-Avivse universiteit werd gepubliceerd, weerspiegelt de verwarring op de Carmelmarkt. Na vijf weken intifada gelooft 73 procent van de Israëlische joden dat het Palestijnse zelfbestuur geen belang heeft bij vrede met Israël. Yasser Arafat wordt door 71 procent in toenemende mate als een terrorist gezien. Zeven procent geeft hem nog de status van staatsman. Twee jaar geleden beschouwde 41 procent van de joden Arafat als terrorist, terwijl 26 procent in hem een staatsman zag.

Gelijktijdig wijst deze peiling uit dat 71 procent van de Israëelische joden nog steeds voor voortzetting van het vredesproces met de Arabieren is, al steunt slechts 35 procent de akkoorden van Oslo met de Palestijnen. Zo laag heeft deze index nog niet gestaan. De opiniepeilers van de universiteit van Tel Aviv concluderen dat de resultaten van de laatste peiling de verbijstering van de Israëliërs over de gebeurtenissen van de laatste weken uitdrukken.