Wachtlijsten voor gehandicapten korter

De wachtlijsten in de gehandicaptenzorg zijn in de eerste acht maanden van dit jaar met ongeveer een kwart korter geworden. De helft van deze `winst' komt voor rekening van een zorgvuldiger registratie, voor de rest is de verkorting het gevolg van meer hulp. Naar schatting wachten nog zo'n 16.000 gehandicapten op hulp. Zeker eenvijfde daarvan krijgt al wel hulp, maar niet altijd de hulp die men wenst.

Dit blijkt uit de rapportage die de `task force aanpak wachtlijsten' gisteren aan staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) heeft aangeboden. De onderzoekers hebben in de afgelopen maanden bij iedereen op de wachtlijsten laten nagaan welke hulp deze nodig hebben, wat de urgentie ervan is (veel ouders laten hun kinderen bij wijze van voorzorg al vroeg op een lijst zetten) en of ze op meerdere lijsten voorkomen.

De komende tijd wordt ook in de gehandicaptenzorg de indicatiestelling (het bepalen van de benodigde hulp) bij onafhankelijke deskundigen ondergebracht. Nu gebeurt dat nog door de hulpverleners zelf. Eerder werden voor de verpleeg- en verzorgingshuizen en bij de thuiszorg onafhankelijke `indicatieorganen' in het leven geroepen. Vliegenthart laat bovendien nagaan of de gehandicapten die al in een inrichting zijn opgenomen, deze relatief zware hulp ook nodig hebben. In de praktijk blijkt dat vaak met lichtere zorg kan worden volstaan. Ook komt er een onderzoek naar de verschillen die er, net zoals in de ouderenzorg, in de omvang van wachtlijsten en de lengte van wachttijden bestaan.

Volgens Vliegenthart is niet zeker of al op korte termijn de wachttijden tot een aanvaardbare omvang kunnen worden beperkt. Dit hangt onder meer af van de beschikbaarheid van personeel en of er veel moet worden gebouwd. Ze verwacht wel dat in 2003 overal de wachttijden tot de afgesproken norm zijn bekort.