Vreugde en tranen na `rapport' Brussel

De Oost-Europese kandidaat-leden van de EU reageren even gedifferentieerd over het voortgangsrapport van de Europese Commissie als dat rapport hen beoordeelt.

Hongarije en Polen jubelen, Tsjechië weet niet goed of het moet lachen of huilen, Slovenië en Slowakije houden zich op de vlakte, Bulgarije en Roemenië voelen zich gekrenkt. Het voortgangsrapport van de Europese Commissie is niet voor alle kandidaat-lidstaten geworden wat ze zich ervan hadden voorgesteld.

In dertien dikke rapporten tekent de Commissie precies op welke vorderingen de kandidaat-lidstaten het afgelopen jaar hebben gemaakt. De Commissie onderscheidt economisch gezien verschillende groepen. Cyprus en Malta zijn rijp voor de EU, Estland, Hongarije en Polen bijna rijp, Tsjechië en Slovenië iets minder rijp, Letland, Litouwen en Slowakije op de goede weg (maar nog een eind te gaan), Bulgarije moet nog heel ver gaan en Roemenië is de trieste hekkensluiter met ,,te weinig vorderingen''.

Hongarije jubelt omdat het gekregen heeft wat het wilde. ,,Dit is het beste rapport dat we ooit gekregen hebben'', reageerde János Martonyi, minister van Buitenlandse Zaken. Het land zit samen met Estland en Polen in de eerste groep en heeft het gevraagde houvast gekregen over hoe het nu verder moet met de onderhandelingen in de vorm van de `routebeschrijving'. Bovendien heeft Hongarije de zekerheid gekregen dat het land zich geen zorgen hoeft te maken over Polen. Boedapest was bang dat Polen op zich zou laten wachten en daarmee de hele uitbreiding in gevaar zou kunnen brengen.

Maar Polen zit dus ook in de groep van koplopers. De zucht van verlichting was in heel Midden-Europa te horen. Vorig jaar was de Commissie nog buitengewoon kritisch geweest over de Poolse vorderingen. Het afgelopen jaar werd herhaaldelijk gespeculeerd over het achterop raken van Polen. Vorige week durfde Jacek Saryusz-Wolski, de gedreven coördinator achter de toetreding, niet te geloven dat de Commissie Polen bij naam en toenaam in de eerste groep zou noemen. Maar dat deed de Commissie dus wel en de Poolse inspanningen van het afgelopen jaar werden aldus beloond.

In een commentaar schrijft het dagblad Rzeczpospolita vandaag dat de inspanningen aan Poolse kant zin hebben gehad en dat ,,het Westen eindelijk begrijpt dat uitbreiding van de Europese Unie zonder Polen niet mogelijk is''.

Hongarije, Polen en Estland feliciteren zichzelf dat ze in de eerste groep zitten – Tsjechië mokt dat het in de derde groep zit. Het heeft zich het afgelopen jaar net zo ingespannen als Polen om verloren terrein in te halen en dacht daar eveneens voor beloond te worden. Het Tsjechische rapport is inderdaad positiever dan het vorige, maar terug in de kopgroep is het land nog niet. Pavel Telicka, de Tsjechische onderhandelaar, is ronduit teleurgesteld: ,,Ik zie geen enkel argument voor onze beoordeling.''

Het toonaangevende dagblad Mlada Fronta Dnes zegt het minder diplomatiek. ,,Als het gaat om onze wetgeving en hervorming van de rechterlijke macht, dan heeft Brussel gelijk dat we achterliggen. Maar er is geen Tsjech die zal geloven dat de markteconomie hier minder sterk is dan in Polen, of dat Hongarije wat dat betreft verder is dan Slovenië. Wie dit beweert maakt zichzelf belachelijk. Dat heeft de EU gedaan.'' Het linkse dagblad Pravo vraag zich zelfs af of het rapport een ,,gemene truc is van Brusselse bureaucraten om alibi's te vinden om de toetreding van nieuwe lidstaten op de lange baan te schuiven''.

Ook Bulgarije vindt dat het beter verdiend had. President Stojanov zei dat het rapport lang niet alle prestaties van zijn land had bekeken. Ook premier Kostov was het niet eens met de conclusie van de Commissie dat zijn land nog geen echte markteconomie zou zijn. Bulgarije kreeg met name harde kritiek voor het feit dat `corruptie een groot probleem blijft' en `de rechtsstaat ver achter blijft bij de standaard van de EU'.

Roemenië dat in de rangorde van de Commissie nog ver achter Bulgarije werd geplaatst, laat de kritiek gelaten over zich heenkomen. Premier Isarescu reageerde plichtmatig dat zijn land alles zal doen om de achterstand in te halen. Eind deze maand kiest Roemenië een nieuwe president en een nieuw parlement. Alles wijst er op dat de hervormer Isarescu zal verliezen van de ex-communist Ion Iliescu. Die heeft al gezegd dat hij een deel van de hervormingen en privatiseringen die de laatste jaren zijn doorgevoerd, zal terugdraaien. Roemenië weet zelf het beste dat het ver achter ligt.

    • Renée Postma