Vluchtelingen in Angola als oorlogswapen

Zowel de Angolese regering als de rebellengroep Unita gebruikt de bevolking als wapen in de burgeroorlog die al 25 jaar duurt. Westerse landen en de Verenigde Naties helpen die terreur te verhullen door ten onrechte te doen alsof de situatie in het land zich stabiliseert.

Dat is de teneur van een rapport dat de organisatie Artsen zonder Grenzen vanochtend heeft gepresenteerd. Het rapport heet `Achter de façade van de `normalisering': manipulatie, geweld en in de steek gelaten bevolkingsgroepen'. Het verschijnt aan de vooravond van 25 jaar onafhankelijkheid in Angola die zaterdag wordt gevierd.

,,Aanvallen, het gedwongen betalen van oorlogsbelasting, treiteren, plunderen'' waren voor de elf miljoen Angolezen al een deel van het dagelijks leven geworden, schrijft Artsen zonder Grenzen. Maar sinds de strijd in december 1998 weer is opgelaaid, heeft het geweld tegen de bevolking zich sterk verhevigd. Toch doet de regering van de Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola (MPLA) alsof de orde in het land zich heeft hersteld sinds ze de rebellen van de Unita in de verdediging heeft gedreven. Ze dwingt grote groepen om weer terug te keren naar hun oorspronkelijke gebieden. Daarbij wordt ze geholpen door VN-organisaties. Maar die gebieden zijn niet veilig. De regering gebruikt de volksverhuizing als wapen in de strijd.

Volgens het rapport zien beide partijen het verdrijven en opjagen van mensen als deel van hun oorlogsstrategie. Ze zetten hen op transport of dwingen hen om met de troepen mee te gaan. Vluchtelingen worden ,,letterlijk tentoongesteld in humanitaire `etalages', in het gunstigste geval om maximale toegang tot hulpfondsen te garanderen, in het ergste geval om de goedkeuring te krijgen van de internationale gemeenschap''.

De prijs die de bevolking voor de burgeroorlog betaalt is gigantisch, zegt Artsen zonder Grenzen. Zeker 800.000 mensen zijn de afgelopen 25 jaar gestorven, 2,6 miljoen mensen zijn ontheemd geraakt. Zowel de regering als de rebellen maken zich schuldig aan extreme vormen van geweld tegen de bevolking.

Volksverhuizingen hebben recent ook geleid tot een ernstige voedselcrisis en een alarmerende verslechtering van de gezondheidszorg. ,,De Angolese autoriteiten demonstreren een totaal gebrek aan belangstelling in de gezondheid van hun volk'', aldus het rapport. In sommige steden is een vijfde tot een derde van de bevolking ondervoed. Kindersterfte neemt dramatische vormen aan. In de delen van het land die door Unita worden gecontroleerd, is geen enkele vorm van humanitaire hulp.

Schendingen van de rechten van de mens zijn in Angola erger dan in veel andere Afrikaanse landen. Regeringspartij MPLA onderdrukt de oppositie, maakt zich op grote schaal schuldig aan corruptie en muilkorft de pers. Maar landen als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië onthouden zich van kritiek op Angola omdat het land hard op weg is de belangrijkste olieproducent te worden van het continent.