Verknocht aan de klimop

In Engeland is het heel gewoon om dochters naar planten te noemen. Namen als Rosemary en Primrose zijn er heel gewoon. Ook in Nederland neemt het gebruik van Britse namen toe, maar ik moet hier de eerste Holly en Ivy toch nog ontmoeten. Dergelijke botanische namen worden uitsluitend aan vrouwen toebedeeld, hoewel ik het niet vervelend zou vinden om Ivy – Klimop – te heten. Klimop van de Kaa – het allitereert mooi en het klinkt voornamer dan mijn huidige naam. Ook de Latijnse naam van klimop, Hedera helix, kun je altijd weer met plezier van de tong laten rollen.

Ik ben verknocht aan klimop. Ik ken geen andere plant die altijd mooi is – 's zomers en 's winters, in motregen en wind, tegen een muur of op een pergola. De hardste contouren kunnen door klimop worden verzacht. Het feit dat een plant 's winters groen blijft, wordt altijd als een verdienste gezien. Maar veel van die evergreens stemmen in de wintermaanden niet bepaald vrolijk. Neem bijvoorbeeld de rododendron. Die blijft groen, hoe hard het ook vriest. Maar het blad van die struik verliest 's winters zijn glans en als het een paar graden vriest dan hangt het zo treurig naar beneden dat je zou wensen dat het maar snel van de takken viel. Klimop heeft daar geen last van. Wat voor weer het ook is – het blad glimt je altijd even vrolijk tegemoet. Daarnaast is klimop de meest plooibare tuinplant die ik ken; je kunt haar toepassen als klimplant, als bodembedekker, als haag of als vrijstaande heester. Zelfs de vermaledijde rozenboog wordt bijna acceptabel als hij niet door rozen, maar door klimop wordt begroeid. Tot slot is klimop een botanisch mirakel, omdat de plant twee verschillende verschijningsvormen kent: een jeugdfase en een volwassen fase. Tijdens de groei maakt klimop een duidelijke metamorfose mee. In haar jeugd kan de plant niet op eigen benen staan, maar slechts kruipen en klimmen. Het blad van de jonge klimop vertoont drie duidelijke punten of lobben. De jeugd van de plant kan eeuwig duren. Zolang er maar onbeperkt gekropen of geklommen kan worden blijft de jeugdfase bestaan. Maar toch komt er bijna altijd wel een moment waarop het einde van een boom, een paal, of een muur bereikt is. Dan verandert het blad van de klimop van vorm; het wordt min of meer ruitvormig en de plant begint zijtakken te maken. De lengtegroei houdt op en vanaf dat moment zal de plant ieder jaar bloeien. De plant is volwassen. Klimop bloeit in het najaar en de kleine groene bloemen staan in een bolrond scherm. De stervormige bloempjes zijn onopvallend, maar trekken desondanks een ongehoorde hoeveelheid insecten. Bijen, hommels, wespen, hoornaars, zweefvliegen, bromvliegen en vlinders, kortom alles wat zweven, brommen, vliegen of fladderen kan, haast zich naar de bloeiende klimop. Na de bloei, in oktober en november, verschijnen de groene bessen, die pas in het volgende voorjaar naar blauwzwart verkleuren. En dan begint het gefladder opnieuw; ditmaal zijn het de houtduiven die zich aan de bessen van de klimop tegoed doen, hetgeen met veel wiekgeklap gepaard gaat omdat de takken van de klimop onder de dikke lijven van de duiven bijkans bezwijken.

Bij architecten en woningbouwverenigingen staat de klimop in een kwade reuk. Sommige bouwmeesters beweren dat klimop de voegen van gebouwen kan aantasten. Ooit was dat misschien waar, in de tijd waarin er nog met kalkmortel werd gemetseld, maar de metselaar gebruikt nu al bijna een eeuw lang de klimop-bestendige Portlandcement. Duits onderzoek wijst uit dat een begroeiing van klimop muren droog houdt en bovendien beschermt tegen extremen van warmte en kou. Wie zijn muur met klimop laat begroeien, kan tot 3 procent op zijn stookkosten besparen. Het verdient aanbeveling om de klimop niet tot aan de dakgoot te laten doorgroeien, maar om de plant bijtijds tot stoppen te dwingen.

Naast klimklimop bestaat er struikklimop, een heestertje dat ontstaat als de volwassen klimop wordt gestekt. In dat geval slaat de plant haar jeugd over en ontstaat er meteen een volwassen klimopstruik die niet kan klimmen. Deze struikklimop, Hedera helix `Arborescens', die stevig op zijn eigen stammetje staat, is de lieveling van alle bloemschikkers. Met een paar takken van de struikklimop valt ieder ordinair bosje bloemen om te toveren in een boeket met allure. Mijn favoriete klimop is de dichtersklimop, Hedera helix f. poetarum, een vorm uit Italië met oranje bessen in plaats van blauwzwarte. Jammer genoeg vallen de duiven al aan als de bessen nog maar net beginnen te kleuren. Is de houtduif eigenlijk beschermd?