STOCKHAUSEN

Vier jaar oud was Markus Stockhausen toen hij voor het eerst het podium deelde met zijn beroemde vader, componist Karlheinz Stockhausen. Stockhausen junior koos echter niet voor een carrière in de moderne gecomponeerde muziek maar bekwaamde zich op de jazz-trompet. De familie-achtergrond liet zich echter niet ontkennen: Stockhausens met wereldmuziek, vrije ritmes en theatermuziek doorspekte jazz is op zijn zachts gezegd onorthodox. Op zijn debuut Cosi Lontano ... Quasi Dentro uit 1988 bleek hij niet zo goed uit de voeten te kunnen met een conventioneel jazzkwartet en sindsdien maakte hij vooral platen met kleinere of veel grotere groepen. In bassist Arild Andersen, drummer Patrice Héral en gitarist Terje Rypdal stuk voor stuk muzikanten die gepokt en gemazeld zijn in het Europese improvisatiewereldje – vond hij echter zijn geestverwanten en durfde hij het weer eens aan met een kwartet. Karta is het debuutalbum van het viertal.

Karta beluisteren betekent ondergedompeld worden in een opeenvolging van sferen. In breed uitgesponnen collectieve improvisaties rijgt het kwartet ijle melancholie, angstaanjagend gedonder en impressionistische vegen klankkleur aan elkaar. Met samplers, effectpedalen en harmonisers worden de partijen gestapeld, vertraagd en gemuteerd. Gelukkig weten de muzikanten maat te houden bij het inzetten van hun elektronische gadgets zodat het album niet ontaardt in een ongedefinieerde klankenwolk. Bovendien zorgen Andersens gespierde basloopjes en Hérals rake drumwerk voor een stevige verankering van het groepsgeluid. En Stockhausen speelt bij tijd en wijle jazzier dan ooit.

Stockhausen/ Andersen / Héral/ Rypdal: Karta (ECM, 1704 543 035-2) Distr. Universal.