Spigt & Hoff, voor uw spijkerharde procedures

Leo Spigt en Jerry Hoff, twee bekende advocaten in het ondernemingsrecht, beginnen een eigen kantoor. Ze willen niet langer geruisloos schikken, maar ,,spijkerhard procederen''.

Ze willen ,,terug naar het metier'' en weer in de rechtszaal verschijnen. Deze week verruilen advocaten Leo Spigt en Jerry Hoff het grote advocatenkantoor Loyens & Loeff voor een eigen kantoor, dat ze openen in Amsterdam. Ze willen niet alleen achter de schermen werken als adviseur voor bedrijven, zoals de meeste fiscalisten en advocaten in het ondernemingsrecht volgens hen doen. ,,Advocaten en fiscalisten vermijden tegenwoordig conflicten, ze schikken alles, ook belastingzaken. Wij gaan het anders doen: goedschiks als het kan, kwaadschiks als het moet.''

Door de komst van Engelse advocatenkantoren is de concurrentie in de Nederlandse advocatuur de laatste paar jaar verscherpt — een beter moment om een nieuw kantoor te beginnen is er niet, vindt Spigt. Bovendien worden de meeste kantoren almaar groter door fusies – het Nederlandse Allen en Overy, De Brauw en Linklaters, Stibbe, Nauta Dutilh. Spigt en Hoff willen juist een klein kantoor vestigen dat binnen een jaar moet uitgroeien tot hooguit dertig advocaten en fiscalisten. Het werkterrein: uitsluitend ondernemingsrecht. ,,In de grote kantoren is steeds minder persoonlijke aandacht. Wij willen met een kleine groep werken, die elkaar kent. Zodat je weet voor en met wie je je inspant. Ik denk dat cliënten dat ook waarderen.'' Alleen Trenité van Doorne kondigde twee weken geleden aan zich op te splitsen in twee kleinere kantoren.

Spigt maakte naam als raadsman van oud Begemann-topman Joep van den Nieuwenhuyzen, die in 1996 werd vrijgesproken van misbruik van voorkennis op de beurs. Begin jaren negentig was Spigt deken van de orde van advocaten, 25 jaar geleden begon hij in de sociale advocatuur. Hoff is bekend van onder meer de Content- en de Nusse-Brink-affaires. Samen werven ze nu andere compagnons.

De advocatenkantoren die lucratieve adviesopdrachten willen van grote bedrijven procederen zo min mogelijk, stelt Spigt vast. ,,Ze vinden dat werk financieel niet interessant genoeg. Ze willen ook uit de wind blijven. Wij houden wel van een storm. Toen ik advocaat werd, begin jaar zeventig, procedeerde iedereen. Bovendien wordt de Nederlandse advocatuur beïnvloed door de Engelse cultuur: in Engeland mogen sollicitors van kantoren als Freshfields en Clifford Chance niet procederen, dat kunnen alleen de barristers.''

Spigt verwacht dat in Nederland meer zaken komen als de Amerikaanse class action, procedures tegen of uit naam van een groep; gedupeerde aandeelhouders die bijvoorbeeld massaal een bedrijf aanpakken. Hij ziet ook het aantal voorkenniszaken groeien, net als de claimcultuur. ,,Mensen zoeken steeds vaker schuld bij een ander als iets verkeerd uitpakt. Ik vind dat niet altijd een goede ontwikkeling, maar het is wel zo. Bij ons hoef je niet te vragen of we een leger advocaten voor een due diligence (boekenonderzoek) willen vrijmaken. We willen als adviseur, veel sneller dan nu gebeurt, aanraden te vechten, spijkerhard te procederen – als dat een reële optie is. Dat kan cliënten veel geld schelen.''

Een andere oorzaak voor de weerstand tegen procederen is volgens Spigt de hoogconjunctuur. ,,Veel bedrijven hebben financieel de ruimte om snel te schikken. Ze hoeven het onderste niet uit de kan te halen.'' Het enige dat advocaten onderscheidt van andere juristen is hun recht als raadsman in de rechtszaal op te treden. Spigt: ,,Daar moeten we gebruik van maken. Je moet weten hoe een rechter zou kunnen oordelen om het beste uit een onderhandeling te halen. Je moet een proces achter de hand hebben om op je strepen te kunnen staan, dat zijn je kettingen om mee te rammelen.''

Zijn cliënten neemt Spigt mee van zijn huidige kantoor Loyens & Loeff. Uit Curaçao – waar hij een kantoor oprichtte – en uit Nederland. Spigt: ,,Juist als een conflict speelt, willen cliënten eerder een bepaalde vent dan een bepaalde tent.''

    • Frederiek Weeda