Muziekonderwijs van grote allure

De Kees van Baaren Zaal van het Koninklijk Conservatorium vult zich langzaamaan met een jong internationaal publiek. Engelse, Amerikaanse, Nederlandse, Portugese en Spaanse gesprekken vloeien door elkaar heen. De hele wereld lijkt hier vertegenwoordigd. Als iedereen heeft plaatsgenomen, verschijnen Maria Alves en Maarten Hillenius op het podium. Applaus zwelt aan. De zestig aanwezige muziekliefhebbers kennen de zangeres en haar begeleider en wensen hun alle succes ter wereld toe. Maria Alves legt nu haar rechterwijsvinger tegen haar lippen en maant ons met flonkerende ogen tot stilte. En voordat we het in de gaten hebben, is het eindexamen van de Portugese sopraan begonnen en klinken Susanna's recitatief en aria `Deh vieni, non tardar' uit Mozarts Nozze di Figaro.

Tegen het eind van het examenprogramma, als tal van hoogtepunten uit de muziekgeschiedenis van de afgelopen tweehonderd jaar zijn uitgevoerd, verschijnen twaalf andere zangeressen op het podium. Vijf komen er uit Nederland, de andere zeven luisteren naar namen als Valeria Mignaco, Orlanda Prates Velez, Silvia Martinho. Samen met de ster van vanmiddag zingen ze een `Canção de Pastora' van een 20ste-eeuwse componist uit Portugal, L. Freitas Branco. Het publiek waant zich allang niet meer in de door slagregens geteisterde hofstad, maar op een marktplein in Lissabon of Braga. Het is een zoele zomeravond, de zon is net onder. Iedereen is verliefd.

,,De wereld van de kunst kent geen grenzen'', zegt Jos Herfs, adjunct-directeur van het Koninklijk Conservatorium. ,,Wij vinden hier dat kunstinstellingen internationale instellingen moeten zijn. Als iemand goed genoeg speelt, is hij bij ons van harte welkom.''

Als gevolg van dat liberale toelatingsbeleid komt tegenwoordig meer dan de helft van de 800 studenten van het Koninklijk Conservatorium uit het buitenland. Bijna 200 daarvan zitten op de barokafdeling, die voor 95 procent uit buitenlanders bestaat en waar vermaarde docenten lesgeven als blokfluitist Frans Brüggen, componist Louis Andriessen en klavecinist Ton Koopman.

,,Nederland loopt in de wereld voorop in de muziekbeoefening'', vertelt Herfs. ,,Docenten van ons conservatorium zwerven over de hele aarde. Als Ton Koopman op tournee is geweest in Japan, is het gevolg daarvan dat een Japanse klaveciniste hier komt studeren.''

Nu is het niet zo dat al die buitenlandse studenten in een comfortabel nest vol subsidieregelingen belanden. In eerste instantie moeten ze vrijwel alles zelf bekostigen. Herfs: ,,Mensen uit Zuid-Amerika of Oost-Europa hebben vaak jarenlang gespaard om hierheen te kunnen komen.''

En als ze eenmaal in Nederland zijn, moet de volgende horde worden genomen: het bemachtigen van een verblijfsvergunning. Het Haags conservatorium heeft aparte medewerkers in dienst die studenten helpen bij het doorlopen van de ingewikkelde ambtelijke procedures of bij het verwerven van een EU-studiebeurs.

Sommige groepen buitenlandse conservatoriumstudenten kunnen makkelijker aanspraak maken op subsidies dan andere. Zo bestaat er een door de overheid ingesteld stimuleringsbeleid voor studenten uit Zuidoost-Azië en zijn er voorzieningen voor asielzoekers.

Nederland als koploper in het internationale muziekonderwijs. Het klinkt als een Fremdkörper in een onderwijssysteem dat al jarenlang in verval is. Volgens Nico Smit, hoofd docentenopleidingen aan het Koninklijk Conservatorium, heeft de positie van zijn school alles te maken met de specialisaties die er worden gegeven. Behalve de barokmuziek zijn dat jazz, sonologie en compositie, afstudeerrichtingen die wereldwijde faam genieten. Een andere oorzaak van de grote aantrekkingskracht van het Haagse conservatorium op buitenlandse muziekstudenten zijn de hoge toelatingseisen. Smit: ,,Buitenlanders moeten er meer voor overhebben om in Nederland te komen studeren.''

Het had niet veel gescheeld of er was een einde gekomen aan de toestroom van over de grenzen toen het ministerie van OCenW studenten uit het buitenland veel meer collegegeld wilde laten betalen. Maar volgens Smit is dat na veel politiek gelobby niet doorgegaan. Dat wil niet zeggen dat de situatie voor de komende jaren rooskleurig is. ,,Er is een voortdurend beleid van bezuinigingen in het muziekonderwijs'', zegt Smit. ,,Echt leuke dingen, zoals een groot project waarbij we eens in de twee jaar een beroemde componist uitnodigen om hier gastdocent te zijn, kunnen we niet meer doen.''

Ook zijn de opleidingen in het kunstonderwijs in het kader van de herstructurering van het HBO teruggebracht van vijf naar vier jaar, wat ten koste gaat van de kwaliteit. Want om een muziekinstrument goed te kunnen bespelen, moet je nu eenmaal vaak oefenen. En hoe langer je dat doet, hoe beter het klinkt. Niet voor niets zijn beroepsmusici altijd aan het repeteren.

Maar als de bezuinigingen in omvang toenemen, wordt het voor het Koninklijk Conservatorium steeds moeilijker om een culturele broedplaats van internationale topkwaliteit te blijven. Al het door de overheid zo aangemoedigde internationaliseringsbeleid ten spijt. En dat zou jammer zijn, want het is toch vrij bijzonder dat Nederland behalve goede voetballers en zwemmers ook veel briljante musici aflevert. Een betere invulling van het streven van minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken om Nederland internationaal `op de kaart te zetten' kun je je niet voorstellen.

Nu is het onzin te denken dat de huidige bezuinigingen iets te maken hebben met een minachting van het kabinet voor alle uitingen van cultuur en onderwijs die met hun kop boven het maaiveld uitsteken. Nee, het is hoogstens een kwestie van prioriteiten stellen. En die prioriteiten liggen in Nederland nu eenmaal bij het gezondhouden van de economie, met al het daartoe benodigde kunst- en vliegwerk. Muziekonderwijs speelt daarbij geen rol van betekenis, zelfs niet als het over internationaal bewierookte kwaliteiten beschikt.

Maria Alves heeft zich er gelukkig niets van aangetrokken. Zij is die middag met vlag en wimpel geslaagd.