Leerlingen bloeien op als ze een vak leren

Het vmbo worstelt met een beroerd imago. Premier Kok en staatssecretaris Adelmund namen gisteren een kijkje in de `afvalbak van het onderwijs'.

Soms zeggen andere kinderen wel eens smalend tegen Sylvia Korthof (15): ,,Zit jij op het vmbo?'' Vooral gymnasiumklantjes hebben daar een handje van. Die voelen zich zeker beter dan mij, zegt Sylvia. Ze kan er niet mee zitten. ,,Ja, nou en?'', antwoordt ze dan. ,,Je neemt me maar zoals ik ben!''

Ze zit samen met haar vriendin Nadine de Kroon (14) in de kantine van het Noordzee College, locatie vmbo (samenvoeging van vbo en mavo) in Haarlem. Sylvia doet de vakrichting verzorging. Ze vindt de praktijkvakken, zoals koken, het leukst. Nadine volgt de vakrichting uiterlijke verzorging. Ze wil later kapster worden. De les haarverzorging, waarbij ze het haar van klasgenootjes kan invlechten, vindt ze het leukst. Ze heeft ook al eens het haar geknipt van een oefenpop.

Premier Kok en staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) waren op bezoek bij het Noordzee College. Kok wilde het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de praktijk zien. Trots leidt directeur Frans Schelvis het tweetal rond. Glunderend staat hij in het houtbewerkinglokaal waar leerlingen ijverig houten peuterstoeltjes en tafeltjes in elkaar zetten en schuren. Dan rent hij verder door de stenen gangen van het oude gebouw naar de volgende praktijkruimte. Buiten het lokaal ruik je het al. Hier staat een groep meisjes zij aan zij achter een rij fornuizen in een eigen pannetje gebonden tomatensoep te roeren. Straks mogen ze die zelf opeten, vertellen ze.

Het enthousiasme van de directeur kan de problemen van het vmbo niet verhullen. Het grootste knelpunt is het beroerde imago van de opleiding, zegt Schelvis. Zestig procent van alle leerlingen (meer dan 500.000) gaat na de basisschool naar de mavo of het vbo, nu samen vmbo. Maar ouders zien het voornamelijk als een afvalbak, zegt Schelvis. ,,Ze komen met Jantje en zeggen: `Ja, hij kon echt niet beter, dus brengen we hem maar hier.' Kun je nagaan met wat voor een motivatie een jongen of meisje bij ons begint.''

Om de zeer gemêleerde grote groep leerlingen op te vangen, zijn er vier verschillende niveaus. De zogenoemde theoretische leerweg (de oude mavo), twee `beroepsbegeleidende' leerwegen die opleiden in een bepaalde richting (bijvoorbeeld horeca of handel) en een tussenvorm, de gemengde leerweg. Zo staat het althans in de nota's van het ministerie van Onderwijs.

In werkelijkheid zijn er maar weinig mavo's die zin hebben om de theoretische leerweg van een vmbo te worden. Ouders mikken het liefst zo hoog mogelijk voor hun kinderen: vwo heeft meer status dan havo, mavo heeft meer status dan vbo. Dus blijven de mavo's liever zelfstandig of zoeken ze aansluiting bij een havo/vwo-school. André van Zon, directeur onderwijs van het Noordzee College: ,,Een mavo binnen een vmbo is een besmette mavo. Ouders zijn bang dat hun kinderen te makkelijk afzakken.'' Het Noordzee College heeft geen theoretische leerweg. In de buurt van de school staan wel twee zelfstandige mavo's.'

Daarmee wordt het fundament onder de onderwijsvernieuwing weggeslagen, vindt Van Zon. Het vmbo leidt op voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Daar leren de jongeren een vak en het moet wel gek lopen willen ze dan geen baan vinden. De maatschappij zit te springen om deze goed opgeleide vakmensen, terwijl een mavo-leerling die het net niet redt op de mavo, een grotere kans heeft om uiteindelijk geen diploma te halen.

Daarnaast kan het vmbo, met meer aandacht voor praktijkvakken, voor kinderen een verademing zijn. ,,Je ziet leerlingen hier vaak opbloeien'', zegt een leraar. ,,Ze zijn altijd de slechtsten geweest en hier merken ze opeens dat ze veel dingen wel goed kunnen.'' Sylvia zat eerst op de mavo, maar de proefwerkweken werden haar te veel. ,,Ik kreeg het gewoon niet af. Hier krijgen we niet zoveel werk in één keer. Dat is fijner.''

Het imago van het vmbo moet verbeteren, vindt Schelvis. Dat is lastig, maar het kan. Vooral door een school te zijn waarvan leerlingen zeggen: `Wat gaaf! Dáár wil ik naar toe.' En dat gebeurt niet als het er zó uitziet, zegt Schelvis en hij wijst naar de scheuren in de muren en de kierende ramen, waardoor regen naar binnensijpelt. Dan moet je meer kunnen bieden dan oude computers zonder aansluiting op internet, zegt hij, terwijl de leerlingen thuis een supersonisch model hebben staan.

Daarnaast zou Schelvis graag ruime lokalen hebben waarin theorie en praktijk gecombineerd kunnen worden. ,,Onze leerlingen leren het best in de praktijk. Dus niet alleen in een boekje lezen hoe je een smakelijke zoutloze soep moet maken voor een dieetpatiënt. Maar die soep daarna ook daadwerkelijk maken.''

Kok luisterde geïnteresseerd tijdens de rondleiding van de directeur en hij stelde doorlopend vragen. Adelmund was het roerend met Schelvis eens. Ook zij vindt dat het afgelopen moet zijn met het `theezakjesmodel', waarbij havo en vwo een sterke kop thee zijn en het vmbo een slap aftreksel.

Een grote zak geld om alle problemen op te lossen, had ze niet bij zich. Maar, zei ze, ,,de tijd van onderwijsbezuinigingen is voorbij''. Dat klonkt Schelvis, met de onderwijsbegroting voor de deur, als muziek in de oren.

    • Sheila Kamerman