Leefbare politiek

DE GEVESTIGDE partijen in Utrecht liggen op hun rug. In één klap heeft de vooralsnog lokale partij Leefbaar Utrecht het establishment in de vierde stad van Nederland in de touwen gejaagd. Aan de vooravond van de tussentijdse verkiezingen in Utrecht, nodig wegens een gemeentelijke herindeling, dachten de bestuurspartijen nog dat de luidruchtige oppositionelen van Leefbaar Utrecht door de kiezer zouden worden gestraft voor hun gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. Het tegendeel bleek gisteren waar. Leefbaar Utrecht is de grote winnaar geworden. Met ruim een kwart van de stemmen verwierf het bonte mediamieke gezelschap bijna net zoveel aanhang als PvdA en GroenLinks samen. Dit succes is ten dele veroorzaakt door de buitengewoon lage opkomst van 43,5 procent. Maar zo'n aardverschuiving in een der grote steden is sinds mensenheugenis desondanks niet voorgekomen.

Leefbaar Utrecht moet nu het nieuwe college van burgemeester Brouwer (PvdA) gaan dragen. Het enthousiasme is zo groot dat de initiatiefnemers over een half jaar een landelijke partij willen lanceren: Leefbaar Nederland. Het centrale idee van de verschillende lokale partijen, die zich tooien met het adjectief `leefbaar', is een soort referendum-democratie. Het openbaar bestuur moet volgens hen werken volgens de uit de commerciële radio stammende formule `u vraagt, wij draaien'. Dankzij de toegang van enkele kopstukken tot de media kan de partij dit gedachtegoed bovendien nader in haar public relations toetsen. In die zin lijkt Leefbaar Nederland op D66 ruim dertig jaar geleden.

MAAR ER ZIJN ook verschillen met de schok die D66 indertijd veroorzaakte. D66 was een uiting van protest tegen het verzuilde partijsysteem dat de burger gevangen hield. Toen dit bestel in elkaar schrompelde, integreerde D66 snel. De afstand tussen burger en bestuur is daarna niet kleiner geworden. Los van de vraag of dat zou moeten, de kiezers in Utrecht hebben duidelijk gemaakt dat de wijze waarop de klassieke politieke partijen zich van hun publieke taak kwijten hoe dan ook te wensen overlaat. Tegen het niet van ordinaire demagogie gespeende Leefbaar Utrecht zijn de dorre bestuurders van de gevestigde machten niet meer opgewassen. En dat hebben de laatsten aan zichzelf te wijten. De paarse partijen – plus GroenLinks en het CDA in Utrecht – zijn niet meer op straat te vinden. Ze bekommeren zich eerst en vooral om de computeruitdraaien van hun eigen beleid, ook als die niet sporen met de werkelijkheid die de kiezers ervaren.

DE OVERWINNING van Leefbaar Utrecht is niet louter een lokaal signaal. Ze bewijst dat zelfs in een land, dat groeit en bloeit, de politieke legitimiteit van het openbaar bestuur op het spel kan staan. Het einde der tijden is heus niet nabij. Maar de traditionele partijen in Utrecht moeten niet denken dat het weer goed komt als ze Leefbaar Utrecht komende jaren stuk laten lopen op de harde praktijk van het dagelijks bestuur. Er is ook buiten Utrecht wel iets meer aan de hand.