Het milieu heeft een mirakel nodig

Ondanks de vele inspanningen van gastheer Pronk hangt het succes van de Haagse klimaatconferentie aan een zijden draad.

AMPER BEKOMEN VAN ZIJN mislukte kandidatuur voor een topfunctie bij de Verenigde Naties, staat minister Jan Pronk (Milieu) voor een van de zwaarste opgaven uit zijn loopbaan. Op 13 november neemt hij in het Haagse Congresgebouw het voorzitterschap op zich van de zesde grote internationale klimaatconferentie van de VN.

De conferentie wordt beschouwd als een laatste kans om de doelstellingen te realiseren, die drie jaar geleden in het Japanse Kyoto werden afgesproken. Als de deelnemenders deze keer weer geen bindende afspraken maken, wordt de in Kyoto overeengekomen vermindering in de uitstoot van broeikasgassen feitelijk onbereikbaar.

Conferentievoorzitter Pronk heeft de afgelopen maanden koortsachtig de wereld afgereisd om zoveel mogelijk landen op één lijn te krijgen. ,,Iedereen beseft nu dat het een dringende kwestie is'', stelde hij vorige maand na ingelast spoedoverleg met buitenlandse collega's in het Muiderslot opgewekt vast.

Deze week zetten Pronk en zijn collega's van de Europese Unie in Brussel de klokken nog even gelijk voor de Haagse conferentie. Ze besloten vast te houden aan hun voornemen de helft van de uitstootbeperkende maatregelen in eigen land te nemen. De andere helft magverwezenlijkt worden door het financieren van buitenlandse projecten. Voorts besloten de EU-ministers zich zo krachtig mogelijk te verzetten tegen pogingen (vooral van Amerikaanse zijde) om aan uitstootbeperkende maatregelen te ontkomen met een verwijzing naar de talrijke CO2-absorberende bossen binnen de eigen landsgrenzen.

Ondanks de onvermoeibare pogingen van Pronk blijft het lot van de Haagse conferentie aan een zijden draad bungelen.

Veel hangt af van de vraag of de EU en de VS het eens worden over een gezamenlijke aanpak. En dat zou er niet gemakkelijker op worden indien George W. Bush de presidentsverkiezingen in de VS wint. Gore staat bekend als een warm pleitbezorger van het milieu. Bush heeft zich altijd sceptisch getoond over de Kyoto-afspraken. Hij is tegen maatregelen die de concurrentiepositie van het Amerikaanse bedrijfsleven in gevaar brengen.

Frank Loy, de leider van het Amerikaanse onderhandelingsteam, erkent dat Bush de situatie niet gemakkelijker zou maken. Maar Volgens Loy beseffen alle Amerikanen dat er sprake is van een wereldwijd probleem dat samen moet worden opgelost.

Maar als een regering Bush straks echt de klimaatonderhandelingen voor gezien zou houden, zou in Europa en Japan uit concurrentieoverwegingen ook de animo kunnen verdwijnen.

Het protocol van Kyoto bepaalt dat de geïndustrialiseerde wereld de uitstoot van zes broeikasgassen, waaronder CO2, rond 2010 met vijf procent zal terugbrengen ten opzichte van het ijkjaar 1990. De EU beloofde de emissies met acht procent te reduceren, de VS met zeven en Japan met zes procent. Binnen de EU kreeg Nederland een doelstelling van zes procent; reden was dat het in het verleden al meer had gedaan aan emissiebeperking dan andere landen.

Zelfs als de Amerikanen van harte blijven meedoen in Den Haag, is er bijna een mirakel nodig om van de conferentie een succes te maken. Een van de neteligste opgaven zal zijn vast te stellen hoeveel ontwikkelde landen op het gebied van klimaatverbetering mogen doen in eigen land en hoeveel in minder ontwikkelde landen. Een andere ingewikkelde vraag: welke maatregel levert hoeveel krediet op en hoe verreken je dat onderling? Tijdens voorgaande klimaatconferenties in Buenos Aires en Bonn werd op deze punten geen vooruitgang geboekt.

Er zijn drie soorten maatregelen mogelijk. Allereerst de zogeheten Joint Implementation. Het betreft projecten die de rijke Westerse landen en Japan uitvoeren in andere ontwikkelde landen, vooral Rusland en de Oost-Europese staten. Daar kunnen voor relatief weinig geld soms zeer effectieve maatregelen worden genomen. Het rijke land dat zo'n maatregel financiert, mag het resultaat in mindering brengen op zijn eigen `Kyoto-verplichtingen'.

Het tweede instrument is het Clean Development Mechanism, vooral bedoeld voor maatregelen om met behulp van opnieuw de rijke landen de uitstoot in ontwikkelingslanden terug te brengen. Ook hiermee kan het betrokken rijke land krediet verwerven, dat vervolgens van de eigen verplichtingen mag worden afgetrokken.

Ten slotte is er de binnenlandse emissiehandel. Bedrijven krijgen emissiequota opgelegd. Een bedrijf dat door een goed beleid `extra vervuilruimte' overhoudt, kan die verkopen aan een bedrijf dat die ruimte tekort komt. Hierdoor kan een uitgebreide `luchthandel' ontstaan. ,,Alle schaarse goederen zijn economische goederen en hebben daarom een prijs'', zei minister Pronk onlangs in het Financieele Dagblad. ,,Dat is een goede vorm van milieubeleid.''

Na al staat vast dat op de conferentie ook het thema van de sinks veel energie zal vergen. Sinks zijn bossen en gewassen op de velden, die CO2 opslaan. Een aantal landen met veel bossen, waaronder de VS, vindt dat deze sinks moeten worden verdisconteerd in hun verplichtingen op grond van de Kyoto-afspraken. In Nederland vrezen de milieubeweging en een meerderheid in de Tweede Kamer, dat de sinks zullen worden aangewend om aan de verplichtingen te ontkomen.

Een ander punt van groot belang is dat een voldoende aantal van de 84 landen die `Kyoto' ondertekenden, zich bereid verklaart het verdrag in eigen land te bekrachtigen. Pas als 55 staten (inclusief de belangrijkste industrielanden en de grootste vervuilers) dit hebben gedaan, treedt het verdrag in werking. Tot dusverre hebben slechts 29 landen het protocol geratificeerd.

Gastheer Nederland hoort daar overigens niet bij, al is de Tweede Kamer wel de procedure begonnen voor ratificatie. Het afvallen van de VS zou overigens een lelijke kink in de kabel kunnen vormen. ,,Als de VS afhaken, is het klimaatbeleid wat de VVD betreft mislukt'', verklaarde het Tweede-Kamerlid Klein Molekamp (VVD) begin oktober. ,,De VVD is dan tegen ratificatie.'' De liberalen kunnen zich daarbij beroepen op het regeerakkoord; dat stelt uitdrukkelijk dat `Kyoto' eerst door landen als de VS en Japan moet zijn geratificeerd voordat Nederland daartoe zelf kan overgaan.

Nederland is wel een van de eerste landen die concrete maatregelen hebben uitgestippeld om de doelstellingen van Kyoto te verwezenlijken (50 procent in binnen- en 50 procent in het buitenland). Het lastigste probleem daarbij zal zijn de binnenlandse uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen terug te dringen. Mede dankzij de aanhoudende economische groei blijft die nog altijd toenemen. Pronk houdt verscheidene scenario's achter de hand, die kunnen worden ingezet om de reductie te verwezenlijken. Anders dan de milieubeweging in Nederland acht de minister het voorlopig onnodig de scenario's met de meest vergaande maatregelen uit de kast te halen.

Zowel de Tweede Kamer als de milieubeweging beseft dat Pronk op de Haagse conferentie in de eerste plaats moet proberen compromissen te bereiken met de andere deelnemende landen. Juist wegens het internationale karakter van het klimaatprobleem is Nederland daarmee meer gebaat dan met het berijden van eigen stokpaardjes, waarvoor in het Congresgebouw toch geen meerderheid is te halen.