Het Amerikaanse scenario

Een van de meest gehoorde zinnen in de steeds langer wordende Amerikaanse verkiezingsnacht van afgelopen dinsdag was dat een scenarioschrijver dit allemaal niet had kunnen verzinnen. En inderdaad, wie had ooit kunnen bedenken dat de uitslag van de presidentsverkiezingen in het machtigste land van de wereld, nadat 95 miljoen mensen naar de stembus waren geweest, zou afhangen van een paar duizend stemmen? Een zodanig klein verschil dat er in Florida, de staat die voor deze sensatie heeft gezorgd, opnieuw moet worden geteld. Hierdoor eindigde de toch al razend spannende nacht ook nog met een heuse `cliffhanger'. Want in elk geval tot vanavond is niet bekend wie de nieuwe president van de Verenigde Staten wordt. De gang van zaken is daarmee een perfecte illustratie van de politiek anno 2000. Ofwel, van de politiek waarbij drama, theater en, heel belangrijk, het wedstrijdelement niet meer weg te denken factoren zijn. Het zat er bij de Amerikaanse verkiezingen allemaal in. Zo waren het de verkiezingen van de families. Zoon Bush die opgaat voor het presidentschap, first lady Hillary Clinton die zich kandidaat stelt voor een Senaatszetel, waardoor de Clinton-dynastie in de nationale politiek toch nog gewaarborgd blijft. De weduwe van een recentelijk bij een vliegtuigongeluk verongelukte gouverneur. Stuk voor stuk elementen die de politiek het tegenwoordig zo belangrijke `menselijke' gezicht gaven.

En dan het door niemand voorziene slot van de dag die de apotheose had moeten zijn van een maanden, voor sommigen zelfs jarenlange campagne. Het draaide uit op een verkiezingsavond die, om in Amerikaanse begrippen te blijven, niet onderdeed voor de finale van de superbowl. Met bovendien een vooralsnog onbesliste uitkomst. Wat kunnen al die `breaking news'-televisiestations nog meer wensen? Hoe groot hun macht is, bleek dinsdagavond en nacht. Niet de officiële instanties in het voor de uitslag cruciale Florida stonden garant voor de uitslag, maar de exitpolls van de networks. Met als gevolg dat eerst Gore en later Bush ten onrechte als winnaar werd uitgeroepen. Op basis van de gegevens van de tv-stations heeft Gore aanvankelijk zelfs zijn verlies tegenover Bush toegegeven. Een verklaring die Gore achteraf weer introk toen hij de werkelijke gegevens zag, waaruit bleek dat het verschil dermate minimaal was dat er opnieuw moet worden geteld. Op datzelfde moment was voor de televisiestations Bush al president, met al het bijbehorende visuele trompetgeschal. Ach ja, een foutje...

Dan de politiek zelf. Als de Amerikaanse verkiezingen iets bevestigd hebben, is het wel dat het midden een gegeven is. Daar valt programmatisch nauwelijks aan te sleutelen. Het zijn de politieke consultants die de ruimte bepalen. In Amerika ging het bij deze verkiezingen om het maximaal exploiteren van de `feel-good factor'. Dat zal straks bij verkiezingen in Europa en dus ook in Nederland niet anders zijn. De afweging voor de kiezer is een simpele: in deze tijd van ongekend langdurige economische voorspoed wil hij niet geconfronteerd worden met ingrijpende keuzevraagstukken. Zoals in de Verenigde Staten wordt gezegd: tegen déze economische ontwikkeling is gewoonweg geen campagne te voeren.

Zes jaar geleden kondigden de Repubikeinen hun Gingrich-revolutie af, waarbij een forse sanering van de in de Verenigde Staten toch al niet grote publieke sector het centrale thema was. Het vervolg is bekend: eerst kaapte president Clinton de Republikeinse agenda, maar vervolgens zijn de door Gingrich aangedragen thema's in de rook van de economische hoogconjunctuur opgegaan. De Republikeinen hebben de stemming in het land goed aangevoeld. In het vocabulaire van George Bush kwam het woord Gingrich niet meer voor. Bush staat voor een nieuwe generatie, gematigde Republikeinen die weinig ophebben met ideologisch geladen thema's.

Ook voor hen is politiek allereerst een kwestie van beheer. Het betekent dat het gaat om de uitvoering. De cruciale vraag bij de kiezer is dan: wie weet het meest vertrouwenwekkende gevoel uit te stralen. Of negatief geformuleerd: welke kandidaat roept de minste weerstand op. Het woord `karakter' is de laatste tijd in verband met de Amerikaanse verkiezingen zo vaak gebruikt dat het een cliché in zichzelf is geworden. Hoe vaak is er niet gezegd dat de strijd ging tussen Gore, het knapste cq vervelendste jongetje uit de klas, versus George W. Bush, het wat minder begaafde zoontje van papa.

De klacht van Neal Gabler, die afgelopen zaterdag op deze pagina scheef dat de media zelf de grootste oorzaak zijn van de dramatisering van de politiek, is dan ook wel terecht. Hij vergat echter één niet onbelangrijk aspect. Als het klimaat zodanig is dat er bij het publiek geen behoefte is aan politieke strijd, heeft het geen zin die niet bestaande strijd te forceren. Wat dat betreft trekken politici en media samen op. Zij weten dat de hedendaagse kiezer nog maar zelden een deelnemer is in het politieke debat, maar steeds meer een toeschouwer. Een toeschouwer die verleid moet worden. Vandaar dat de politiek minst geprofileerde campagne tevens de duurste uit de Amerikaanse geschiedenis was. Een mooie verpakking kost nu eenmaal wat.

Terecht wordt er kritiek geleverd op de buitensporige bedragen die met verkiezingscampagnes zijn gemoeid. Politiek is hierdoor in Amerika nog meer iets geworden voor de happy few. Alleen zij met forse bedragen in kas kunnen zich nog kandidaat stellen. Natuurlijk zijn er ook nu weer vele vrome woorden over gesproken dat het eigenlijk anders zou moeten. Maar getuige de miljardenuitgaven gaapt tussen theorie en praktijk ook hier een levensgrote kloof. Zolang de mogelijkheden bestaan, wordt er gebruik van gemaakt. Wie in Nederland de regels en afspraken over campagnefinanciering en partijsponsoring wil verruimen, weet dus waar het toe kan leiden. En, zoals het Amerikaanse voorbeeld laat zien, echt helpen doen de vele miljarden die in de campagnewedloop worden uitgeven in elk geval niet. De opkomst was nauwelijks hoger dan vier jaar geleden, en de uitslag wordt uiteindelijk bepaald door een paar duizend stemmen. Hele dure stemmen.