Geen doelpunten

Zouden de Amerikaanse televisiezenders er volgende keer ook zo vroeg bij zijn met hun prognoses? Ik denk van wel, want anders hebben ze geen uitzending. Wat zou dat saai zijn, alleen reacties van politici die in alle toonaarden en tegen beter weten in moeten beweren dat ze van niets weten.

Er is veel kritiek op de foute prognoses van de Amerikaanse zenders die van dezelfde peilingsdienst gebruik maken, de Voter news service.

Sensatiebelustheid? Overdreven concurrentie? Lijkt me niet. Een verkiezingsavond zonder voorspellingen is als een voetbalwedstrijd met een verbod op uitzending van doelpunten. Het is geen hysterie van journalisten, want alle kijkers willen zo snel mogelijk weten hoe het zit. De hele verkiezingsavond draait op die peilingen, absurd om ze geheim te houden. De televisie vervult geen duivelse rol maar is onderdeel van de politieke keten met duurbetaalde peil-zwaargewichten die tot op het laatste kiesdistrict van de politieke kaart en haar meer dan 200-jarige geschiedenis op de hoogte zijn. In het hele land komen partijleden, vrijwilligers en stafleden van campagnes bijeen in feestzaaltjes en zitten politici televisie te kijken. Ze willen zo snel mogelijk de uitslag weten om hun overwinning te verklaren of hun nederlaag toe te geven. Stafleden willen weten of ze hun baantje onder de zittende politicus mogen houden of werk bij hun favoriete nieuwkomer krijgen.

De huidige crisis over het Amerikaanse presidentschap laat zien dat alles zo snel mogelijk duidelijk moet zijn. Deze onheldere resultaten hebben zich voor het laatst in 1876 voor gedaan en daar was het peilingapparaat niet op berekend. De zenders hadden moeten inzien dat er sprake was van een uitzonderlijke situatie, dat is de fout. Het prognosemodel was kennelijk nog niet verfijnd genoeg. Het laatste misverstand, Bush wint, ontstond omdat vice-president Gore zijn verlies telefonisch aan zijn tegenstander had toegegeven. Sommige zenders durfden die voorspelling nog niet aan.

Net als in Nederland wachten Amerikaanse zenders met hun prognoses tot een de stemlokalen in de betreffende deelstaat zijn gesloten. In Florida hadden de voorspellers per abuis geen rekening gehouden met een latere tijdzone in het westen van de deelstaat, fout twee. Bij presidentsverkiezingen is het onmogelijk om met de totaalprognose te wachten tot het hele land heeft gestemd. Zou de hele natie moeten worden opgehouden voor een handjevol Hawaiianen op negen uur afstand van Washington? Die kunnen nog steeds op de gouverneur, burgemeester en Congreslid stemmen en wie weet krijgen zij ooit de Florida-rol van eindbeslisser.

Het wordt wel passend geacht dat een presidentskandidaat rekening houdt met het grote Californië. In 1980 gaf president Carter zijn dramatische verlies toe, terwijl de Californische stembussen nog niet gesloten waren. Dat werd als onsportief gezien. Anderhalf uur eerder stond het resultaat voor de kijkers al vast.

Het uitzenden van peilingsuitslagen kan dus beter niet verboden worden. Het zal waarschijnlijk niet gebeuren. De discussie gaat ook in de richting van het gebruik maken van verscheidene opiniepeilers, zodat er verschil van mening kan ontstaan en dan weten de politici en de kijkers dat de uitslagen omstreden zijn. Het is vreemd dat de televisie en de politiek in zo'n groot land op één bedrijf af gaan. Bij de inschakeling van verschillende ondernemingen wordt het wel druk met ondervragers bij de uitgang van de stemlokalen. Men zou ook verschillende bureaus aan dezelfde antwoorden kunnen zetten.

In Nederland speelt het probleem niet omdat de verkiezingen geen echte winnaars en verliezers kennen. De ene partij krijgt er wat bij, de andere verliest wat en er moet nog worden onderhandeld. Dat maakt de politieke televisie saaier. De kiesdistricten zijn snel klaar met tellen, er zijn geen tijdzones. Zo'n Amerikaans verkiezingsavondje met prognoses, voorspellingen, hysterische zaaltjes, slikkende verliezers, eufore winnaars, zou ik niet willen missen.