Dictator in klei

Een slechte gezondheid, nauwelijks kunnen ademen en bewegen door de reuma, maar de Schiedamse keramist Jan van der Vaart is de laatste jaren onvermoeibaar in de weer gebleven met de productie van zijn tientallen vaasontwerpen. Gisteren is hij dan toch, 69 jaar oud, overleden, met achterlating van een groot en vol, ambachtelijk atelier met zelf gemaakte machines om zijn kleimengsels te perfectioneren.

De meeste bekendheid kregen Van der Vaarts tulpenvazen, opgenomen in vele binnen- en buitenlandse museumcollecties. Ze waren afgeleid van de modellen die Delftse pottenbakkers omstreeks 1700 fabriceerden. Ze bestonden uit losse segmenten met talloze tuiten, die eenmaal vol dahlia's – waarom niet – geen 17de-eeuws pronkstuk, maar een pragmatische 20ste-eeuwse sculptuur te zien gaven. En daar was het de autodidact Van der Vaart ook om te doen.

Zijn constructivistische schakelmodellen, gedraaide rechthoeken en wit geglazuurde vierkanten, overstegen het vaas-zijn als sierlijk gebruiksgoed, ze kwamen als robuuste vormen zelfs aardig in de buurt van kleinschalige architectuur: strak, geplooid, fijnzinnig gevarieerd, eenvoudig maar tòch zeer eigen, en geglazuurd in blauw of brons, soms roze of lila. Hij liet de klei buigen en kantelen als plaatwerk.

,,Die vieze, zachte klei'', zoals hij zijn materiaal dit jaar nog in een gesprek omschreef, ,,is een modderig spul dat ik elke dag weer opnieuw de baas moet worden. Tegenover klei gedraag ik me als een dictator.'' Nee, hij voelde zich geen ,,gedreven handswerkman'', maar een maker van technisch handwerk, zoals hij eerder zei.

Aanvankelijk ontstonden Van der Vaarts ontwerpen op de schijf, later goot hij ze met behulp van gietmallen, zodat er series van honderd of meer exemplaren als laaggeprijsde `multiples' binnen ieders bereik kwamen. Hij hield niet van het hoogdravende kunstwoord `unicum'.

Eigenlijk was Van der Vaart opgeleid als instrumentenmaker. Een beroep dat hij later als geheime hobby bleef uitoefenen. Keihard koper en ivoor, verwerkt in schitterend nagebouwde microscopen, als tegenhanger van al die `modderigheid'.

In 1955 waren zijn eerste vaasjes ontstaan, met figuren gedecoreerd door de schilder Herman Gordijn. Ze stonden nog mijlenver af van de later zo kenmerkende driehoeken en cylinders.

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam richtte in 1991 een overzicht van Van der Vaarts werk in. Bij die gelegenheid verscheen ook een uitgebreide monografie. Drie jaar eerder was Van der Vaarts werk al door het Amsterdamse Fonds voor de Kunst bekroond.