CONFERENTIES

Voorafgaand aan de conferentie in Den Haag zijn er twee soortgelijke conferenties geweest, in Rio de Janeiro in 1992 en in Kyoto in 1997. De belangrijkste resultaten vindt u hieronder.

Rio de Janeiro Op deze milieuconferentie kwamen alle thema's aan de orde. Er zijn afspraken gemaakt over onderstaande vier punten.

Klimaatverdrag In Rio zijn drie verschillende klimaatverdragen ondertekend. Het algemene verdrag is vrij zwak. Dit heeft verscheidene oorzaken. Saoedi-Arabië en Koeweit bleven zich verzetten tegen het zoeken naar nieuwe energievormen, omdat zij hun van olie afhankelijke energievormen bedreigd zagen. De VS waren niet bereid zich te binden aan normen en tijdschema's voor drastische reductie van CO2-uitstoot. Andere grote CO2-uitstoters zoals Canada, Japan en Australië konden zich hierdoor achter de VS verschuilen. De EU-landen hebben een strikter verdrag ondertekend, ondanks en dankzij het protest van de VS. De VS stuurden een memo waarin zij meldden het streven naar een tweede klimaatverdrag te beschouwen als een poging de VS te isoleren en in verlegenheid te brengen. Dit had een averechts gevolg.

Bossenverklaring Om deze verklaring was de VS veel te doen. Het resultaat is een niet-bindende verklaring, die vaststelt dat bossen weliswaar van belang zijn als economisch goed, maar dat dit alleen op `duurzame' wijze geëxploiteerd mag worden, dus zonder bedreiging van de totale hoeveelheid bos. Volgens experts laat deze niet-bindende verklaring de weg open om import van niet-duurzaam gekweekt hardhout te verbieden. Tropisch-hardhoutexporteurs houden echter het soevereine recht hun bossen met het oog op kortstondige winst te gelde te maken. Volgens bijvoorbeeld Greenpeace maakt dit ,,de weg vrij voor de motorzaag''.

Biodiversiteitsverdrag Het verdrag ter bescherming van flora, fauna en micro-organismen heeft forse schade opgelopen door toedoen van de VS. Uiteindelijk hebben de VS het verdrag niet ondertekend, omdat het handelsbelangen zou schaden.

Financiën Het belangrijkste punt van Agenda 21, het slotdocument van de conferentie van Rio de Janeiro, was de begroting. Wanneer alle rijke landen de 20 jaar oude norm van 0,7 procent van het bruto nationaal product zouden naleven, zou het grootste deel van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking gedekt zijn. De rijke landen konden het niet eens worden over de termijn waarbinnen die norm zou moeten worden gehaald. Andere twistpunten waren de financiering van leningen aan ontwikkelingslanden die milieuprojecten willen opzetten en de zeggenschap over de Global Environment Facility, een fonds waarmee mondiale milieuproblemen bestreden moeten worden.

Kyoto Een van de onderwerpen van Rio, het klimaatverdrag, is daarna nader uitgewerkt tijdens verschillende kleinere conferenties. In Kyoto zijn deze afspraken vastgesteld in een protocol en door 85 landen ondertekend.

De VS kwamen met een minimale inzet: bevriezing van de uitstoot van broeikasgassen in 2010 op het niveau van 1990.

De inzet van de EU was veel ambitieuzer: 15 procent vermindering ten opzichte van 1990. Tijdens de conferentie hielden de VS vast aan hun stelling dat een deel van de reducties gehaald konden worden uit het opkopen van `emissieruimte' van landen die hun reductiedoelstelling al hebben gehaald of eronder zitten. Van Europa mochten de VS in emissies gaan handelen, mits daartegenover een hoog eigen reductiepercentage zou staan. China gooide echter roet in het eten door geen enkele toezegging te willen doen over vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

In Kyoto hebben de geïndustrialiseerde landen afgesproken de uitstoot van zes broeikasgassen in de periode 2008-2012 terug te dringen met gemiddeld 5,2 procent. De gassen zijn kooldioxide, lachgas, methaan en drie fluorgassen: HFK's (komen vrij bij productie van vervangers van CFK's), PFK's (komen vrij bij aluminiumproductie) en SF6, electrische koelvloeistof.

Door een omrekenmethode worden deze gassen in CO2-equivalenten uitgedrukt. Dit heeft als voordeel dat landen de goedkoopste optie voor broeikasbeleid kunnen uitvoeren, door zich bijvoorbeeld op het terugdringen van één bepaald gas te concentreren.

De VS zullen de uitstoot met 7 procent ten opzichte van 1990 verminderen, Japan met 6 procent en de EU met 8 procent. Voor Nederland geldt de norm 6 procent vermindering.