Brinkhorst nuanceert onderzoek naar BSE

Minister Brinkhorst (Landbouw) kan niet garanderen dat waarschuwingen van boeren dat zij mogelijke BSE-verschijnselen bij hun koeien hebben gezien, in alle gevallen tot een onderzoek hebben geleid. Dit antwoordde de minister vanmorgen op vragen van het Kamerlid Atsma (CDA) tijdens de behandeling van de landbouwbegroting.

Zijn eerdere categorische verzekering dat er geen met BSE besmet rundvlees in de voedselketen terecht is gekomen, geldt alleen een specifiek geval van een bedrijf in Zelhem, aldus Brinkhorst.

Hij viel scherp uit naar het Kamerlid Oplaat (VVD), die herhaaldelijk heeft gesuggereerd over informatie te beschikken waaruit zou blijken dat op dit bedrijf mogelijk BSE zou zijn voorgekomen. Volgens Brinkhorst schermt Oplaat met ,,ongemotiveerde verhalen'' die ,,schadelijk'' zijn voor het vertrouwen van de consument in de voedselveiligheid. Hij wil ,,de suggestie wegnemen dat er op dit moment iets mis met de voedselveiligheid in Nederland''.

Collega-Kamerleden kritiseerden Oplaat, omdat hij weigert die `informatie' te openbaren in een plenair debat. Oplaat wil een apart overleg met de ministers Brinkhorst en Borst (Volksgezondheid) over het onderwerp.

Het bedrijf in Zelhem werd in 1999 op slot gedaan, nadat bij 147 koeien verschijnselen van een andere ziekte, de slijtersziekte, waren geconstateerd. Verdenkingen van BSE zijn hier nooit geweest, herhaalde de minister vanmorgen.