Bos ziet af van ingreep renteaftrek bedrijfsleningen

De afschaffing van de renteaftrek op zogeheten hybride leningen is voorlopig van de baan. Staatssecretaris Bos van Financiën zou dit vanmiddag tijdens een toespraak bij werkgeversorganisatie VNO-NCW bekendmaken.

Hybride leningen zijn achtergestelde leningen die boekhoudkundig tot het eigen vermogen kunnen worden gerekend, maar eigenlijk tot het vreemde vermogen behoren en dus rentedragend zijn. Bos kondigde enkele weken geleden aan dat de aftrekbaarheid van deze rente (van de belastbare winst) geschrapt zou worden. Dit stuitte op groot verzet bij banken en andere grote geldverstrekkers, omdat de belastingaanslag daardoor vele miljoenen hoger uitvalt.

Bos lijkt zich de kritiek te hebben aangetrokken en heeft het voorstel voorlopig ingetrokken. Hij beraadt zich nog op een nieuwe regeling die geen nadelige bijwerkingen hebben voor de geldverstrekkers.

Banken verstrekken op grote schaal hybride leningen aan ondernemingen. Deze leningen zijn officieel vreemd vermogen en daarom is de rente daarop aftrekbaar van de belastingen. De leningen zijn echter zo ver achtergesteld, dat bedrijven het geld als eigen vermogen kunnen gebruiken. De achtergesteldheid geeft aan dat verstrekkers van zo'n lening bij een eventueel faillissement achteraan in de rij staan van schuldeisers. Voor eigen vermogen geldt geen belastingvrijstelling. De voorstellen van Bos over de hybride leningen past in het beleid van Financiën om een eind te maken aan renteaftrek die een kunstmatig karakter heeft.

Bos zou vanmiddag in een brief aan de Kamer tevens bekendmaken dat er een commissie komt met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en de ambtenarij die zich over onder meer de vennootschapsbelasting zal buigen. De commissie zal bovendien adviseren over de 'dividend stripping', een truc om geen inkomstenbelasting te betalen over dividend op aandelen. Bos vindt dat vergelijkbaar met het verstrekken van eigen vermogen in de vorm van aandelenkapitaal.

Overigens kondigde Bos afgelopen nacht bij de afronding van het zogenoemde Ondernemerspakket 2001 (het belastingplan voor bedrijven) aan volgend jaar met voorstellen te komen om het doorverkopen van het bedrijf aan familie of derden te versoepelen. Een ruime meerderheid in de Kamer heeft kritiek op het huidige voorstel, waarin onderscheid gemaakt wordt tussen bedrijfsoverdracht aan familie of aan derden.

Ook de eis dat de verkoper alleen belastingvrij zijn stakingswinst mag innen als de koper minimaal drie jaar mede-ondernemer is, vindt de Kamer onredelijk. De termijn van drie jaar moet dan ook worden bekort en medewerkers (in plaats van mede-ondernemers) zouden in aanmerking moeten komen voor de overname van het bedrijf.

Bos toonde zich gevoelig voor de argumenten van de Kamer, maar wil eerst de verschillende opties analyseren. Tot die tijd zal het oorspronkelijke voorstel van de staatssecretaris gehandhaafd worden.