Amerika moet zijn president heel anders gaan kiezen

Het politieke systeem van Amerika is ontploft en dient definitief ten grave te worden gedragen. Want niet een college van kiesmannen maar de stem van het volk moet bij verkiezingen de doorslag geven, meent E.J. Dionne Jr.

Afgelopen dinsdag is ons politiek systeem ontploft. Wie in januari ook als president aantreedt, de legitimiteit van zijn verkiezing zal ter discussie staan. Een land dat verdeeld is in nagenoeg volmaakt symmetrische politieke helften, zal zich vier jaar lang opmaken voor de strijd in 2004, waarin beide partijen op wraak zullen zinnen voor het onrecht hun aangedaan door een gebrekkig systeem.

Dat onrecht betreft niet alleen dat degene die net iets meer stemmen heeft behaald, Al Gore, toch misschien het ambt moet laten aan George W. Bush, als die op basis van een handvol stemmen in Florida de meerderheid in het college van kiesmannen zou behalen.

Het ziet er namelijk ook nog eens naar uit dat de Democraten die voorsprong van Bush in Florida – als die er blijkt te zijn – toe kunnen schrijven aan de verkeerde opzet van een stemming met ponskaarten in het district Palm Beach. Die stemming was zo'n rommeltje, kunnen de Democraten terecht betogen, dat er misschien wel drieduizend kiezers die hun stem op Al Gore dachten uit te brengen, in werkelijkheid op de ultrarechtse Pat Buchanan hebben gestemd.

De afgevaardigde Robert Wexler, een Democraat uit Florida, heeft erop gewezen dat de klachten van zijn partij over deze stemming al binnenstroomden ruim voordat de stembureaus sloten. En het aantal stemmen dat Buchanan in het liberaal-democratische district heeft behaald, staat in geen verhouding tot de magere steun die hij in de omringende gebieden heeft gekregen.

Het lot van een heel land hoort niet af te hangen van een duister plaatselijk verkiezingsgeschil. Beide partijen zouden het er op zijn minst over eens kunnen zijn dat dit niet de manier is om een president te kiezen.

Bekijk het probleem eerst eens uit Republikeins oogpunt. Toen in de week voor de verkiezingen werd gedacht dat Al Gore misschien wel de verkiezing zou winnen maar niet de meeste stemmen zou behalen, beklemtoonden de Democraten maar al te graag dat Gore en Bush volgens dezelfde regels speelden en zich daaraan dienden te houden.

In het besef van die regels holden Bush en Gore achter elkaar aan door dezelfde omstreden staten, op jacht naar het kleinste voordeeltje dat hen eventueel alle kiesmannen zou opleveren. In alle staten, behalve Maine en Nebraska, geldt nu eenmaal het stelsel van winner-take-all.

Als het systeem op het aantal stemmen had berust en niet op een college van kiesmannen, zouden beiden een andere strategie hebben gevolgd. Dan hadden ze meer tijd gestoken in de vergroting van het enthousiasme bij hun achterban. Dan had Gore meer tijd besteed aan zijn campagne in New York en Californië en Bush aan Texas en het diepe zuiden.

Als Bush dus met een neuslengte wint in Florida en daarmee de meeste kiesmannen achter zich krijgt, hebben de Republikeinen alle reden om verontwaardigd te zijn als de Democraten beweren dat zijn verkiezing geen legitieme basis heeft. De Republikeinen kunnen met gemak Democraten aanhalen die nog maar enkele dagen voor de verkiezing de mond vol hadden van de glorieuze tradities van het stelsel van indirecte presidentsverkiezingen.

Maar vooral in het licht van de vragen die nu rijzen door die malle stemming in Palm Beach, kunnen de Democraten niet zomaar toestaan dat Bush het Witte Huis betrekt, en dat ook nog als leider van een geheel Republikeinse regering in Washington. De Republikeinse controle van het Witte Huis en de beide huizen van het Congres kan onmogelijk worden gezien als een afspiegeling van de wil van een electoraat dat zich over allerlei thema's gematigd heeft uitgesproken.

De exit-polls hebben overduidelijk laten zien dat een groot en beslissend deel van de steun voor Bush afkomstig was van kiezers die inhoudelijk dichterbij Al Gore stonden, maar die twijfelden aan de persoon van de vice-president en ook aan president Clinton. Als Bush president wordt, zullen de Democraten hem onherroepelijk beschouwen als een toevallige president met een toevallige meerderheid in het Congres.

Wat te doen? Dit systeem met een college van kiesmannen moet worden afgeschaft. Kiezers zijn immers geen overleggroep zoals Afgevaardigden of Senatoren. Ze zijn het product van een systeem dat in minder democratische tijden is ingesteld door de stichters van een staat die de wil van het volk wilden matigen. Vanuit diezelfde gedachte werden tot in de jaren twintig van de 20ste eeuw Senatoren in hun staat gekozen door hun parlement en niet door het volk. We hebben in 1913 de grondwet gewijzigd omdat we besloten dat in de Senaat het volk de macht moest hebben. Deze logica zouden we ook bij de presidentsverkiezingen moeten volgen.

Maar dat is van later zorg. Essentieel is nu dat Gore en Bush beiden inzien dat ze de legitimiteit van de regering in eigen hand hebben. Voordat juristen en partijbonzen met beschuldigingen en tegenbeschuldigingen komen, moeten Gore en Bush bij elkaar komen en samen uit dit geschil zien te komen, net zoals het land in 1876 een college van kiesmannen instelde om een oplossing te vinden voor de nog feller omstreden verkiezingen van toen.

Het is helaas wel zo dat de prijs die beide mannen najagen bezoedeld is – buiten hun schuld. Ze moeten beiden inzien waarom hun tegenstanders zo boos en ontgoocheld zijn. Zíj moeten het land herenigen, want dat kan niemand anders.

E.J. Dionne Jr. is columnist.

© Washington Post Writers Group