Zwaar weer voor justitie in Clickfondszaak

Tegenslag voor justitie. Het openbaar ministerie werd gisteren in een van de Clickfondszaken niet ontvankelijk verklaard. Nu de grotere beursfraudezaken zich aandienen, kan het openbaar ministerie meer zwaar weer vrezen.

Zou de Amsterdamse hoofdofficier van justitie, H. Vrakking, een vooruitziende blik hebben gehad toen hij op 19 oktober een briefje stuurde aan M. Wladimiroff, raadsman van een de verdachten in het Clickfondsonderzoek? De correspondentie betrof een klacht van Wladimiroff over onzorgvuldige behandeling van zijn cliënt door het openbaar ministerie (OM). Vrakking schreef een formeel briefje terug. Maar er volgde een informeel PS'je: ,,Overigens wil het feit dat wij streven naar kwaliteit niet zeggen dat wij perfect zijn'', aldus Vrakking.

Gistermiddag bleek de juistheid van die stelling. Vrakkings officieren van justitie die het Clickfonds behandelen, H. de Graaff en J. Tonino, leden een gevoelige nederlaag toen de rechtbank Wladimiroffs bezwaar onderschreef. Het belang van de verdachte was door het OM ,,op grove wijze veronachtzaamd''.

Het OM reageerde laconiek: ,,It's all in the game'', zei officier De Graaff na afloop. Maar zó makkelijk lijkt de affaire niet gebagatelliseerd te kunnen worden. De beschamend onzorgvuldige gang van zaken die Wladimiroff schetste, werd ook door de rechtbank in scherpe bewoordingen veroordeeld. En dat kan justitie zich aantrekken.

Het speelde zich allemaal af in de zaak tegen R. van Z, voormalig medewerker van SNS Securities. Volgens justitie maakt hij deel uit van een criminele organisatie rond hoofdverdachte E. Swaab. Hij zou zich, met andere medewerkers van financiële instellingen, door Swaab hebben laten omkopen.

Onduidelijk bleef hoe hard justitie de zaak tegen Van Z. had. Wel was zeker dat Wladimiroff eind vorig jaar een gesprek met De Graaff had waarin de raadsman pleitte voor een schikking, mede wegens Van Z's persoonlijke omstandigheden. In maart van dit jaar, zo bleek uit een brief van Wladimiroff, waren afspraken gemaakt met het OM. Een buitenstaander, de Tilburgse hoogleraar strafrecht M. Groenhuijsen, zou het dossier-Van Z. beoordelen. Bij een negatief advies zou de zaak worden geseponeerd.

Gedocumenteerd toonde Wladimiroff aan hoe vaak hij kattebelletjes had gestuurd om de afspraak te effectueren, maar uiteindelijk de pin op de neus kreeg: zijn cliënt werd gewoon gedagvaard. En dat terwijl van het advies van Groenhuijsen nooit meer iets werd vernomen.

Over dat advies ontstonden gisteren op de zitting veel vragen. Wat voor opdracht had het openbaar ministerie precies gegeven? Waarom was het nooit afgemaakt? En waarom had justitie niet aangedrongen op een eindrapport?

Er kwam geen bevredigend antwoord. Volgens het OM betrof het een second opinion over de zaak-Swaab, waarvan de affaire-Van Z. onderdeel uitmaakte. Met de Tilburgse universiteit was overleg geweest om te vragen hoe het ermee stond, maar daar was De Graaff te verstaan gegeven ,,dat het vreselijk druk was geweest en dat men er nooit serieus aandacht aan had besteed''.

Daarna was er met het advies, volgens De Graaff, ,,jammer genoeg niets meer gebeurd''.

De rechtbank maakte korte metten met de situatie en concludeerde dat het openbaar ministerie zijn vervolgingsbeslissing afhankelijk had gemaakt van het advies. Het had immers nooit bezwaar gemaakt tegen de omschrijving van de afspraken, zoals door Wladimiroff herhaaldelijk op papier gezet. De officier had het advies dan ook ,,zo spoedig mogelijk moeten inwinnen''. Toen dat er helemaal niet bleek te zijn, concludeerde de rechtbank, verzuimde de officier dat te melden aan de verdachte, en gaf hij ook geen motief waarom hij alsnog besloot hem voor te brengen. Op deze manier werd Van Z.'s recht op een behoorlijke behandeling in zijn zaak geschonden.

De niet-ontvankelijkheidsverklaring van het OM kan niet los worden gezien van een groeiende lijst justitiële onzorgvuldigheden in het Clickfondsonderzoek. Gisteren moest de rechtbank de zaak tegen een medeverdachte van Van Z. uitstellen omdat het openbaar ministerie, dertien maanden na sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek, de dagvaarding plotseling aanpaste. In de eerdere zaak tegen werknemers van de SNS-bank bleek een deel van de tenlastelegging niet duidelijk genoeg, waardoor dat deel nietig werd verklaard.

Hetzelfde gebeurde, wegens onvoldoende feitelijke omschrijving van een deel van de dagvaarding, in het vonnis tegen een ex-directeur van Bank Bangert Pontier. Het openbaar ministerie was tijdens de behandeling van die zaak ook nog vergeten getuigen op te roepen.

Maar niet alleen in de rechtszaken, ook in het onderzoeksdossier zelf zitten aspecten die advocaten de komende tijd zullen uitspinnen: de lange duur van het onderzoek, de feitelijke grondslag voor verdenkingen of het opereren in Zwitserland om documenten los te krijgen.

Het openbaar ministerie mag dan inmiddels tien `Clickfondsveroordelingen' op zak hebben, pas nu komen de grotere zaken aan de orde. Gezien de recente gebeurtenissen valt voor justitie te vrezen dat het daarbij af en toe zwaar weer zal worden.

DOSSIER CLICKFONDS: www.nrc.nl/Economie