Wilsverklaring schiet tekort bij dementie

Politici breken zich het hoofd over een nieuwe euthanasiewet. Daarin krijgt de wilsverklaring een prominente plaats. In de wilsverklaring kun je aangeven, wat je wilt als je geen wil meer hebt. Je kunt bijvoorbeeld opschrijven dat je dood wilt als je dement bent geworden en je kinderen niet meer herkent. De dokter `mag' je dan doodmaken. Velen zullen dat uitleggen als `de dokter moet je dan dood maken', want `ik heb er recht op'.

Ik kan de politici meedelen, dat ik dat niet ga doen. Bij een informele rondgang langs enkele tientallen huisartsen, vrijwel allen SCEN-arts (steun en consultatie euthanasie Nederland) ben ik één collega tegengekomen, die het in overweging wil nemen, de rest `gaat het ook niet doen'.

Waarom niet? Een overweging is formeel, de ander is emotioneel. Het verzoek is niet vrijwillig bij een demente-wilsonbekwame-patiënt. Er is niet eens een verzoek van de patiënt zelf. Natuurlijk was de de wilsverklaring indertijd vrijwillig opgesteld door een wilsbekwame persoon. Ook is de ondraaglijkheid van het lijden niet vast te stellen. Ooit was er een angst voor ondraaglijk lijden als de dementie zou toeslaan.

Ik zou de lezer willen vragen met de huisarts in gedachten mee te gaan. De kinderen van de patiënt vragen een consult. Ze leggen uit, dat vader nu precies in de toestand is zoals hij nooit gewild heeft en zoals ook vastligt in zijn wilsverklaring. De dokter gaat op pad met de euthanatica in zijn tas. Hij zal het zelf moeten doen, want van hulp bij zelfdoding kan in dit geval geen sprake zijn. Het dodelijke drankje is zo bitter dat ik mij voorstel dat de nietsvermoedende patiënt dat uitspuugt.

Je komt binnen bij de patiënt. Deze herkent je niet, hij herkent zijn kinderen niet eens. Je probeert uit te leggen, dat je zijn huisarts bent en dat je bent gekomen om hem dood te maken, omdat hij je dat drie jaar geleden gevraagd heeft door middel van een wilsverklaring.

Misschien krijg je hem zo ver dat hij op bed gaat liggen en zijn mouw opstroopt. Je hoopt dat hij niet tegenstribbelt en de arm niet terugtrekt bij het injecteren.

Dat ga ik dus niet doen, ik zou het niet kunnen.

Voor de duidelijkheid: zo'n verklaring kan zeker zijn nut hebben bij een demente patiënt die ook allerlei lichamelijke ongemakken heeft en bij wie medisch professionele afwegingen gemaakt moeten worden.

In de discussie over de recente uitspraak van de Haarlemse rechtbank over de zaak-Sutorius (Brongersma) komt steeds naar boven dat we op een hellend vlak zijn aangeland. In die zaak geloof ik dat niet en verwijs naar het heldere stuk van B.E. Chabot dat op 31 oktober op deze pagina stond. Ik ben het daar volledig mee eens.

Maar in het geval van een demente patiënt met wie ik op het moment suprème niet over leven en dood kan spreken, weet ik het zo net nog niet.

Voorlopig is de boodschap duidelijk: wat de politiek ook beslist, de ervaren huisartsen die ik over deze materie gesproken heb, `gaan het niet doen'.

Nico Mensing van Charante is huisarts.