Vrij spel voor Brabantse stropers

Stropen heeft voor de politie in Brabant `geen prioriteit meer'. Terecht, lijkt dat tijdens een doodstille nacht in het veld. Maar daar denken de twee laatste jachtopzieners anders over.

Het is even na middernacht. Er waait een zachte wind en het is droog. Ideale omstandigheden voor stropers om ongezien een haas of vos te schieten. Sjel Vermeulen (61) weet dat. Hij is jachtopziener in het Brabantse Maarheeze en zal deze nacht met zijn collega Jan Wijlaas (50) en politieagent Hans Leijssen stropers opsporen.

De vooruitzichten voor het jachtseizoen 2000 zijn somber. De Brabantse en Limburgse politie heeft nauwelijks tijd om het stropen van wild tegen te gaan. ,,Voor ons heeft het gewoon geen prioriteit meer. Wij hebben te weinig personeel en te veel andere taken'', zegt politieagent Hans Leijssen uit Cranendonk. Het opsporen levert de politie te weinig resultaten op. ,,De stropers hebben vrij spel'', zegt Leijssen. Ook het aantal jachtopzieners is behoorlijk afgenomen. Waren er in de jaren tachtig nog twintig, in het gebied tussen Weert en Veldhoven, tegenwoordig zijn het er nog maar twee: Vermeulen en Wijlaas.

Tijdens het jachtseizoen, tussen 15 oktober en 31 december, is het op de velden in Brabant behoorlijk druk. Professionele stropersbendes gaan met honden de velden in om hazen, reeën, vossen of ander klein wild op te sporen. ,,Als ze een goede dag hebben, is het veertig tot vijftig keer raak'', zegt Sjel Vermeulen. Het levert aardig wat op. ,,Voor een haas mag je in de maand september, dus vóór het jachtseizoen, vijftig gulden vragen'', had oud-stroper Jan van Vliet uit Hazerswoude gezegd. Voor een jong reekalfje wordt op de zwarte markt zo'n 260 gulden betaald. Wordt een stroper gepakt, dan wacht hem een zware straf. Op illegaal wapenbezit staat maximaal vier jaar cel, de boete op stropen kan oplopen tot 25.000 gulden.

Kwart over één. De opzichters stappen in hun grote Landrover. ,,Kijken of we vannacht geluk hebben.'' Sjel Vermeulen weet dat de kans om een stroper aan te houden klein is. ,,Je rijdt honderd keer langs de velden voordat je er eentje te pakken krijgt.'' De bos- en weidegebieden Kempen en Peel langs de A2 bij het Brabantse Maarheeze zijn voor stropers ideaal: grote natuurgebieden, een aanzienlijke wildpopulatie en twee jachtopzieners voor 10.000 hectare. ,,We vinden niet zelden honderd strikken per nacht'', vertelt Vermeulen.

Zonder licht rijden Vermeulen en Wijlaas door zijstraatjes en veldwegen. Vaak is hun werk weinig spectaculair. Ook deze nacht lijkt het rustig. Jan Wijlaas tuurt door zijn nachtkijker: ,,Ik kan niets ontdekken.''

Hoe groot het aantal stropers in Nederland precies is, kan niemand zeggen. In 1999 werden volgens officiële cijfers 250.000 hazen geschoten. Voorzitter A. van Dijk van de Nederlandse Vereniging voor Natuurtoezicht schat dat de werkelijke cijfers tien procent hoger zijn. Stropers kunnen een wildbestand behoorlijk reduceren. Politieman Hans Leijssen: ,,Vaak schieten zij een heel gebied leeg. Dan hebben ook de komende generaties geen kans meer om zich te herstellen.''

Half drie. Vermeulen stopt de Landrover aan de rand van een bos. Tijd voor een bekertje koffie. ,,Op mij werd een aantal keren een pistool gericht'', vertelt Vermeulen, die sinds 1960 in dienst is. Vermeulen is zelf ook in het bezit van een vuurwapen en heeft de bevoegdheden van een agent. Hij kan stropers aanhouden en een proces-verbaal opmaken. Dat de jachtopzieners ook een pistool hebben, vindt politieagent Hans Leijssen zeer verstandig: ,,Ik zou het onverantwoord vinden om niet met een vuurwapen het veld in te gaan. Je komt 's nachts van alles tegen.''

3.45 uur. Het regent. Vermeulen en Wijlaas hebben nog steeds geen stroper gezien. ,,Het weer is nu te slecht. Dan gaat niemand meer naar buiten”, zegt Jan. Ze zijn van plan naar huis te gaan. Plotseling: ,,Psst! Wat was dit?'' Jan kijkt ingespannen door het autoraam. Het is een paard dat in de wei staat.

    • Andreas Gebbink