President Bush?

NEW YORK.Democratie als marteling. Voor de kandidaten die niet weten of ze gewonnen of verloren hebben, de kiezers, en de journalisten van alle media ter wereld die naar bed verlangen, maar niet weten wie de machtigste man ter wereld is, omdat de moderste stemmentelmachines en hun machinisten niet worden vertrouwd. Hertelling! Het is niet alleen krankzinnig in het licht van onze hypergevorderde 21ste eeuw, het tekent ook de politieke situatie.

Deze verkiezingen hebben dat deel van het electoraat dat is gaan stemmen, vrijwel nauwkeurig in twee helften verdeeld. Die hebben hun uitersten. Bij de Republikeinen zijn het de ultraconservatieven die nog niet conservatief genoeg zijn om bij Pat Buchanan onderdak te zoeken; bij de Democraten de liberals die geen toekomst in Ralph Nader zien. De beide presidentskandidaten samen hebben ongeveer 100 miljoen stemmen getrokken. Die vormen bij elkaar het grote, solide midden. De paradox van deze verkiezingen is dat niet alleen de presidentskandidaten, maar ook degenen die in vrijwel alle staten een zetel voor de Senaat of het Huis van Afgevaardigden bevochten, de strijd met alle publicitaire middelen zo meedogenloos mogelijk hebben gevoerd. Het ging om de grote groep van aarzelaars die binnen de ruime grenzen van het midden meer gemeenschappelijks hebben dan fundamentele meningsverschillen. Zij zullen ten slotte de doorslag geven. Wat waren hun motieven? Tientallen, maar geen ideologische. Met de uitslag zoals we die nu kennen, en de kleine meerderheid die de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden hebben, en waarschijnlijk ook in de Senaat, kunnen we niet zeggen dat de Republikeinen in het Congres een uitgesproken mandaat hebben gekregen.

Het grote midden is tegelijkertijd een voordeel en een last voor de democratie. Zoals in alle Westelijke landen die door de nieuwe economie zijn aangeraakt, is dit ongekend welvarende, zich steeds verder depolitiserende centrum de inzet van de strijd. Het is van nature conservatief, en onideologisch. Het wil, simpel gezegd, op z'n minst houden wat het heeft, met een voorkeur voor meer. Nog voordat sprake was van een nieuwe economie, in de campagne van 1992, is het ontdekt door Bill Clinton en de zijnen: It's the economy, stupid! De Democraten plagieerden het Republikeinse programma voorzover dat paste, met zorgvuldige vermijding van alles wat ideologisch extreem was. Door al zijn avonturen heen – moralistisch-rechts een gruwel – heeft Clinton zich acht jaar met succes gehandhaafd. Zijn job rating, de manier waarop hij zijn werk als president doet, heeft op het ogenblik een bijval van 62 procent.

In de loop van hun campagne hebben Bush en Gore meer van hun ideologische ballast overboord gezet, althans gecamoufleerd. De afgelopen weken, terwijl de strijd feller werd, zijn ze nog verder naar het midden opgeschoven, dat wil zeggen, hebben ze wat ideologisch controversieel is zoveel mogelijk met rust gelaten. Deze angst om expliciet te zijn, heeft twee gevolgen. De persoonlijkheid, character, is nog belangrijker geworden. En de kiezers worden met toenemende intensiteit op dit beperkte gebied bewerkt. Dat gold niet alleen voor de twee presidentskandidaten. Waar de tegenstanders elkaar ook weinig ontliepen, zoals in de staten New York en New Jersey, was het van hetzelfde laken een pak. Door deze campagnes, die voornamelijk op de televisie worden uitgevochten, stijgen de kosten tot in het, voor Nederlandse begrippen onwaarschijnlijke. En dit maakt de kandidaten weer afhankelijker van hun financiers uit het bedrijfsleven. (Behalve in het geval van Jon Corzine, miljonair in New Jersey, die er zestig miljoen van zichzelf in heeft gestopt.)

Bij vorige verkiezingen heeft de wetenschap onderzocht welk effect de attack ads hebben, de afbraakpropaganda waarmee de tegenstanders elkaar op de televisie bewerken. Het bleek voornamelijk negatief te zijn. De kiezers kregen er genoeg van. Maar vijandschap is sterker dan de leer. De afgelopen weken is het televisiepubliek gebombardeerd met mededelingen dat de kandidaten leugenaars waren, het geld van de belastingbetaler verkwanselden, hun vriendjes bevoordeelden, op de belangrijkste zittingen verstek lieten gaan, of het terrorisme van de Palestijnen bevoordeelden (zoals de Republikein Lazio in New York over Hillary Clinton wist te vertellen). De conclusie is dat een politieke strijd die om het bezit van het midden wordt gevochten, onideologischer, persoonlijker, verbitterder, haatdragender en duurder wordt, en door dit laatste, dieper gebukt gaat onder de hypothecaire last van de kredietgevers. Wat dat kan betekenen, onttrekt zich aan de openbaarheid.

Dit wil niet zeggen dat de Amerikaanse kiezer slecht op de hoogte zou moeten zijn. Hij wordt van links tot rechts, van The Nation, ultraradicaal links, tot de National Review, idem rechts, met de hele regenboog daartussen, overstelpt met feiten, analyses, uitleg en beredeneerde meningen. Meet the Press en Face the Nation zijn mooie politieke televisieprogramma's. Voor uitgewogen berichtgeving zijn er de New York Times en The Washington Post; voor rauwe partijdigheid The New York Post. De Amerikanen die gekozen hebben, kunnen in ieder geval goed weten wat er in hun land aan de hand is.

Toch heeft dit alles, en de attractie van een `spannende strijd' de helft van de kiezers er niet toe kunnen brengen om mee te doen. De politicoloog Robert Entman schreef al in 1989 over `een democratie zonder burgers'. Het mechanisme werkt wel, hoe dan ook, maar de vraag is: ten behoeve van wie? Of, ten behoeve van wie niet? Of de nieuwe economie een definitieve wending betekent, dan wel een mythe met een beperkt leven, zolang de economische opgang duurt, worden de inkomensverschillen groter. Het rijkste half procent van de belastingbetalers ontvangt 11 procent van het nationaal inkomen. In politiek opzicht is dat niet van de grootste betekenis, omdat ook de allerrijksten belang hebben bij de continuïteit van het midden.

Het gaat om de groepen die te arm zijn om nog bij het midden te kunnen horen. Met opzet of niet, maar juist deze week heeft Newsweek zijn omslag gewijd aan `Amerika's gevangenisgeneratie'. Veertien miljoen Amerikanen, de meesten zwart of latino, schrijft het weekblad, zullen een deel van hun leven achter de tralies doorbrengen. Tussen 1980 en nu is de gevangenisbevolking verviervoudigd. Het is een van de bewijzen dat bij de opmars van het midden een groeiend deel van het volk in de berm raakt en daar blijft.

Wat zou Bush met zijn overwinning en zijn gebrek aan mandaat gaan doen? Zeker het beleid op den duur in conservatieve richting buigen. Het gevaar in deze situatie is dat de Republikeinen onder zijn leiding het slachtoffer van overmoed zouden worden. En Gore? Meer de continuïteit van Clinton bewaren. Veel anders valt er op acht november 2000 om zes uur 's ochtends niet over te zeggen. De 20ste eeuw is aangebroken, maar nog niet de dageraad van Amerika's nieuwe presidentschap.