Politie-inzet nooit te koop, wel betalen

Het kabinet wil excessieve politiekosten die gepaard gaan met risicowedstrijden niet doorberekenen aan de `voetbalbedrijven'. Maar de argumenten zijn ondeugdelijk, vindt Paul Scholten.

In het regeerakkoord van Kok II is de vraag opgeworpen of excessieve politiekosten niet aan organisatoren van evenementen doorberekend moeten worden. Men dacht daarbij met name aan excessieve politie-inzet bij voetbalwedstrijden. Dit idee werd onlangs door de Adviescommissie-Mans, die door de regering voor dit probleem is ingesteld, goed beargumenteerd, aldus het kabinet in de brief die onlangs aan de Tweede Kamer is gestuurd. Het kabinet legt desondanks het advies van Mans c.s. uit principe naast zich neer. De Kamer bespreekt volgende week dit afwijzende standpunt.

Het kabinet motiveert zijn `principe' door te stellen, dat ,,anders de opvatting zou kunnen postvatten dat de organisator de verantwoordelijkheid voor veiligheid rondom evenementen kan afkopen'. Maar tegelijkertijd erkent het kabinet dat ,,politie niet te koop kan zijn, wanneer vastgehouden wordt aan het terechte uitgangspunt, dat de burgemeester de inzet bepaalt en niet organisatoren van voetbalwedstrijden'. Daarmee wordt het eigen standpunt weer ontkracht.

Bovendien staat dit principe haaks op het beleid van Engeland, Duitsland of Frankrijk, waar wel doorberekening wordt toegepast. Waarom Nederland hiervan principieel afwijkt, wordt door het kabinet merkwaardigerwijs niet verklaard. Het gaat wel om duizenden dure politie-uren per jaar, die vele belastingmiljoenen kosten. Hoezo Europese gelijkheid?

Er wordt vervolgens door het kabinet teruggevallen op het standpunt dat het hier een kerntaak van de overheid betreft en dat daar dus geen vergoeding van een organisator voor mogelijk zou zijn. Kerntaak van de overheid is veiligheid aan bezoekers en niets vermoedende buitenstaanders te garanderen en, voor zover nodig – dus naast de eigen inzet van clubstewards in het stadion – deze garantie daadwerkelijk te bieden. De politiekosten dáárom door de belastingbetaler te laten betalen in plaats van door de veroorzaker is echter iets anders. Dit geldt te meer als door het kabinet al erkend is, dat in dit geval niet de regel geldt: `wie betaalt bepaalt'. Als er dan een principe in het geding is, is het dat `de vervuiler betaalt'. Aan dat redelijke uitgangspunt wordt nu geheel voorbij gegaan.

Doorberekening zou ten slotte geen bijdrage leveren aan het tegengaan van wanordelijkheden. Daar is echter het idee excessief politieoptreden bij risicowedstrijden door te berekenen aan de voetbalbedrijven nooit op gericht geweest. Het kan daar wel een bijdrage aan leveren. De prikkel die ervan uitgaat op de voetbalbedrijven om zich zelf maximaal hiervoor in te spannen, is evident, zo blijkt volgens Mans in Engeland. Van de argumentatie van het kabinet blijft zo niet veel over.

De conclusie kan dan ook niet anders zijn dat de belastingbetalers voor altijd mee blijven betalen aan het commerciële belang van deze tak van zwaar betaalde sport. Gevolg zou kunnen zijn dat burgemeesters wegens niet proportionele inzet ten opzichte van veiligheidsnood elders in hun gemeente of regio eerder gedwongen zijn wedstrijden te verbieden. In ieder geval is de kans definitief verkeken elders in de gemeenten meer politie-inzet te realiseren. Ook daar is namelijk genoeg politietoezicht nodig, vinden vele regionale politiebestuurders. Een Kamermeerderheid zal het kabinet wel weer volgen. Burgemeesters hebben echter wel hun eigen kerntaak.

Mr. Paul Scholten is burgemeester van Arnhem.