Op een haar na

DE DAGEN VAN Eisenhower schenen vanmorgen even teruggekeerd. Het Witte Huis en beide huizen van de Amerikaanse volksvertegenwoordiging waren volgens de rekenaars van de media in één hand gekomen, de Republikeinse. Daarna kwamen de twijfels. Florida, waar uiteindelijk de beslissing moet vallen, was in de loop van de avond al eens van winnaar gewisseld. Gezien het geringe verschil werd een hertelling noodzakelijk geacht. Kandidaat Gore slikte de erkenning van zijn nederlaag weer in.

De zege van Bush of van Gore zal, zoveel staat vast, flinterdun zijn en dat zal de overwinnaar dwingen tot verzoening over de partijgrenzen heen. Bush zou dit te gemakkelijker vallen omdat hij toch al het boegbeeld van een terugtredende overheid wilde zijn. Voor de activistische Gore telt in ieder geval het Democratische onvermogen eindelijk weer eens het Huis van Afgevaardigden te veroveren. In Huis en Senaat blijven beide partijen aan elkaar gewaagd. Het is geen geheim dat het Amerikaanse Congres doorgaans meer nuancering vertoont dan de twee partijen waaruit het bestaat. Zijn Washingtonse ervaring zou Gore als president wel eens meer kunnen opleveren dan het zuiver getalsmatige Republikeinse overwicht een president Bush.

ONGEVEER DE HELFT van het electoraat ging naar de stembus – waar het kiezersvolk vervolgens in twee bijna gelijke delen uiteenviel. De suggestie dat de Amerikaanse kiezer nauwelijks gemotiveerd is, wordt door deze uitslag bevestigd èn tegengesproken. De thuisblijvers spreken voor zichzelf, maar de stembusgangers laten zien dat Amerika een nagenoeg gelijke verdeling kent tussen bewust behoudend en bewust vernieuwend. Die kiezers hebben een verschil willen maken. Intussen kan het een vraag zijn of de vernieuwingsdrang van Gore, mr. internet, een aantal kiezers niet juist heeft afgeschrikt. Hoewel Bush een paar verregaande voorstellen heeft gedaan – op het gebied van belastingen en defensie – heeft hij toch nauwelijks herinneringen opgeroepen aan de zogenoemde Gingrich-revolutie van 1994 toen de Republikeinen de indruk wekten de gehele zorgsector de nek om te willen draaien. Voor een Republikein rechts van het midden heeft Bush de afgelopen maanden veel over solidariteit gesproken.

De uitslag bevestigt ten overvloede dat het Amerikaanse politieke landschap is veranderd. De Democratische partij heet historisch de grootste te zijn met de omvangrijkste aanhang in het electoraat. Met zijn pleidooi voor gedrag beïnvloedende belastingvermindering, met zijn oorlogsverklaring aan `corporate America' – de grote belangen die met hun donaties de politiek naar hun hand proberen te zetten – en met zijn belofte medische en andere zorg te reorganiseren ten bate van de minder draagkrachtigen, heeft Gore op de trouwe partijgangers gemikt. Maar de ontwikkeling van de campagne dwong hem in een beperkt aantal `swing'-staten vooral zogenoemde focusgroepen aan te spreken. Mogelijk heeft dat de vaste Democratische aanhang van hem vervreemd.

Dan speelde ook nog de Nader-factor, de groenen, die, van belang in een `swing'-staat zoals Florida, stemmers weglokten bij Gore. De Nader-aanhang verdedigt zich tegen verwijten de verkeerde kandidaat te hebben geholpen met de nauwelijks overtuigende stelling dat Bush of Gore er niet toe doet. Hoezeer de politieke beperkingen van alledag ook een president de handen binden, dit is wel een zeer naïeve voorstelling van zaken. De veronderstelling in het Nader-kamp dat de groenen kiezers naar de stembus hebben gelokt die anders thuis waren gebleven, klinkt reëler.

HET BUITENLAND heeft dankzij de veranderende uitslagen van de afgelopen uren vast kunnen wennen aan het idee van een president Bush in het Witte Huis. Zeker in Europa ging de voorkeur uit naar Gore. Waar de vice-president bekendheid geniet, daar is de gouverneur van Texas voor Europese leiders een onbeschreven blad. Diens uitspraken over een strategische arbeidsverdeling tussen de VS en hun bondgenoten, met als implicatie een voortijdige Amerikaanse terugtocht uit de Balkan, deed velen aan deze zijde van de Atlantische Oceaan de wenkbrauwen fronsen. Slechts een enkeling, Frankrijks ex-president Valéry Giscard d'Estaing, voorziet een bijzondere kans voor Europa om tot politieke volwassenheid te komen wanneer een president Bush zijn woorden gestand zou doen.

Azië, Japan voorop, geeft meer aandacht aan de band die Gore in zijn lange loopbaan met de vakbonden is aangegaan. Anders dan Clinton, en zeker anders dan Bush, wordt van Gore een zekere gevoeligheid verwacht voor protectionistische tendensen. Nu de Democraten er niet in geslaagd zijn het Huis te veroveren, zal de invloed van de bonden overigens betrekkelijk marginaal blijven.

Amerika staat op een tweesprong. Zal het, tien jaar na de Wende in Europa, als politieke en militaire grootmacht meer afstand nemen tot de wereld, vrij naar Bush, of zal het de Washington Consensus continueren die onder Clinton de hoogste prioriteit gaf aan het fenomeen globalisering? Zolang de uitslag onzeker is, is het geringe verschil tussen beide kampen het opvallendste aspect aan deze verkiezingen. Alsof Amerika zich nog even op zijn toekomst bezint.