Onverschillig

,,Kan ik naar bed?'' vroeg ik vannacht mijn politieke adviseurs in Amerika. Ze knikten na enige aarzeling. ,,Het wordt vermoedelijk toch Bush'', zeiden ze.

Ik hakte de knoop door en kroop onder de wol. Niet zonder enige wroeging, want had ik niet vanaf mijn vijftiende alle Amerikaanse presidentsverkiezingen op de voet gevolgd? De opmars van de televisie als het beste medium voor live verslaggeving is voor mij met die verkiezingen begonnen. En met de fameuze bokswedstrijden van Mohammed Ali. Het had iets romantisch: de hele straat naar bed en jij, als enige, verbonden met de ring in Madison Square Gardens.

Maar vannacht kon ik het opeens niet meer opbrengen. Hoezeer de televisie ook haar best deed van NOS en RTL4 tot de BBC en CNN -, het vooruitzicht van een nacht speculeren over de kansen van Bush en Al Gore leek me zoiets als het gedwongen leegeten van de Kalahari. Geen moment hadden die mannen ook maar een vonkje enthousiasme bij me opgewekt. Het gevaar dat de domste van de twee het ging winnen net als Reagan destijds kijkt Bush al een beetje dom – maakte het er alleen maar erger op.

Terwijl ik dit stukje zit te schrijven, hoor ik dat Bush heeft gewonnen, tenzij een hertelling in Florida anders uitwijst. Op CNN is iedereen over zijn toeren, commentatoren vallen elkaar verwilderd in de rede. Een saaie verkiezingsstrijd is uitgemond in een sensationele wedloop.

Ik ga nog spijt krijgen van mijn onverschilligheid. Die had meer met Al Gore te maken dan met Bush. Intellectueel beperkte presidentskandidaten zijn er altijd geweest Goldwater, Reagan, Ford en we hebben zelfs een schurk als Nixon mogen meemaken, maar er was meestal wel een interessant alternatief dat je belangstelling gaande hield, zelfs als zijn kansen gering waren. George McGovern kan ik me als een goed voorbeeld herinneren.

Maar Al Gore?

Tijdens zijn tweede debat met Bush gaf ik alle hoop op. Zelden een droeviger demonstratie van karakterloosheid gezien. In het eerste debat was hij nog zichzelf geweest: blakend van dossierkennis, iets te arrogant, maar wel degelijk capabel dat waren de voornaamste indrukken. Toen liet hij zich door zijn pr-adviseurs ompraten. Hij moest zich inhouden en gedwee naast zijn concurrent zitten. Op een bepaald moment hoorden we hem zelfs zeggen dat hij Bush wel degelijk `een man met een goed hart' vond.

Toen leek het gebeurd met Al Gore. Amerikaanse kiezers houden niet van laffe leiders. Gore had een voorbeeld moeten nemen aan Hillary Clinton. Ze nam een weloverwogen risico door op haar omstreden man te blijven steunen, en ze won. Dit gaat de eeuw van de Clintons worden. Over vier jaar wordt Hillary president. Ze blijft het acht jaar, waarna Bill weer terugkomt. Na weer acht jaar wordt Bill afgelost door Hillary totdat hun dochter Chelsea de macht overneemt.

Al Gore eindigt als ambassadeur in Den Haag, tenzij die hertelling...