Hulp aan Ethiopië en Eritrea bevroren

In verband met de grensoorlog tussen Ethiopië en Eritrea heeft Nederland in juni 1999 zijn ontwikkelingshulp aan beide landen bevroren, wat betekent dat geen nieuwe verplichtingen meer werden aangegaan. Van deze stap werden uitgezonderd: committeringen aan fellowshipsprogramma's, lokale en Nederlandse niet-gouvernementele organisaties en, waar mogelijk, humanitaire hulp.

Begin vorig jaar zijn beide staten geplaatst op de door minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) tot 21 landen beperkte lijst van landen waarmee Nederland een structurele bilaterale ontwikkelingsrelatie onderhoudt. Ondanks de bevriezing van die hulp staan Eritrea en Ethiopië nog steeds op de lijst van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking.

Afhankelijk van de voortgang van het vredesproces zal in 2001 worden beslist over een stapsgewijze hervatting van de hulp. Dat wil zeggen: over de gedeeltelijke `ontdooiing' van bevroren hulp door het ministerie.

In 1998 gaf Nederland voor hulp aan Eritrea acht miljoen en voor Ethiopië 53 miljoen gulden uit. Vorig jaar werd voor Eritrea aan uitgaven 16,5 miljoen gulden uitgetrokken en voor Ethiopië 64,5 miljoen gulden. In het geval-Eritrea was 3,5 miljoen gulden bestemd voor economie, werkgelegenheid en regionale ontwikkeling, 0,2 miljoen gulden voor milieu, 0,3 miljoen voor onderwijs, 4 miljoen voor maatschappelijke ontwikkeling en 8,3 miljoen voor humanitaire hulp.

Voor Ethiopië waren deze cijfers respectievelijk 39,9 miljoen gulden, 1,2 miljoen gulden, 1 miljoen gulden , 13,7 miljoen gulden en 8,7 miljoen gulden.

Voor de vaststelling door experts van de Verenigde Naties van de precieze grens tussen Ethiopië en Eritrea, die in het jaarverslag van Ontwikkelingssamenwerking een ,,essentiële voorwaarde voor vrede'' wordt genoemd, heeft Nederland voorts een half miljoen dollar toegezegd.