EU wil bureau voedselveiligheid

De Europese Commissie wil 70 miljoen per jaar investeren in een onafhankelijk Europees Voedselagentschap. Dit blijkt uit een voorstel dat de Commissie vanmorgen heeft gepresenteerd. Het agentschap moet het centrale meldpunt worden voor alles wat met voedselveiligheid in de Europese Unie te maken heeft. Het zal onder meer wetenschappelijk advies uitbrengen, en gaat een `rapid alert system' opzetten voor crisissituaties. Zo wil de Commissie het vertrouwen herstellen van de consument in wat hij op zijn bord krijgt. Er zullen 330 mensen werken.

,,Veiligheid is ons belangrijkste voedingsmiddel'', zei Eurocommissaris voor Consumentenbelangen David Byrne gisteren. Door schandalen rond de gekkekoeienziekte (BSE) in Groot-Brittannië en de dioxinecrisis in België, de laatste jaren, heeft de Europese burger ,,het oncomfortabele gevoel dat er dingen voor hem verborgen worden gehouden''. De recente uitbraak van BSE in Frankrijk, waar men een miljoen koeien wil afmaken, versterkt dit gevoel – al was het maar omdat Frankrijk niet strikt de hand heeft gehouden aan het verbod op dierlijk afval in koeienvoer. ,,Doordat wetenschappers elkaar soms tegenspreken over risico's voor voedselveiligheid'', zei Byrne, ,,weet de consument helemaal niet meer waar hij aan toe is.''

De European Food Authority (EFA) moet deze problemen ondervangen. Het agentschap is een van de stokpaardjes van de Commissie-Prodi sinds haar aantreden vorig jaar, omdat het niet alleen het vertrouwen van de burgers in de voedselveiligheid kan herstellen, maar ook het vertrouwen in de Commissie zelf.

Volgens een ingewijde drong Frankrijk, tot 1 januari voorzitter van de Europese Unie, erop aan dat het voorstel voor het agentschap snel zou worden gepresenteerd: ook Frankrijk kan een `succesje' gebruiken.

Hoewel Prodi in 1999 zei dat het Europese agentschap een soort FDA moest worden, krijgt het, anders dan deze Amerikaanse Food & Drugs Agency, geen uitvoerende bevoegdheid. Daar willen de lidstaten van de Europese Unie niet aan.

Om overlap en conflicten te voorkomen krijgen alle nationale voedselinspecties wel zitting in een adviesorgaan van het management van de EFA. Het management zal bestaan uit vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie, het Europese Parlement, consumenten en de industrie. Voor elk onderwerp, zoals BSE en gengewassen, krijgt het agentschap een apart wetenschappelijk comité.

Over de vestigingsplaats van het agentschap laat de Commissie nog niets los. Tot voor kort leek Helsinki, dat nog geen enkele Europese instelling heeft, favoriet. De andere twee officiële kandidaten zijn Parma en Barcelona.

Byrne herhaalde gisteren dat een ,,centrale plek'' (niet ver van Brussel) zijn voorkeur heeft. Daarmee voedt hij geruchten dat de steden Lille en Bonn informeel ook in de race zijn. Het Voedselagentschap begint pas als het Europese Parlement en de ministers van de lidstaten het Commissievoorstel goedkeuren.