Eritrea vindt opschorten van hulp oneerlijk

Eritrea vindt het oneerlijk dat Nederland de ontwikkelingshulp pas wil hervatten na een definitieve vredesregeling met Ethiopië. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Ali Said Abdella wordt Eritrea de dupe van de tegenwerking van de Ethiopiërs bij de onderhandelingen. Volgens Abdella is het ,,niet eerlijk'' dat ,,beide landen op dezelfde manier worden behandeld''.

Nederland schortte de ontwikkelingshulp aan Eritrea en Ethiopië op in 1998, nadat een grensconflict tussen de twee landen was uitgelopen op een grootschalige oorlog. In juni van dit jaar tekenden beide landen in Algiers een voorlopig vredesakkoord, dat voorziet in de stationering van de VN-vredesmacht UNMEE en de instelling van een arbitragecommissie die de omstreden grenzen definitief moet vastleggen. De onderhandelingen die sindsdien tussen beide landen worden gevoerd, verlopen echter uiterst moeizaam. Zo beschuldigt de Eritrese regering Ethiopië ervan mijnen te leggen en de mensenrechten van de Eritrese minderheid in Ethiopië te schenden.

Volgens minister van Buitenlandse Zaken Abdella doet Eritrea er alles aan om zo snel mogelijk tot een definitieve vredesregeling te komen. De Ethiopiërs daarentegen hebben zich echter tot nu toe nog nog niet bereid getoond de voorwaarden van het akkoord van Algiers uit te voeren, aldus de minister. ,,Wij bespeuren aan Ethiopische kant geen echte wens tot vrede.'' Abdella vindt daarom dat de ontwikkelingshulp aan Eritrea nu al zou moeten worden hervat. ,,Het is niet eerlijk dat de partij die zich schikt, hetzelfde wordt behandeld als de partij die weigert mee te werken aan de uitvoering van het voorlopig vredesakkoord.''

De opmerkingen van Abdella komen aan de vooravond van een bezoek van minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen, die vanavond in de Eritrese hoofdstad Asmara wordt verwacht. Volgens Abelleda gaat het om een ,,zeer belangrijk en uniek'' bezoek. De leidende rol die Nederland heeft genomen in de vredesmacht UNMEE wordt door Eritrea ,,bijzonder gewaardeerd'', aldus de minister. ,,De beslissing om deel te nemen is een moedige keuze, gezien de eerdere problemen met vredesoperaties in Afrika.''

Nederland neemt met ongeveer 1.100 militairen deel aan UNMEE, de United Nations Mission in Eritrea and Ethiopia. Sinds afgelopen vrijdag zijn 48 Nederlandse soldaten bezig het operatiegebied van Nederlands-Candadese bataljon aan het front tussen Ethiopië en Eritrea te verkennen. De hoofdmacht zal vermoedelijk begin december in Eritrea aankomen.