Clinton laat tikkende tijdbommen na

Het tijdperk-Clinton zou, net als de jaren van Eisenhower, wel eens de geschiedenis in kunnen gaan als een tijd van betrekkelijke kalmte en ongeëvenaarde voorspoed. Zijn opvolger zit echter met de brokken, meent Robert Kagan.

Amerikanen beoordelen hun presidenten op de gebeurtenissen onder hun bewind vanaf de dag van hun inhuldiging tot hun uiteindelijke afscheid. Maar dat is niet helemaal eerlijk. Als iemand het Oval Office betreedt, is zijn erfenis in elk geval al voor een deel bepaald door degene die zojuist is afgetreden. En zoals de winnaar van de presidentsverkiezingen van gisteren algauw zal merken, hebben sommige presidenten de slinkse gewoonte om op het vlak van de buitenlandse politiek ernstige onopgeloste problemen en verborgen rampen achter te laten die pas tot uitbarsting komen als zijzelf van het toneel zijn verdwenen.

Een meester in de achterlating van mijnen waar zijn opvolger op trapte was Dwight (`Ike') D. Eisenhower. Zijn erfenis voor John Kennedy? Fidel Castro, operatie Varkensbaai en de belofte het Zuid-Vietnam van Ngo Dinh Diem te verdedigen tegen de communisten in het noorden. Kennedy mocht het vuile werk van Ike opknappen in Cuba; Lyndon Johnson dat van Eisenhouwer en Kennedy in Vietnam. En inmiddels wordt Ike door de Republikeinen en zelfs door veel historici als een superieur staatsman vereerd.

De buitenlandse politiek van Bill Clinton werd vrijwel geheel bepaald door de problemen die George Bush senior had achtergelaten. Clinton is de laatste jaren door de Republikeinen aangevallen wegens zijn aanpak van Irak, de Balkan, Haïti en Somalië. Maar dat waren stuk voor stuk onontplofte bommetjes van Bush.

Bush liet Saddam Hussein aan de macht aan het einde van de Golfoorlog. Hij liet Slobodan Miloševic tekeergaan op de Balkan. In Haïti eiste Bush terecht de terugkeer van de gevallen president Jean-Bertrand Aristide, maar liet hij vervolgens een patstelling achter waarin de volgende Amerikaanse president de toestand moest laten escaleren of zich vernederd terug moest trekken. Hij stuurde Amerikaanse troepen naar Somalië – de oorspronkelijke `humanitaire' missie – en liet aan Clinton de taak een uitweg te vinden. Inmiddels staat Bush bekend als dé president van de buitenlandse politiek en is Bill Clinton een sukkel.

Soms, zij het zelden, bewijst een president zijn opvolger zowaar een dienst. Dat gebeurt dan bij vergissing. Ronald Reagan won de Koude Oorlog, maar de eindoverwinning kwam pas onder George Bush. Bush dankte zijn faam als tovenaar in de buitenlandse politiek mede aan de kans voor open doel die hem door Reagan werd geboden, maar als dank werd de oude baas in een stille campagne door het Bush-team afgeschilderd als een brave domoor. Om een flink deel van de eer voor de overwinning in de Koude Oorlog op te strijken, moesten Bush en zijn team de rol van Reagan verkleinen en die van zichzelf vergroten. Voor presidenten die iets willen nalaten, is de les overduidelijk: laat nooit iets beter achter dan je het hebt aangetroffen.

Daarom hebben mensen het mis als ze denken dat Bill Clinton de geschiedenis zal ingaan als een slechte president op buitenlands-politiek terrein. In de traditie van Eisenhower en Bush heeft hij overal tikkende tijdbommen achtergelaten, die in de komende vier jaar waarschijnlijk geheel of gedeeltelijk zullen afgaan. Dat zal wonderen verrichten voor zijn eigen reputatie en voorkomen dat hij als een sukkel wordt gezien.

Natuurlijk is er nog Irak, waar de internationale sancties hun langste tijd gehad lijken te hebben, waar Saddam een vermogen verdient aan de verkoop van olie en waar wapensystemen bloeien. Onder de komende president zal Irak een raket krijgen en daarop iets dodelijks monteren, wat een rampzalig effect zal hebben op het nu al onstabiele Midden-Oosten. Maar dat is dan niet meer het probleem van Clinton. Volgens anonieme medewerkers van Clinton is hun beleid al meer dan een jaar om Irak van de voorpagina's te houden en te bidden dat er niets gebeurt voor de dag van de verkiezingen.

Bij het vredesproces in het Midden-Oosten dwong de verregaande eigenzinnigheid van Clinton Israël en de Palestijnen tot een afspraak die ten minste een van beiden in de verste verte niet bereid was uit te voeren. Maar met het oog op Clintons erfenis was het een slimme zet. In het onwaarschijnlijke geval dat hij toch succes had gehad, stapte Clinton nu trots rond met zijn Nobelprijs.

Maar Clinton zal geen schade oplopen door zijn misser, niet eens op korte termijn. Verslaggevers van elke grote Amerikaanse krant zullen hem altijd de eer geven dat hij een poging heeft gedaan, omdat het nooit verkeerd is vrede na te streven.

Intussen mag de stakker die de presidentsverkiezingen heeft gewonnen, opdraaien voor al de vreselijke gevolgen van Clintons egotrip, waaronder een nieuwe golf van anti-Amerikaans terrorisme. Als de volgende president de volgende crisis verkeerd aanpakt, en dat is onvermijdelijk, dan wordt het Midden-Oosten zijn en alleen zijn probleem. Aan Clinton zal eenvoudig worden teruggedacht als de man die nog een poging heeft gedaan.

We zouden nog door kunnen gaan. Over de groeiende nucleaire wrijving tussen India en Pakistan en de toenemende kans op een oorlog tussen China en Taiwan. Over het raketschild, een thema dat door Clinton zo meesterlijk is verknoeid dat de volgende president zonder werkbaar programma zit, maar wel met veel woede en wrok van de Europese bondgenoten van Amerika. Over de inkrimping van het Amerikaanse leger dat bij een oorlog in de Straat van Taiwan en de Golf in een van beide gevallen zal moeten passen. Deze en andere problemen kunnen een volgende president nog wel eens flink het leven zuur maken.

Voor Clinton maakt dat niet meer uit. `Après moi le déluge.' Vergeleken bij dat wat ons waarschijnlijk te wachten staat, zou de regeerperiode van Clinton wel eens de geschiedenis in kunnen gaan als een tijd van betrekkelijke kalmte en ongeëvenaarde voorspoed – net als de jaren van Eisenhower. De volgende president zal zijn handen vol hebben aan de verwarring die Clinton achterlaat.

Robert Kagan is verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace.

© Los Angeles Times-The Washington Post