Azerbajdzjan is nog lang geen democratie

De Raad van Europa praat over de toelating van Azerbajdzjan als lid. Het debat begon twee dagen na volgens waarnemers zeer ondemocratische parlementsverkiezingen.

Als Heydar Aliyev, president van Azerbajdzjan, de verkiezingen van zondag heeft bedoeld als democratisch visitekaartje aan de vooravond van het debat in de Raad van Europa, dan heeft hij gefaald. Unaniem waren de internationale waarnemers die toezicht hielden op de verkiezingen: er ontbrak heel veel aan de stembusslag.

Bij de verkiezingen kreeg Aliyevs partij Yeni Azerbaycan (Nieuw Azerbajdzjan) 70,8 procent van de stemmen. De oppositie bleef steken op 6,4 procent voor het Volksfront en 4,7 procent voor de partij Musavat (Gelijkheid). Het aantal opposanten in het 124 leden tellende parlement zal op de vingers van één, hooguit twee handen te tellen zijn. De opkomst was, volgens de officiële gegevens, 72 procent.

Aan elk van die percentages wordt getwijfeld door de internationale waarnemers. Paula Kokkonen, die de OVSE-missie leidde, zei dat op grote schaal stembussen zijn gevuld met nepbiljetten, dat leden en kandidaten van de oppositiepartijen zijn geïntimideerd of gearresteerd (zelfs een Amerikaanse waarnemer werd opgepakt), dat de opkomstpercentages gemanipuleerd waren en dat het proces van het tellen van de stemmen tekortschoot. De verkiezingen, aldus Kokkonen, voldeden geenszins aan internationale criteria. Andreas Gross van de Raad van Europa ging nog verder. Hij was ,,diep teleurgesteld'' over ,,de meest ondemocratische verkiezingen'' die zijn waarnemers ooit hadden meegemaakt en sprak van ,,een farce''.

Human Rights Watch had al vorige week aan de bel getrokken. In een negen pagina's tellend rapport stelde de organisatie een reeks tekortkomingen aan de kaak. Aanhangers die voor oppositiekandidaten handtekeningen ophaalden om hen te kunnen registreren, waren bedreigd; het registratieproces werd zodanig vertraagd dat de registratie van oppositiekandidaten niet op tijd rond kwam; handtekeningen op de lijsten werden zonder grond voor vals verklaard, hetgeen resulteerde in het alsnog schrappen van honderden kandidaten; ngo's mochten geen toezicht uitoefenen op de verkiezingen; onafhankelijke en oppositionele media zijn maandenlang geïntimideerd met smaadprocessen, de dreiging met sluiting en arrestaties van journalisten. Aanvankelijk mochten de meeste oppositiepartijen niet eens aan de verkiezingen meedoen; pas na internationale druk werden ze alsnog toegelaten.

De kansen op toelating van Azerbajdzjan tot de Raad van Europa lijken – als de Raad de normale criteria toepast – gering. De oliestaat aan de Kaspische Zee is allesbehalve een democratie. In de gevangenissen zitten honderden politieke gevangenen op beschuldiging van terrorisme, vermeende couppogingen, etnisch separatisme of illegaal wapenbezit. De omstandigheden in die gevangenissen werden eerder dit jaar door Amnesty International omschreven als ,,afgrijselijk'': foltering is er aan de orde van de dag. Demonstraties van de oppositie worden doorgaans hardhandig uiteengejaagd. Vorig jaar werden zeven oppositieleiders veroordeeld tot jarenlange dwangarbeid wegens deelname aan een protestbijeenkomst tegen de fraude bij de presidentsverkiezingen van 1998. Niet voor niets heeft Aliyev, de enige nog levende leider die al in Brezjnevs politburo zat, in Sovjet-tijden jarenlang de communistische partij en de KGB geleid. Intussen verpaupert – de olie ten spijt – de bevolking: officieel is veertig procent van de beroepsbevolking werkloos (in werkelijkheid veel meer); wie wel werk heeft moet rondkomen van 65 gulden per maand, terwijl sommige ministers aan steekpenningen vijfduizend dollar incasseren – per dag. Veel gewone Azeri zijn aangewezen op geld van in Turkije of Rusland werkende familieleden.

De officiële media effenen intussen de weg voor de eerste dynastieke opvolging in de voormalige Sovjet-Unie, want als het aan de 77-jarige zieke Aliyev ligt wordt hij opgevolgd door zijn 38-jarige zoon Ilham. Ilham, nu vice-voorzitter van de machtige staatsoliemaatschappij SOCAR, is een in Moskou opgeleide bureaucraat. Charisma bezit hij niet. Maar volgens de officiële media bezit hij wel iets anders: de genetische code van Heydar Aliyev, ,,en dat is niet de genetische code van een normaal mens, maar die van een nationale patriarch en de leider van de staat''.