Zielik

Onlangs vond er een zwaar luchtbombardement op het centrum van Amsterdam plaats. De media en politie waren toen net ergens anders bij een of andere risicowedstrijd in de eredivisie, of bij Van Agt op de stoep waardoor er te weinig aandacht aan is besteed.

Geeft verder niets, die Amsterdammers redden zich wel. Ze zijn op het gebied van herstel en renovatie wel iets gewend. Ze hebben alleen nogal wat uit te leggen aan toeristen, vooral degenen onder hen die verzuimd hebben hun lieslaarzen en zwemvesten mee te nemen. Daarzonder wordt het immers steeds moeilijker het stadscentrum te doorkruisen.

Overal waar je kijkt liggen kilometerslange, mansdiepe greppels waarin gezocht wordt naar mogelijke overlevenden. Sommige bomkraters worden alweer dichtgegooid om het verkeer zo snel mogelijk te normaliseren. De in oranje kleding gestoken reddingswerkers lijken voor een onmogelijke opgave te staan. Hun aantal is gering en de aangerichte schade enorm.

Schrijnend is de situatie vooral bij de Dam voor het koninklijk paleis. Daar moeten de gevolgen van de bominslagen gruwelijk zijn geweest, want men heeft het gebied zoveel mogelijk aan het oog onttrokken via lange banen van wit, ondoorzichtig canvas. Wie er een blik overheen waagt, krijgt een schok. Ook mensen die een hekel aan duiven hebben, zullen de aanblik moeilijk kunnen verdragen.

Arme duiven.

Zij begrijpen niet wat hun overkomt. Op een morgen zagen zij zich omringd door die oranje mannen die de gezellige klinkers onder hun pootjes vandaan haalden met griezelige graafmachines. Er verrezen bergen stenen en zand, er kwamen lelijke containers en schijthuisjes voor de werkers. Nu zijn duiven bepaald niet eenkennig, maar ze vroegen zich toch af: waar blijven onze lieve toeristen? Het drong niet tot hen door duiven zijn meer doeners dan denkers – dat het plein verboden gebied was geworden voor de toeristen.

Nu zitten de duiven gevangen achter het canvas. Natuurlijk, ze kunnen opvliegen en vertrekken, maar ze hebben nog steeds het gevoel dat de situatie een gunstige wending zal nemen. De honger begint fel te knagen, maar een duif wanhoopt niet snel. Hij denkt: morgen is die omheining weg en dan krijg ik weer mijn eten.

Maar zo werkt het niet, duifjes. Het wordt een hongerwinter, als jullie niet maken dat je wegkomt. Dat graven en woelen `herprofilering' noemen ze het bij de gemeente – zal nog maanden, mogelijk jaren, duren.

Een Chinese vrouw stond gisteren sneden brood naar de duiven te gooien. Als enige. Ze was klein en moest op haar tenen staan om de duiven te bereiken. Dankbaar stortten ze zich op het brood toch nog iemand die aan hen dacht. ,,Zielik, zielik'', zei de vrouw. ,,Ik woon hier niet, ik kan niet elke dag komen. Kunt u niet helpen?''

Ik beloofde haar een oproep te plaatsen: Amsterdammers, help de Damduiven door de winter.