In Ina's hoofd zat een schat aan kennis

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Archeoloog Ina Isings (1919-2018) wijdde zich decennialang aan 15.000 opgegraven objecten.

Ina Isings bij de opgraving van het Castellum van De Meern in 1982.

‘Foute boel”, noemde ze het bejaardenhuis op haar 95ste nog strijdlustig tegen het Algemeen Dagblad. Tot haar 98ste woonde archeoloog Ina Isings in haar geboortehuis in Soest, In d’Opgang, waar ze opgroeide als oudste van drie kinderen in een streng gereformeerd gezin. Later was ze er mantelzorger voor haar ouders en haar jongere zus Mieke, die in 2000 overleed.

Ook in haar eentje was Ina Isings gelukkig in het huis dat haar vader Johan Herman Isings in 1909 had laten bouwen door architect Adriaan Moen. Het atelier waar Johan in opdracht van Wolters Noordhoff zijn beroemde historische schoolplaten maakte, gebruikte ze als ontvangstruimte. Ze genoot van de liefdevol verwaarloosde tuin, waar vogels, wilde katten, planten en wolken een dagelijkse bron van fascinatie vormden. Sociale contacten had ze genoeg, dankzij haar grote netwerk binnen de archeologie en haar vaste bezoeken aan de Wilhelminakerk in de buurt, waar ze bij de wekelijkse leeskring altijd haar Nieuw-Griekse bijbelvertaling meebracht. Een rotsvast vertrouwen in een hogere, leidende macht wist ze op een vanzelfsprekende manier te combineren met een enorme historische kennis.

Die intellectuele vrijheid had ze in benarde omstandigheden verworven. „De thuissituatie was niet makkelijk”, zegt Manuel Isings, zoon van Ina’s jongere broer Hans. „Mijn opa was heer en meester, die liet zich door Ina bedienen en oreerde. Hij stond onder invloed van een Amerikaanse splintergroepering binnen de gereformeerde kerk en was erg vroom. De buitenwereld zat vol gevaren.

„Mijn vader had zich los weten te maken, maar Ina en Mieke werden overbeschermd. Als meisjes waren ze van de lagere school gehaald omdat ze de pokkenprik niet mochten halen van opa, het Baarnsch Lyceum werd verboden terrein toen Ina daar een ongeschikt boek te lezen kreeg.”

Maar Ina was leergierig en hield vol: ze legde middels thuisonderwijs eindexamen gymnasium af, voltooide als spoorstudent een studie kunstgeschiedenis en klassieke archeologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht en promoveerde in 1957 op Roman glass from dated finds, dat nog altijd geldt als internationaal standaardwerk voor het archeologisch onderzoek naar Romeins glas. Manuel: „De universiteit was haar vlucht.”

Classica Marleen Mulder ontmoette Isings toen ze in 1963 als student college van haar kreeg. Isings was lector klassieke archeologie – een aanstelling als hoogleraar zou pas in 1979 volgen.

Mulder: „Mijn zusje had me al over haar verteld, die markante, in onze ogen toen al ‘oma-achtige’ mevrouw. Tijdens koffiepauzes vertelde Ina verhalen over haar zus, die autistische trekjes vertoonde, en haar poezen. Toen ik voor mijn afstudeerscriptie naar Rome mocht, stond ze me op station Termini op te wachten, zo hartelijk. Brieven ondertekende ze altijd met een vaasje waarvan de oren twee I’s vormden, van Ina Isings.”

Ongedateerde foto.

Naast haar werk aan de universiteit was Isings vanaf 1961 onbezoldigd conservator van de PUG-collectie (Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen), een oudheidkundige verzameling van zo’n 15.000 objecten die in en rond Utrecht zijn opgegraven. Ze zette dat voort na haar emeritaat, en werkte toen ook nog jaren in de bibliotheek van de archeologische afdeling van de gemeente.

„Daar tikte ze de kaartjes in en kletste je de oren van het hoofd,” zegt collega-archeoloog Herre Wynia, „over opgravingen waar ze aan had meegewerkt, reizen die ze had gemaakt. Ik liet me graag door haar afleiden. Af en toe verdween ze midden op de dag met onbekende bestemming; op een keer mocht ik mee en ontdekte een enorme, lekkende, onverwarmde ruimte in de Fundatie van Renswoude, waar al die duizenden Romeinse kleinoden bij elkaar stonden. Ina was al dertig jaar manmoedig bezig de boel in kaart te brengen”.

Overdracht van de collectie aan de gemeente bracht verbetering in de huisvesting, en in 2007 werd een begin gemaakt met de digitalisering. Archeoloog Joanneke van den Engel-Hees is er nog altijd mee bezig. „In Ina's hoofd zat een schat aan kennis”, vertelt ze over haar zestig jaar oudere collega. „Niemand wist zoveel als zij. Toen ze nog college gaf, nam ze rustig een zak vol Romeinse scherven mee om ze door studenten te laten determineren. Maar het was en is een immense klus. Ze was dankbaar dat er hulp kwam.”

Toen Isings vorig jaar voor de tweede maal haar heup brak bij een val in huis en het herstel dit keer niet goed verliep, werd overplaatsing naar een zorgcentrum toch nog onvermijdelijk. Vriendin en mantelzorger Sietske Lievaart: „Ze genoot er van het uitzicht op de bossen. Ze is vredig ingeslapen.” Haar laatste artikel publiceerde Isings in 2015.

    • Sandra Heerma van Voss