Wachttijden zaak van de verzekeraars

Minister Borst (Volksgezondheid) wil de verzekeraars volledig verantwoordelijk maken voor het wegwerken van te lange wachttijden in de zorgsector.

Zij krijgen meer vrijheid bij het contracteren van hulpverleners (ziekenhuizen, thuiszorg) maar blijven wel gebonden aan een maximum budget. Borst zelf moet twee keer per jaar in het kabinet verantwoording gaan afleggen over de besteding van bijna acht miljard gulden die het kabinet in deze regeerperiode extra heeft uitgetrokken voor de zorg.

Dit blijkt uit het Actieplan Zorg Verzekerd waarmee het kabinet vrijdag heeft ingestemd. Als Borst tijdens de halfjaarlijkse bespreking kan aantonen dat er meer moet gebeuren om wachttijden te beperken tot de afgesproken lengte, zal het kabinet meewerken aan aanvullende maatregelen.

Volgens Borst kan daar echter pas sprake van zijn als de sector zelf er alles aan heeft gedaan om de wachttijden adequaat aan te pakken. Dit zei zij in een toespraak, gisteren in Bussum, waarin ze het actieplan toelichtte. Borst meent dat er nu voldoende extra geld beschikbaar is voor de aanpak van de wachtlijsten. De instellingen krijgen dat geld pas als ze hun overtollige reserves in hulp hebben omgezet.

De verzekeraars krijgen meer vrijheid bij het 'inkopen' van hulp en kunnen ook meer rekening gaan houden met lokale omstandigheden en wensen van aanbieders. Ze blijven echter wel gebonden aan hun huidige budget en gaan meer financieel risico lopen als er meer geld wordt besteed dan begroot. Ze gaan hulpverleners pas betalen op het moment dat de zorg daadwerkelijk is verleend.

Formeel heeft het kabinet het strakke budgettaire kader waar de zorguitgaven binnen moesten blijven, afgeschaft. Door het budget van de verzekeraars te handhaven (en zelfs aan te scherpen) is er geen sprake van een `open einde financiering', aldus een woordvoerder.

Borst herhaalde gisteren haar toezegging de maximale wachttijd in de wet vast te leggen.

Verzekeraars kunnen daarna, eventueel via de rechter, worden gedwongen de benodigde hulp binnen die tijd te leveren. Als norm houdt Borst daarbij de tijden aan die verzekeraars onlangs met de hulpverleners hebben afgesproken. Zo moet iemand binnen 14 weken zijn behandeld nadat hij door de huisarts naar het ziekenhuis is verwezen, binnen 13 weken thuiszorg krijgen of binnen zes weken verpleeghuiszorg nadat daarvoor de indicatie is gesteld.

Overigens moet de sector volgens het actieplan de registratie van het aantal wachtenden en de wachttijden nog op orde brengen.