Stenen voor een fietser

Ethiopië. Even mocht het land zich in een toeristisch zonnetje koesteren. Na Vietnam en Birma leek Ethiopië het nieuwe doel te worden voor de modebewuste reiziger. Maar die trend zette niet door; blijkbaar is het rijk van de voormalige Leeuw van Juda nog niet klaar om flinke aantallen toeristen op te vangen.

Ongetwijfeld zijn er meer mensen die Ethiopië verlaten dan er binnenkomen. In Washington, waar vele vluchtelingen zich hebben gevestigd, is de Ethiopische keuken een begrip geworden. Beeldschone meisjes serveren er grote schalen vlees en groente, die je met stukjes grijze pannenkoek beetpakt.

Binnenkort gaan er vooral blauwhelmen naar Oost-Afrika, die moeten zorgen dat de grensoorlog tussen Ethiopië en Eritrea niet verder escaleert. Het kan natuurlijk geen kwaad als de soldaten enig idee hebben van wat hun te wachten staat. Gelukkig zijn er diverse reisboeken over het gebied geschreven. De Ierse Dervla Murphy liep er zich de blaren aan haar voeten. In de jaren zestig legde zij maar liefst 1.500 kilometer af. Aangezien een muilezel haar een tijdje gezelschap hield, heet haar boek Ethiopia with a Mule.

Het was geen leuke wandeling. De onhandelbare ezel doopte zij `Satan'. De dorpelingen hadden het vooral op haar spulletjes gemunt. Een enkele keer werd zij op een regen van stenen onthaald. Nadat ook haar onmisbare donzen slaapzak was gestolen, nam ze wraak. Aan het hoofd van een politiemacht keerde ze naar de plek van de misdaad terug. De rovers werden opgepakt en kregen een publieke geseling. Dervla strompelde weer verder, zonder Satan, maar met slaapzak.

Wereldfietser Frank van Rijn waagde zich eveneens in dit moeilijke land. Wie het binnenland van Australië en de woestijnen van China heeft getrotseerd, is niet bang voor een lekke band in Ethiopië. Al zijn boeken bevatten foto's van zijn fiets die op ruige landwegen geparkeerd staat; op andere houdt een broodmagere man de fiets gezelschap. In De Zuilen van Axum (Elmar, f34,50) brengt Van Rijn verslag uit van zijn beproevingen.

Opvallend is dat het eerste exemplaar werd aangeboden aan luitenant-generaal A.P.P.M. van Baal, die betrokken is bij de `operatie UNMEE'. Die afkorting staat voor `United Nations Mission in Ethiopia and Eritrea'. Aha! Ook de verantwoordelijke generale staf is kennelijk van mening dat de manschappen hun voordeel kunnen doen met dit boek.

In het persbericht staat alvast een relevant zinnetje over kinderen die de fietser met stenen bekogelden als hij niet snel genoeg met geld en goederen op de proppen kwam. Sinds de tijd van Dervla Murphy hebben de inwoners het stenen gooien dus niet verleerd.

In zeventig dagen trapte Van Rijn van noord naar zuid. De meeste wegen waren van steenslag; op het schaarse asfalt moest hij putten zonder deksels en gaten zo groot als wastobbes zien te vermijden. In het noorden kwam hij dicht in de buurt van het betwiste grensgebied, maar hij weet niet zeker of het nachtelijke `boem! boem!' werd veroorzaakt door echte kanonnen of door het oorlogskabaal van een tv-film bij de buren.

Hij heeft inderdaad heel wat met stenen gooiende meutes kinderen te stellen. Zij drommen in grote aantallen om hem heen en blijven in koor om geld zeuren. Worden hun wensen niet vervuld, dan breekt de volgende fase aan: ,,Even later ploffen er vuistdikke stenen naast me op de grond. Er rest mij weinig anders dan heen en weer te springen om de projectielen te ontwijken.'' Van Rijn, die eerder in Arabische en andere Afrikaanse landen fietste, verklaart dat hij nooit eerder een dergelijke `kinderterreur' heeft meegemaakt.

Het is maar goed dat de dagen van het Nederlandse Fietsbataljon, waartoe ook de dichter Martinus Nijhoff een tijdje behoorde, voorgoed voorbij zijn.

Trouwens, ook wandelaars zijn niet veilig voor een stenenregen.

Nooit slaagt Van Rijn erin de vijandige jeugd tot rede te brengen. Ze willen geld en dat geeft hij niet. Toch heeft hij, met het oog op overvallen, altijd een stapeltje Monopolygeld bij zich. Had hij daarvan te weinig bij zich? Of zag hij door alle consternatie even geen uitweg meer?

Plunjezakken vol Monopolygeld, dat is wat de mannen van UNMEE in ieder geval mee moeten nemen.