Rijksmuseum moet OR-lid 111.000 betalen

Het Rijksmuseum in Amsterdam moet zijn bouwcoördinator en voormalig ondernemingsraadslid N.D. Cammelbeeck, afgezien van de kosten van wachtgeld, 111.000 gulden betalen als vergoeding voor de beëindiging van het dienstverband. Daarmee heeft de kantonrechter Cammelbeeck, die de museumdirectie ervan betichtte hem het werken onmogelijk te maken, in het gelijk gesteld.

Cammelbeeck wordt `slachtoffer' genoemd van de herstructurering en privatisering van het museum. Volgens de rechter is de werkrelatie dermate verstoord, dat `van voortzetting van het dienstverband dan ook geen heil is te verwachten.' Cammelbeeck werkte vanaf 1990 bij het Rijksmuseum als hoofd inrichting. In 1995 volgde een promotie tot bouwcoördinator, belast met de voorbereiding van de grootschalige renovatie van het museum. `Plompverloren' aldus de rechter, kreeg hij te horen van de directie niet meer bij overleg nodig te zijn. `Een weinig elegante benadering', waarbij onduidelijk blijft waarom de directie, mede gezien `de lange en goede staat van dienst' van Cammelbeeck, een en ander niet nader heeft toegelicht. Verder concludeerde de rechter dat er een `onmiskenbaar' verband bestaat tussen de verstoring van de arbeidsverhouding en de wijze waarop de OR zich tegenover de reorganisatieplannen van de directie opstelde. Op 26 september j.l. trad de voltallige OR af ,,omdat werkzaamheden voor medezeggenschap niet langer op een volwaardige manier kon worden uitgevoerd.'' Tot 30 november kan Cammelbeeck desgewenst terugkeren naar het museum.