PvdA-beginselen

OP HET EERSTE gezicht bestaan er grofweg twee soorten politieke partijen: beginselpartijen en belangenpartijen. Op het tweede gezicht is het ingewikkelder. Tot welke categorie hoort bijvoorbeeld de PvdA? De sociaal-democraten hebben van oudsher beginselen, maar behartigen in de praktijk vooral belangen. Daarom wijzigt de PvdA haar beginselprogramma op gezette tijden. Vorige week heeft ze haar nieuwe uitgangspunten gepresenteerd.

Dat was nodig, althans voor een partij die zich zonder basisdocument stuurloos voelt. Het vorige beginselprogramma dateerde uit 1977. Het was doortrokken van de ambities waarmee de partij zich toen opmaakte voor het onvermijdelijke tweede kabinet-Den Uyl, dat er niet kwam. De sociaal-democraten bivakkeerden daarna ruim tien jaar in het oppositionele bos. In het concept dat nu aan de leden wordt voorgelegd, poëtisch maar clichématig Tussen droom en daad gedoopt, wordt niet toevallig teruggegrepen op de beginselen uit 1947. Toen was de PvdA net begonnen aan een periode van regeringsdeelname die vervolgens ruim tien jaar zou duren.

In Tussen droom en daad winnen verantwoordelijksgevoel en realiteitsbesef het van de maakbaarheidsidealen uit 1977. `Solidariteit' is nog steeds hét trefwoord. Dat begrip wordt echter niet meer ingebed in een conflictmodel maar gedefinieerd als evenwichtskunst. Alles draait om het individu dat zichzelf moet helpen, maar individualisme kan met dat doel op gespannen voet staan. Inkomensverschillen horen bij een dynamische economie, maar ze mogen niet te groot worden. Economische vooruitgang is het streven, maar moet wel duurzaam zijn zodat die niet haaks komt te staan op ecologische vooruitgang. Arbeid om geld te verdienen blijft een kerntaak, maar zorgtaken moeten ook gerespecteerd worden. Interculturaliteit ten slotte is een uitdaging, maar niemand mag streven naar zijn eigen overwinning. Enzovoort, enzovoort.

Welke partij in de hoofdstromen van de Nederlandse politiek kan het hiermee niet eens zijn? Vermoedelijke geen enkele.

DE PVDA STELT zich in het document een schier eindeloze reeks vragen. ,,Al deze kwesties vragen om politieke antwoorden'', concludeert ze vervolgens. Conform de honderdjarige traditie van de sociaal-democratie speelt politiek zich voor een groot deel af binnen het publieke domein. Daaraan worden in de nieuwe beginselen verrassend weinig woorden besteed. Verder dan platgetreden paden (macht en bevoegdheden gaan hand in hand met verantwoording) gaan de auteurs niet. Weliswaar erkennen ze dat er meer oog moet zijn voor de ,,nadelen van de bureaucratische vertaling van de publieke zaak in dwingende, soms willekeurige regels''. Maar de overheid is toch ,,een instrument ten dienste van de burgers'', stellen zij vast. Dat nu is meer en meer de vraag. De afgelopen decennia zijn er hybride en bureaucratische tussenlagen ontstaan, die zich aan private én publieke controle onttrekken. Heel veel maatschappelijke conflicten manifesteren zich precies in deze grijze zone.

DE PVDA HOUDT zich in haar nieuwe beginselprogramma bezig met allerhande maatschappelijke problemen, behalve met die kwesties waarop ze invloed zou moeten nastreven. Dat is teleurstellend.