Netwerken voor de wetenschap, in black-tie

Wetenschappers moeten meer erkenning krijgen en vaker participeren in het publieke debat. Ter aanmoediging werd gisteren in de Ridderzaal gedineerd.

Het gaat niet goed met de wetenschap in Nederland. De hoeveelheid geld die overheid en bedrijfsleven in de wetenschap investeren is de afgelopen jaren relatief gedaald. De politiek lijkt weinig doordrongen van het belang van wetenschap en de zichtbaarheid in de samenleving is gering. Het gevolg is dat talentvolle onderzoekers nauwelijks de ruimte krijgen en steeds vaker uitwijken naar het buitenland. Wetenschap staat niet op de kaart – alle aandacht gaat uit naar politiek, bedrijfsleven en sport.

Uit onvrede met deze situatie werd gisteren in de Ridderzaal de `Avond van Wetenschap en Maatschappij' gehouden. Ruim honderd vooraanstaande Nederlanders uit bedrijfsleven, kunst, media, politiek en sport traden in een feestelijke sfeer symbolisch als gastheer/gastvrouw op voor een even groot aantal vooraanstaande representanten uit de wetenschap. Jong en oud en afkomstig uit alle geledingen, van taalkunde tot genetica. Doel was het bevorderen van de erkenning van het belang van de wetenschap voor ons land en daarnaast het stimuleren van de deelname van wetenschappers aan maatschappelijke discussies over onderwerpen als het genetische paspoort, mobiliteit, vergrijzing, het broeikaseffect en de informatiesamenleving.

En zo discussieerde een illuster gezelschap – variërend van Nobelprijswinnaars Gerard 't Hooft en Martinus Veltman tot zwemkampioen Pieter van den Hoogenband, ING-topman Ewald Kist en politicus Ruud Lubbers – tussen de sushi à l'orientale en de gepureerde aardappel-truffelsoep over de belangrijkste uitdagingen waar de wetenschap voor staat en de dilemma's waar de maatschappij zich voor geplaatst ziet. Eerder hadden ze in een quiz moeten aangeven of Karel de Grote vóór of na Karel de Vijfde leefde, danwel een en dezelfde persoon waren. Ook kroonprins Willem Alexander was van de partij; hij sprak het slotwoord. Het kledingadvies – black tie – was breed opgevolgd, al waren er twee wetenschappers die juist om die reden hadden afgezegd. Opvallend was hoe weinig vrouwen aanwezig waren, per twee tafels van acht personen niet meer dan één.

Het initiatief van de avond kwam vam McKinsey-topman Mickey Huibregtsen. ,,Het is een uit de hand gelopen idee'', zegt hij. ,,Ik liep een toponderzoeker tegen het lijf en constateerde dat de mensen in het land van zijn prestaties niets afweten. Dat gebrek aan erkenning is algemeen en net als in de sport zie ik het als mijn taak om partijen bij elkaar te brengen en ze aan te zetten zich beter te manifesteren. Die smoking zie ik als een soort schooluniform, zo krijg je dat de mensen niet over elkaar praten maar ideeën uitwisselen. En een spijkerbroek hoort niet in de Ridderzaal.''

Rob Reneman, president van de Akademie van Wetenschappen en nauw betrokken bij de organisatie, hoopt dat de avond ertoe bijdraagt dat de voedingsbodem voor de wetenschap in Nederland zal verbeteren. ,,Fundamenteel, door nieuwgierigheid gedreven onderzoek is van levensbelang voor een kennismaatschappij als de onze. Veertig procent van de doorbraken in de industrie vindt daar zijn oorsprong. Tegelijk moeten we niet overal goed in willen zijn, maar ons terugtrekken op onze sterke punten en die stimuleren. In het verenigd Europa komen centers of excellence en het is zaak dat we daar volop aan meedoen en niet alleen de portier leveren die het licht uitdoet.''

Als vervolg op de avond in de Ridderzaal zoekt de Stichting `Avond van Wetenschap en Maatschappij' aansluiting bij andere platforms die zich met wetenschapscommunicatie bezighouden. Opvallend was dat het Rathenau-instituut, dat publieksdebatten over wetenschap en maatschappij entameert, niet was uitgenodigd. ,,Een omissie'', erkent Reneman. Directeur José van Eijndhoven is ,,een beetje verbaasd'' dat ze niet is gevraagd. Ze karakteriseert de avond als ,,het boekenbal van de wetenschap'' en ziet als doel ,,het salonfähig maken van de wetenschap''.

Intussen blijkt uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat 36 procent van de Nederlandse bevolking op de vraag `waaraan denkt u bij het woord wetenschap' niets weet te antwoorden. Ook rekent zo'n 40 procent astrologie tot de wetenschap. Tegelijk stelt men het meeste vertrouwen in voorlichting van wetenschappers zelf, veel meer dan in die van actiegroepen of politieke partijen op dit gebied. Wetenschappers zijn dus van harte welkom in het maatschappelijke debat. Huibregtsen hoopt ze met de avond van gisteren daartoe te hebben aangemoedigd. Over het vervolg is hij optimistisch: ,,Het plant zich voort.''

    • Dirk van Delft