`Minder boeren goed voor echte natuur'

Nederland slaat internationaal een slecht figuur als het om natuurbescherming gaat, stelt ecoloog Frans Vera. `We moeten het agrarische landschap niet verwarren met wat internationaal onder natuur wordt verstaan.'

,,Volksverlakkerij.'' Dat is volgens ecoloog Frans Vera de presentatie van de zogenoemde ecologische hoofdstructuur (EHS) als puur natuur. Het kabinet zegt in zijn deze zomer verschenen natuurbeleidsplan voor de komende twintig jaar krachtig in te zetten op ,,een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuur- en bosgebieden op land''. Helaas is slechts een zeer beperkt deel van die EHS puur natuur, stelt een verontwaardigde Vera, voorvechter van woeste natuurgebieden met wilde dieren zoals de Millingerwaard en Oostvaardersplassen én beleidsambtenaar op het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. ,,Als je internationale maatstaven hanteert voor wat je als natuur mag beschouwen, dat wil zeggen gebieden waar je de natuur z'n gang laat gaan, dan kom je uit op 125.000 hectare van in totaal 750.000 hectare ecologische hoofdstructuur. Is dat iets waar je internationaal mee voor de dag kunt komen? Ik dacht van niet. Het grootste deel van de ecologische hoofdstructuur houdt gebruiksfuncties: houtproductie, agrarisch gebruik. Dat zijn nu net de functies waarbij wij naar landen als Maleisië en Indonesië het vingertje opsteken. Houtproductie en agrarisch gebruik leiden daar tot het verdwijnen van grote aantallen wilde planten- en diersoorten. En ondertussen roepen bestuurders en boeren het beeld op dat Nederland door de natuurbeschermers platgewalst dreigt te worden. Daar is geen sprake van!''

Met verbazing ziet Vera hoe het kabinet een brede visie op de natuur uitdraagt, waarin het minste spatje groen tot natuur wordt gerekend. Waarom, vraagt Vera zich af, tekenen we eigenlijk internationale verdragen die de achteruitgang van de mondiale natuur moeten tegengaan als daar in eigen land zo weinig natuur tegenover staat? Vera: ,,We zitten in een spagaat. Als wij met ons vingertje wijzen, als wij naar Nairobi en Rio de Janeiro tijgen om te zeggen dat de biodiversiteit mondiaal achteruitgaat, omdat ze in Maleisië van het tropische regenwoud palmolieplantages maken, omdat ze in Afrika van de savannen sisalplantages maken en omdat ze in Afrika ook olifanten doodschieten voor ivoor, dan hebben wij toch de plicht om natuur met oorspronkelijk aanwezige planten- en diersoorten ook in Nederland na te streven? Vooral omdat daarvoor in Nederland en in Europa nog steeds goede mogelijkheden zijn. Is het een eerlijke verdeling om de arme landen te laten opdraaien voor het behoud van de olifant en de tijger, en om ons, het rijke Nederland, het behoud van het gras tussen de stoeptegels voor onze rekening te laten nemen? Of zeggen wij tegen Indonesië dat ze hun oerbossen niet in cultuur moeten brengen om te voorkomen dat ze daardoor even rijk worden als wij?''

Nederland heeft een totaal verkeerd beeld van de natuur, zegt Vera op zijn kamer aan de Haagse Bezuidenhoutseweg. Onder invloed van de boerenlobby wordt in Nederland een beperkt beeld van de natuur gepropageerd. ,,Wij denken in Nederland dat boeren natuur produceren.'' Het tegendeel is waar, zegt Vera. ,,Landbouw is selectie. Als de mens landbouw gaat bedrijven in de natuur, gaat dat gepaard met het verdwijnen van planten- en diersoorten. Er zijn ruwweg vijftigduizend soorten zoogdieren en vogels beschreven waarvan wij er de afgelopen tienduizend jaar zegge en schrijve veertig hebben gedomesticeerd. De biotoop van die veertig soorten hebben we over de hele wereld uitgesmeerd. Dat heet landbouw. Het leefgebied van die veertig soorten kan niet gelijk zijn aan dat van die andere 49.960 soorten. Ligt het dan voor de hand om zwaar op de landbouw in te zetten om je natuurbeschermingsbeleid te realiseren?''

Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen landbouw en natuur, stelt Vera. ,,Als mensen het agrarisch cultuurlandschap willen beschermen, moeten ze dat doen. Je zult er best een paar leuke soorten aan overhouden. Je kunt daarmee laten zien dat er met landbouw iets aan natuurbehoud kan worden gedaan. Maar als je als doel hebt om het enorme verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen, als je serieus in de wereld meetettert over de bescherming van het tropische regenwoud, dan is dat niet de beste oplossing. Toon dan ambitie. En maak Nederland ook leuker en aangenamer. Laten we beginnen met grote natuurgebieden in de Randstad. Neem bij Rotterdam een groot deel van de Hoekse Waard uit productie en verschaf Rotterdammers een natuurgebied van duizenden hectaren. Het architectenbureau dat het Nederlandse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Hannover heeft ontworpen, heeft een mooie uitspraak gedaan. Ze zeiden: `Nederland is niet vol, Nederland is gewoon een slecht opgeruimde kamer'. Zo is dat. We moeten bereid zijn om te gaan herschikken.''

De enige manier om grote stukken natuur aan te leggen, stelt Vera, is gronden onttrekken aan de landbouw. ,,Als wij vinden dat natuur net zo belangrijk is als landbouw, dan zal de herschikking ten koste gaan van de landbouw.

Er zal landbouwgrond moeten worden ingeleverd. Landbouwgrond is de enige planologische reserve die we hebben.

Tenzij we steden willen slopen. Of tenzij we weer natuurgebieden in cultuur willen brengen. Als we dat willen, moeten we dat zeggen.''

Is het erg dat we in Nederland nog maar zo weinig doen aan natuurbescherming? Is het erg als we in het overontwikkelde Nederland liever de geschiedenis van landschappen zouden willen beschermen dan de natuur zelf? Is het erg dat Nederlanders misschien al tevreden zijn met een boom naast hun huis? Vera: ,,Dat moet je vragen aan de mensen in Amsterdam en Rotterdam. Die vraag wordt hun nooit voorgelegd. Er wordt door een leuk cultuurlandschap een fietspaadje aangelegd, er wordt tien meter slootkant opgefleurd en dan hopen we, nee dan zeggen we, dat de mensen weer dik tevreden zijn. Maar hebben we niet de plicht om te laten zien dat het ook anders kan, zodat mensen kunnen kiezen? Natuurontwikkeling draagt niet alleen bij aan de biodiversiteit. Het geeft ook een referentiekader voor onze cultuur. Zonder de wildernis kunnen wij onze cultuur niet begrijpen.''