Kandidaatleden EU: niet allen op één hoop

Examentijd in Midden- en Oost-Europa. Morgen deelt de Europese Commissie rapportcijfers uit aan de kandidaatleden van EU.

De Europese Commissie geeft morgen opnieuw een oordeel over de vorderingen die Midden- en Oost-Europese landen hebben gemaakt in hun pogingen aansluiting te vinden bij de Europese Unie. `Brussel' stelt vast of de kandidaatlidstaten voldoende hun best hebben gedaan om hun wetgeving aan te passen aan de Europese wetgeving, of ze genoeg doen om de nieuwe wetgeving ook uit te voeren, of de politieke stabiliteit voldoende is gegarandeerd én of de economie zich in de juiste richting ontwikkelt om zich straks op een interne markt te kunnen meten met de rest van Europa.

Jaarlijks maakt de Europese Commissie de balans op. Vorig jaar ging het nog om zes kandidaatlidstaten. Sinds de top van Helsinki vorig jaar december zijn daar nog eens zes gegadigden bijgekomen. Dat maakt het dit jaar extra spannend. Zal de Commissie onderscheid maken en bijvoorbeeld zeggen dat Tsjechië bijna klaar is om toe te treden, maar dat Roemenië nog een onafzienbaar lange weg heeft te gaan? Zal de commissie een signaal afgeven over de vraag hoe de uitbreiding feitelijk in zijn werk zal gaan? Een uitbreiding met elf of twaalf landen tegelijk in wat de big bang is gaan heten? Of een voorzichtige uitbreiding met een paar kleine landen als Slovenië, Estland en mogelijk Hongarije? De onrust is groot.

De Tsjechische onderhandelaar Pavel Telicka vindt dat de commissie de moed moet hebben om de zaken bij de naam te noemen. ,,Ik verwacht een signaal dat bepaalde landen goed op koers liggen en daarom in aanmerking komen voor toetreding in een eerste ronde en andere landen die het minder goed doen in een volgende ronde'', zegt hij. Het zou voor de Tsjechen, die afgelopen jaar een wetgevende `storm' hebben ontketend in het parlement en een belangrijk deel van de Europese wetgeving hebben geabsorbeerd, moeilijk te verteren zijn als alle twaalf landen dit jaar een pluim zouden krijgen van de commissie. Iets wat gezien de complexiteit van het proces op dit moment met zoveel kandidaatlidstaten absoluut niet denkbeeldig is. Telicka: ,,Ik vraag me af in hoeverre de vooruitgang die wij in Tsjechïe hebben geboekt wellicht zal worden afgezwakt om min of meer positief over alle kandidaatlidstaten te kunnen berichten.''

Landen als Tsjechië, Hongarije en Polen, die sinds twee jaar onderhandelen over toetreding tot de Unie, hopen dat de Commissie een duidelijk beeld zal geven van de voortgang die ze elk afzonderlijk hebben gemaakt. Telicka verwacht `maatwerk' van Brussel. Hongarije, dat al jaren keurig in de pas loopt, verwacht ,,positieve feedback over wat we tot nog toe bereikt hebben'', aldus Gábor Horváth, woordvoerder van de minister van Buitenlandse Zaken.

Ook Polen verwacht dat de ,,buitengewone voortgang die we geboekt hebben op het gebied van wetgeving dit jaar zeer positief beoordeeld zal worden'', vertelt Jacek Saryusz-Wolski, voorzitter van de commissie voor Europese integratie binnen de Poolse regering. Polen levert net als Tsjechië na eerdere kritiek van Brussel een inhaalslag op het gebied van wetgeving.

Het sleutelwoord is `differentiëren' in plaats van op een grote hoop gegooid worden. De koplopers hebben het gevoel dat ze hun huiswerk af hebben en willen zo snel mogelijk een nieuwe fase van de onderhandelingen in gaan. ,,Tot nog toe hebben we alleen over de gemakkelijke onderwerpen gesproken, we moeten nu een kwalitatief nieuwe fase in gaan en ook de moeilijke onderwerpen als landbouw, vrij verkeer van personen en milieu onder het mes te nemen'', aldus de Hongaar Horváth. Hij verwacht in het rapport van de Europese Commissie duidelijke aanwijzingen over hoe het verder moet met de onderhandelingen. ,,Wij gaan er nog steeds van uit dat we eind 2002 klaar zullen zijn om toe te treden. Het is belangrijk dat we tempo houden.'' Hongarije houdt net als de andere koplopers vast aan begin 2003 als datum dat de Europese Unie zelf klaar zal zijn om nieuwe leden op te nemen. Dat heeft de EU vorig jaar december op de top in Helsinki toegezegd.

Het is het enige houvast dat de kandidaatlidstaten hebben en erg veel steun biedt de uitspraak van vorig jaar niet. Immers, eerst moeten de institutionele hervormingen binnen de EU zelf positief worden afgerond op de top die dit jaar december in Nice zal worden gehouden. De kandidaat lidstaten kunnen niet anders dan hopen dat dat het geval zal zijn, maar zeker is het resultaat van Nice op dit moment allerminst. Het verdrag van Nice zal, net als het verdrag van Amsterdam eerder, waarschijnlijk nog vele losse eindjes kennen. En dat zal zijn schaduw werpen over de uitbreiding. Het is zelfs de vraag of er in Nice überhaupt over de uitbreiding gesproken zal worden. Waarnemers verwachten dat alle energie op zal gaan aan de interne hervormingen. Telicka: ,,Ik ziet dat nogal somber in. Op topniveau is er in de Europese raad in 1997 voor het laatst politiek gedebatteerd over de uitbreiding. Sindsdien is er niet echt over gesproken. Als er al debat was ging dat over Turkije. In Biarritz is er onlangs geen woord gewijd aan de uitbreiding en ik heb er een hard hoofd in dat dat in Nice wel zal gebeuren.'' Saryusz-Wolski en Horváth zijn minder openhartig. ,,Wij rekenen erop dat de EU na Nice institutioneel klaar zal zijn om uit te breiden. De EU kan zich niet veroorloven Nice te laten mislukken'', meent de Pool. Ook de Hongaar gaat ervan uit dat na Nice een nieuwe fase begint.

De voortgangsrapporten, begin december gevolgd door `Nice' – het zijn spannende tijden voor de kandidaatleden. Alle betrokkenen hebben de mond vol van `Midden-Europese solidariteit', maar kijken argwanend over de schouder of de één niet naar binnen glipt met achterlating van de anderen, of dat de één te veel in gezelschap wordt gezien van de ander die nog niet rijp is. Diplomatiek hoog spel zonder regels, want de EU weet zelf ook nog niet hoe het verder moet.