Kamer ondanks kritiek achter wet stroomsector

De Tweede Kamer heeft gisteren, ondanks felle kritiek op de verdeling van de schaarse ruimte op het landelijk hoogspanningsnet, geen vuist kunnen maken tegen de overgangswet voor de elektriciteitsproductiesector.

De wet regelt de overgang van monopolie-situaties naar de vrije stroommarkt. Het kabinet wil in de overgangswet onder meer vastleggen dat de vier grote stroomproducenten in Nederland, die samen ongeveer 70 procent van de markt beheersen, voorrang krijgen bij de import van stroom boven anderen. Dat is volgens minister Jorritsma (Economische Zaken) noodzakelijk omdat de vier in het verleden contracten hebben gesloten met buitenlandse partijen die nagekomen moeten worden. Dat kost ruimte op het net.

Het grootste deel van de Elektriciteitswet is al in een eerder stadium aangenomen, maar juist over de zogenoemde `bakstenen' moest nog worden gesproken. Over deze onrendabele contracten die de gezamenlijke productiebedrijven in het verleden hebben gesloten, sloot Jorritsma pas half oktober een overeenkomst met de vier bedrijven. De minister kreeg in ruil voor de verwerving van 100 procent van de aandelen in TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet, de toezegging dat de bedrijven de bakstenen voor hun rekening nemen. Ook moeten zij ,,een uiterste poging'' doen een deel van de importcapaciteit die zij nu in beslag nemen terug te geven aan de markt, zodat bijvoorbeeld grote bedrijven ook zelf stroom kunnen importeren. Het betreft in totaal 600 Megawatt van de 1.500 Megawatt die de vier nu opsouperen. In totaal is er 3.900 Megawatt aan importcapaciteit.

Hoewel zowel coalitiepartijen D66 en PvdA als oppositiepartij CDA vooral kritiek hadden op de bevoorrechte positie van de vier productiebedrijven, wisten zij elkaar niet te vinden. De PvdA erkende bij monde van woordvoerder Crone dat de onrendabele contracten ook onder de nieuwe wet blijven gelden en wil dat de vier bedrijven voor het gebruik van het hoogspanningsnet een marktconforme prijs gaan betalen die is gebaseerd op een veiling van alle beschikbare ruimte. Jorritsma hield echter vast aan het gratis verstrekken van de transportruimte, omdat de vier bedrijven al een relatief hoge prijs betalen voor hun stroom op basis van de bakstenen. Ook het voorstel van de gelegenheidscombinatie D66 en CDA om de voorrang voor de vier producenten helemaal uit de wet te schrappen, strandde wegens gebrek aan voldoende steun. Volgens CDA'er Van den Akker zou de voorrangsregel in strijd zijn met de Brusselse mededingingsregels. Jorritsma zei dit bezwaar al te hebben ondervangen in de wet. Mocht Brussel de voorkeursbehandeling van de vier bedrijven afkeuren, dan kan de minister de wet alsnog aanpassen.

Het debat over het vrijmaken van de stroomsector verliep rommelig. Veel Kamerleden vroegen zich vertwijfeld af of er de afgelopen zeven jaar dan niets geleerd was in de discussies over liberalisering van de elektriciteitssector.