Justitiedebat

DE POSITIES voor de behandeling van de begroting van Justitie zijn ingenomen. De Tweede Kamer – nu ja: vooral oppositiepartij CDA – verwijt minister Korthals (Justitie) dat hij onvoldoende publiek stelling neemt in kwesties van misdaad en straf. Als voorbeeld wordt zijn zwijgen over de opzichtige begrafenis van de beweerde topcrimineel Sam Klepper aangevoerd. De bewindsman noteert op zijn beurt met ongenoegen dat zijn wetgevend programma vertraging oploopt in de parlementaire molen.

De wrijving is opmerkelijk omdat het ruime parlementaire verleden van Korthals weinig aanleiding geeft tot twijfel over zijn geloofsbrieven op de ministerspost. Zijn beleid liegt er trouwens ook niet om: een substantiële uitbreiding van DNA-onderzoek in strafzaken, de vervroegde invrijheidsstelling van gedetineerden weer verbinden aan voorwaarden, meer straf op verboden wapenbezit, geen legalisering van de aanvoer van softdrugs in coffeeshops, forse uitbreiding van groepsaansprakelijkheid.

Waar Korthals echter weinig van moet hebben is wat hij als Kamerlid eens aanduidde als een ,,moralistisch sausje''. Dat was onder Hirsch Ballin, die als minister van Justitie sterk moreel stelling nam. Korthals vindt echter dat ook in het huidige politieke klimaat het rechtspolitieke debat te veel het karakter heeft van een `theologische strijd', zoals hij het vorig jaar december uitdrukte in een krantenvraaggesprek.

Het was wel duidelijk wat hem vooral hoog zat: de harde maatregelen die de Kamer eiste tegen pedoseksuelen die na veroordeling vrijkomen. Daarbij werd openlijk een beroep gedaan op de geschokte gevoelens van de samenleving zonder veel aandacht voor de vraag of de gewenste paardenmiddelen ook evenredig en hanteerbaar waren. Toch is dat evenzeer een verantwoordelijkheid van volksvertegenwoordigers als van een minister. Zo vreemd was het niet dat Korthals sprak van een ,,zekere inflatie van politieke verontwaardiging''.

EEN RECENT voorbeeld is het voorstel van het Kamerlid Dittrich (D66) om drankgebruik wettelijk te bestempelen tot een strafverzwarende omstandigheid bij gepleegde delicten. Als oud-rechter weet de afgevaardigde als weinig anderen dat de Nederlandse rechter reeds alle ruimte heeft om de factor drank in de strafmaat te verdisconteren. Typerend voor het Nederlandse strafrecht is een internationaal gezien zeer grote straftoemetingsvrijheid. Wetswijziging lijkt wellicht mooi voor de publieke tribune, maar is een loos gebaar. Daar zit niet alleen niemand op te wachten, het is zelfs schadelijk voor het aanzien van het strafrecht.

In het vorige begrotingsdebat waarschuwde Korthals dat de ,,intrinsieke waarden van het recht'' overeind moeten worden gehouden. Dat is niet alleen een kwestie van wijze terughoudendheid, maar verdient ook wel eens positievere toonzetting.